Tiendwegen in de Hollandse waarden

Nederland, Zuid-Holland, Lekkerkerk

68
66
80
63
62
4
5
6
67
66
10
13
11
30
27
28
26
10
11
13
15
12
18
20
25
68

In de Krimpenerwaard en de Alblasserwaard fiets je door een eeuwenoud landschap. De eindeloos lange weilanden en kaarsrechte sloten danken we aan de ontginners die in de middeleeuwen het veenmoeras in trokken. Haaks op de weilanden lopen lage kades, met daarop smalle tiendwegen. Vroeger waren deze weggetjes het domein van de boeren, nu zijn ook fietsers hier vaak welkom. Extraatjes op deze route zijn twee veerponten, talrijke molens en de sfeervolle stadjes Nieuwpoort en Schoonhoven.

Fietsen langs landschapselementen
Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op deze website kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

1. Ga vanaf de parkeerplaats rechtsaf langs het riviertje de Loet, dan bij fietsknooppunt 68 naar 66, 80, 63, 62 en richting 4. Neem in Lekkerkerk de veerpont en steek over naar Nieuw-Lekkerland. (Let op: de pont vaart niet op zondag. Fiets dan vanaf 62 verder naar 64 en 76 en neem de pont bij Bergstoep. Pak de hoofdroute weer op bij knooppunt 6).

2. Fiets aan de overkant verder naar knooppunt 4, dan naar 5. Ga bij 5 rechtdoor langs de molens. Sla voorbij de bebouwde kom van Streefkerk linksaf en dan op de dijk rechtsaf. Fiets naar 6.

3. Fiets van knooppunt 6 naar 67 en 66. Ga bij 66 eerst rechtdoor voor een bezoek aan Nieuwpoort. Keer dan terug naar 66 en fiets richting 10. Neem de veerpont naar Schoonhoven.

4. Fiets van knooppunt 10 naar 13, 11, 30, 27 en 28. (Let op: richting Haastrecht wordt gewerkt aan het knooppuntennetwerk: volg de rechteroever van het riviertje de Vlist en fiets dan door natuurgebied De Hooge Boezem. Je komt uit op een asfaltweg bij het zwembad. Ga hier linksaf en op de eerste kruising rechtsaf naar 28).

5. Ga in Stolwijk aan het einde van de Bilwijkerweg rechtsaf naar knooppunt 28, dan naar 26, 10, 11, 13, 15, 12, 18, 20 en 25. Sla bij het riviertje de Loet rechtsaf richting 68 en fiets door tot aan de parkeerplaats.

Deze route start bij het veenriviertje de Loet, in het hart van de Krimpenerwaard. Het riviertje wordt nu omgeven door een strook natte natuur, maar ooit stroomde het door een ontoegankelijk moerasbos. De ontginning van deze wildernis begon rond het jaar 1000. Pioniers trokken vanaf de rivierdijken het moeras in. Ze groeven sloten om het gebied te ontwateren en zetten haaks op de dijken lange, smalle kavels uit. Zo wisten ze in de loop van de eeuwen bijna de hele Krimpenerwaard geschikt te maken voor de landbouw.

Talrijke lage kades doorsnijden de langgerekte weilanden. Sommige van deze kades zijn aangelegd tijdens de ontginning en vormden toen de grens met de achterliggende moeraswildernis. Andere kades lopen parallel met de dijken en moesten doorsijpelend rivierwater tegenhouden. Later zijn op verschillende kades wegen of paden aangelegd, de zogenaamde tiendwegen. Zo is ook de Tiendweg-West ontstaan.

Rechts van knooppunt 63 vind je aan de voet van de dijk een vogelkijkscherm. Hiervandaan kijk je uit over eendenkooi Bakkerswaal, bestaande uit een kooiplas en een omliggend bos. Eeuwenlang zijn hier eenden gevangen. Een kooiker lokte wilde eenden naar de plas en dreef ze dan met zijn hondje een vangpijp in. Aan het einde van die pijp draaide hij ze de nek om en verkocht ze voor de consumptie. Ook nu nog worden hier eenden gevangen, maar dan voor wetenschappelijk onderzoek.

Ook in de Alblasserwaard doorsnijden tiendwegen de weilanden. Waar de benaming tiendweg vandaan komt? Niemand die het met zekerheid kan zeggen. Sommigen verwijzen naar de tiende, een belasting die aan de landheer moest worden betaald. Anderen leggen een verband met het middelnederlandse woord ‘tiën’ (trekken of gaan). Dat duidt dan op het trekken van schepen of karren, of op het wegstromen van water. Tot slot kan het ook verwijzen naar het tiendhout (griendhout) langs de kade of naar de takken (tienden) die zijn gebruikt bij de aanleg van de weg.

