Oudleusenroute

Nederland, Overijssel, Nieuwleusen

34
12
13
18
26
28
09
40
64
60
69
25
34

Het gebied van Oudleusen en Nieuwleusen maakte deel uit van het oerstroomdal van de Vecht, dat aan het einde van de voorlaatste ijstijd (de Riss-ijstijd, zo'n 150.000 tot 200.000 jaar geleden) veel groter was dan het huidige Vechtdal. Nu stromen door dit eens zo uitgestrekte rivierdal twee kleine riviertjes: de Reest in het noorden en de Vecht in het zuiden. Het gebied ertussenin was eeuwenlang een nat heide- en veenmoerasgebied. Nieuwleusen ontstond in 1635 als veenkolonie van Oudleusen. Het is de oudste veenkolonie in deze streek.

NB: de route start tussen knooppunt 25 en 34. Volg vanaf de parkeerplaats de Burgemeester Backxlaan in noordelijke richting, dan komt u na ca. 100 m het eerste bordje (rechtsaf) richting knooppunt 34 tegen.

Het gebied bij Nieuwleusen heeft een veenkoloniale verkaveling gekregen. Maar dit oudste deel van de veenkolonie is minder rechtlijnig dan de rest. Prachtige met riet be­dekte Saksische boerderijen liggen hier vlak naast elkaar in een lang­gerekt straatdorp. De omstandighe­den waaronder de veenarbeiders de ontginning hebben uitgevoerd, wa­ren erbarmelijk. De meesten woon­den in plaggenhutten en sliepen op stro. Drankmisbruik was aan de orde van de dag.

Ook Balkbrug is ontstaan ten tij­de van de veenderij. Het dankt zijn naam aan de balk die in 1845 onder de plaatselijke brug werd aange­bracht om te voorkomen dat sche­pen met een te grote diepgang het kanaal binnenvoeren. Een balk­meester hield toezicht. Bij het binnenrijden van Balkbrug passeert u Korenmolen De Star uit 1882, die in 1974 naar deze plek is verplaatst. Samen met de zuivelfa­briek uit 1908 behoort de molen tot de oudste industriële bouwwerken van Balkbrug.

De buurtschap Witharen, waar nu een pompstation voor drinkwa­ter staat, lag oorspronkelijk op een zandhoogte. Tot aan het begin van de 19e eeuw was de weg tussen Ommen en Avereest de enige wijze om de veenmoerassen tussen Over­ijssel en Drenthe zonder natte voe­ten over te steken. En dan alleen nog maar in de zomer, via de daar aanwezige zandhoogten, ook wel haren genaamd.

Ten noorden van de stuw bij Vil­steren fietst u door een reliëfrijk, be­bost gebied: De Belten. Hier heeft de wind zo’n tienduizend jaar gele­den in de drooggevallen rivierbed­ding rivierduintjes gevormd.

Via een ommetje (zie hieronder) komt u noor­delijk van Vilsteren bij een van de negen stuwen in de Vecht, die de grote verschillen in de waterstand van deze regenrivier reguleren. Via vistrappen kunnen vissen, zoals forel en winde, stroom­opwaarts zwemmen om te paaien. De stuwen en ruim zestig bochtafsnijdingen heb­ben de Vecht een totaal ander ka­rakter gegeven. De uitgeschuurde rivierlussen, de vele ondieptes en de soms zeer brede rivierbedding zijn verdwenen. Toch zijn vooral tussen Dalfsen en Ommen nog sporen van het oude rivierlandschap terug te vinden. Verstopt in het groen liggen talloze afgedamde rivierbochten of meanders, die een rijke flora en fau­na herbergen, terwijl de soms be­groeide rivierduinen het landschap een afwisselend karakter geven.

Route naar de Vechtstuw bij Vilsteren: fiets vanaf knooppunt 60 via 61 een klein stukje richting 63.