Termunterzijl en de Dollard

Nederland, Groningen, Termunterzijl

93
97
96
92
90
88
08
07
60
62
86
91
93

Fietsen op de grens van land en zee, maar tegelijkertijd op de grens van verloren en herwonnen land. Eeuwenlang speelde zich in het gebied waar de route doorheen voert een strijd tegen het water af. Talloze stormvloeden en overstromingen teisterden het land; ruim dertig dorpen en drie kloosters verdwenen in het water. Bij een vloed in 1509 kwam het water tot aan Winschoten en ontstond de Dollard: een zeearm van de Waddenzee waar de rivier de Eems in uitmondt. Maar vanaf de zestiende eeuw werd de Dollard door inpolderingen langzaam teruggebracht tot een derde van zijn oorspronkelijke omvang. Aan de Nederlandse kant is Polder Breebaart nog in 1979 drooggelegd.

Termunterzijl is ontstaan na­dat in 1601 in hetTermunterzijl­diep een sluis was gelegd. In 1686 werd de zijl verwoest en kwamen bijna alle inwoners om tijdens de Sint-Maartensvloed. Het zou tot 1725 duren totdat er een nieuwe sluis werd gebouwd. Deze sluis kreeg een uitzonderlijke fraaie afwerking in de vorm van de Boog van Ziel, de vaste stenen brug die rijk gedecoreerd is. Op de borstwering staan de namen en wapens van de bestuurders van hetTermunterzijlvest (wa­terschap), de stad Groningen, het Oldambt en bouwmeester Anthony Verburgh.

Het Gemaal Cremer is gebouwd in 1930. Als gevolg van de bodemdaling door aardgaswinning was de capaciteit van dit gemaal op een gegeven moment ontoereikend. In 2002 werd het nieuwe gemaal Rozema in gebruik genomen. ‘Cremer’ werd een museumgemaal.

Wie wil kennismaken met de Dollard, kan het beste be­ginnen in de Buitenplaats Rei­dehoeve. Hier kunt u zien wat de Dollard zo bijzonder maakt. De Dollard is een van de weini­ge brakwater-getijdengebieden van Europa. Het zoute water wordt aangevoerd vanaf de Noordzee. De rivieren de Eems en Westerwoldse Aa voeren zoet water aan. Slik, wadplaten en uitgestrekte kwelders vor­men het landschap. De slikpla­ten in de Dollard zijn een be­langrijke voedselbron voor tienduizenden vogels. Veel trek­vogels maken hier een tussen­stop om bij te tanken voor hun volgende etappe naar het noor­den of het zuiden. ’s Winters overwinteren op de kwelders wel veertigduizend ganzen. De kwelders zijn een paradijs voor vele soorten wadvogels die er ongestoord kunnen broe­den. Om de kwelders jong te houden, worden ze begraasd door koeien.

Sinds 2001 stroomt door de polder Breebaart – die toen pas 22 jaar bestond – weer zeewa­ter in en uit. Een dijkdoorbraak dus, maar dan wel een geplan­de. Via een duiker zijn eb en vloed weer terug in dit gebied en is er weer uitwisseling van zout en zoet water. Polder Breebaart is nu een – zoals dat heet – gedempt getijdengebied. Het getij verschilt dertig centime­ter, terwijl dit verschil in de Dollard wel drie meter be­draagt. Geestelijk vader van dit plan is landschapsarchitect Wim Boetze. Polder Breebaart mag een na­tuursucces genoemd worden: in enkele jaren tijd is de polder veranderd in kwelder en slik en zeer geliefd geworden bij de kluut. Deze sierlijke zwartwitte vogel is hét gezicht van de Dol­lard.
Wie de kluut wil zien, moet in de zomer even kijken vanuit de vogelkijkhut langs de Dallingeweersterdijk. Andere soorten die u daar kunt waar­nemen zijn goudplevier, wulp, zwarte ruiter en de bontbek­plevier. Ook roofvogels als kie­kendieven en slechtvalken la­ten zich vaak zien. Niet zichtbaar zijn de driedoornige stekelbaarsjes. Dat ze er wel degelijk rondzwemmen, weten de lepelaars die in Polder Bree-baart staan te vissen.

De Johannes Kerkhovenpol­der en de aangrenzende Carel Coenraadpolder werden respec­tievelijk in 1877 en 1924 inge­dijkt. Daarmee werden duizen­den hectaren buitendijkse slikken getransformeerd tot vruchtbare landbouwgrond. Aanvankelijk hadden de Gronin­gers weinig belangstelling voor het inpolderen van de buiten­dijkse slikken. Toen de Staat in 1845 overging tot de verkoop van het buitendijkse land, was het dan ook een Amsterdam­mer, Johannes Kerkhoven, die de onderneming wel aandurfde. De Dollard gaf het verdronken land echter slechts moeizaam prijs. Keer op keer werden dijken door ernstige stormen weggeslagen.
Pas in 1883 kon de klus definitief worden afgerond. Daarmee waren de rampen nog niet voorbij. Tijdens de tweede wereldoorlog richtten de Duit­sers grote vernielingen aan in de Johannes Kerkhovenpolder, als represaille voor verzetsdaden. Zij vernietigden alle boerderijen, werktuigen en de oogst. Paar­den, koeien en schapen werden omgebracht. Na de oorlog werd er een nieuwe modelboerderij gebouwd. Met machines uit de Wieringermeerpolder werd het bedrijf weer op gang gebracht. Het boerderijcomplex bezit nu de status van rijksmonument als voorbeeld van bouwkunst tij­dens de wederopbouw.

Dat het goed boeren was en is op de voormalige slikken bewijzen de monumentale Oldambster boerderijen in de polders en langs de Hoofdweg tussen Woldendorp en Nieuwolda.

Het museumgemaal De Hoogte werd in 1892 gebouwd als stoomgemaal. Het gerestaureerde gemaal, uitgerust met een Brons-dieselmotor uit 1935, heeft tegenwoordig een museumfunctie.

Het Hondshalstermeer, dat in 1980 werd aangelegd langs de Hondshalstermaar, was in feite een ‘goedmakertje’ voor de rigoureuze ruilverkaveling rond Woldendorp. Van het eeuwenoude wierdenlandschap was vrijwel niets overgebleven.Het meer is een natuurreservaat.

Het Termunterzijldiep werd al in de zeventiende eeuw door monniken gegraven. Oorspronkelijk diende het als afwateringskanaal, later groeide het uit tot een belangrijke scheepvaartverbinding waarover producten vanuit de Groningerveenkoloniën werden afgevoerd. Tegenwoordig wordt het vooral gebruikt door waterrecreanten.