Vanaf knooppunt 5 gaat de tiendweg rechtdoor langs de resten van een molengang. Vijf molens maalden het overtollige polderwater in twee stappen naar de rivier. Een informatiebord laat zien hoe dat werkte. De twee bovenmolens zijn afgebrand, maar de ondermolens staan er nog: twee wipmolens – herkenbaar aan de smalle ‘taille’ – en een achtkante molen.

Ooit waren ooievaars niet weg te denken uit het oer-Hollandse weidelandschap, maar eind jaren 60 waren ze bijna uitgestorven. Daarom werden speciale fokprogramma’s opgesteld. Bij Ooievaarsdorp Het Liesvelt hebben in de loop van de jaren honderden ooievaarspaartjes voor nageslacht gezorgd. Nu is hier een streekcentrum gevestigd, waar je veel meer leert over de ooievaars en de natuur in deze regio (www.streekcentrum.nl, dag. 10.30-16.30 uur).

Achter knooppunt 66 ligt een van de kleinste vestingstadjes van Nederland: Nieuwpoort. De omwalling werd aangelegd vanaf 1673. Daarna maakte Nieuwpoort deel uit van de Oude Hollandse Waterlinie, een verdedigingslinie langs oostgrens van Holland. Bij oorlogsdreiging werd een brede strook grond onder water gezet om zo vijandelijke legers tegen te houden. Onder het kleine stadshuis van Nieuwpoort zit een sluis waarmee Lekwater in de achterliggende polders kon worden gelaten.

Ook Schoonhoven was ooit een machtige vestingstad, maar in de 19e eeuw zijn veel vestingwerken gesloopt. Van de drie poorten staat alleen de Veerpoort (1601) nog overeind, met daarnaast een deel van de omwalling. In het stadje gaat de fietsroute door een achterafstraatje, maar neem zeker ook een kijkje bij de Haven. Hier zie je voorname panden, een fraai stadhuis en de monumentale Grote Kerk. De kerktoren helt akelig ver achterover, maar zestig betonnen palen voorkomen verdere ongelukken.

De Bonrepasmolen is een wipmolen, een oud molentype waarbij het hele bovenhuis in de wind moest worden gedraaid. Met het scheprad werd water uit de polder in het veenriviertje de Vlist gemalen. Zowel de molen als de buurtschap heten Bonrepas – Frans voor goede maaltijd. Talrijke boeiende verhalen doen de ronde over het ontstaan van de naam. Zo zou een grondbezitter in de 14e eeuw hier een stuk land hebben gekocht, maar het leverde zo weinig op dat hij er slechts één goede maaltijd in een herberg van kon betalen.

Het kleine (schier)eiland in de Vlist staat bekend als de Koeneschans. In de 17e en 18e eeuw lag hier een versterking, opgetrokken van aarden wallen. Net als Nieuwpoort maakte de Koeneschans deel uit van de Oude Hollandse Waterlinie. Bij een dreigende aanval werd het gebied ten oosten van de Vlist onder water gezet. Als de vijand toch oprukte over de hooggelegen Slangeweg (rechts), konden zij vanuit de schans worden beschoten.

Op verschillende plaatsen langs de Oost-Vlisterdijk kun je boerenkaas kopen (bijvoorbeeld bij huisnummers 4 en 17). Het lijkt alsof weilanden en koeien al eeuwenlang het landschap bepalen, maar niets is minder waar. Oorspronkelijk richtten de boeren zich vooral op akkerbouw, zoals de teelt van granen en vlas. Toen door de ontwatering het maaiveld steeds lager kwam te liggen, werd de grond hiervoor te nat. Daarom schakelden de boeren over op hennepteelt (voor scheepstouwen) en vanaf 1850 op grootschalige veeteelt.

Het is heerlijk fietsen over de smalle Gouderakse Tiendweg. Soms is het landschap open, soms staan er knotwilgen of essen langs het pad. Boeren gebruikten het hout op de boerderij. Bovendien houden de wortels de slappe veengrond vast, zodat de oevers minder snel afkalven.

Inmiddels ben je al heel wat boezemwateren gepasseerd: brede weteringen die in een rechte lijn naar de rivier lopen. Hierin werd het overtollige polderwater tijdelijk opgeslagen, totdat het met molens in de rivier kon worden geloosd. Toen krachtige gemalen de taak van de molens overnamen, waren de boezems niet meer nodig. Sommige boezems groeiden daarna dicht met bos. Bij de Stolwijkse Boezem kun je zo’n bos via wandelpaden verkennen.