Ooststellingwerfroute

Nederland, Friesland, Oosterwolde

50
24
81
34
36
57
22
72
80
14
01
07
55
84
08
54
50

Ooststellingwerf en Weststellingwerf scheidden zich in de middeleeuwen af van Drenthe en sloten zich aan bij de 'Vriezen van Stellingwerf'. Daarom is het landschap eerder Drents dan Fries. Geen bijzondere horeca of bruisende dorpen langs de route, maar wel veel fietsplezier over vrijliggende fietspaden door een kleinschalig landschap van weilanden en bos.

Startpunt: vanaf de parkeerplaats op het Stipeplein hoeft u niet eerst weer de vaart over te steken om naar knooppunt 50 te gaan; u kunt meteen linksaf de Hoogengaardelaan op fietsen en rijdt dan direct goed richting knoopunt 24.

Er wordt gewerkt aan het Friese knooppuntennetwerk. In de zomer van 2019 zal dit gereed zijn; het kan daarom gebeuren dat u in het veld een andere situatie aantreft dan bij de routeplanner bekend is.

Oosterwolde hoorde oorspronkelijk bij Drenthe. Door de aanleg van de Opsterlandse Compagnonsvaart in 1816 ontwikkelde het dorp zich tot een handelscentrum. Aan de Brink staat de hervormde kerk met dubbele klokkenstoel. Het dorp heeft sinds 2010 een wereldprimeur: een hefbrug – state of the art – met een wegdek dat voor honderd procent uit vezelversterkte kunststof is vervaardigd. De brug heeft slechts twee pylonen. Er is voor kunststof gekozen omdat die duurzamer is en veel lichter dan beton of staal. De brug over de Opsterlandse Compagnonsvaart ligt niet op de route, maar is wel de moeite waard om even voor om te fietsen.

Vlak vóór de buurtschap Tronde, tussen knooppunt 34 en 36, ligt natuurgebied Stobbepoel. Hier staat de Vesuvius, een fraaie windmolen, type paaltjasker, van eind 19e eeuw. Hij doet nu dienst als inmaler van het natuurgebied. Een paaltjasker is verrassend klein: vier wieken op een stevig onderstel, meer is het niet. Het is dan ook een van de kleinste windmolens van ons land. Dit type windmolen werd in Friesland ontwikkeld. Bij dit exemplaar ontbreken echter momenteel de wieken. Stobbepoel is ook het brongebied van de Linde. Het schone water van het Drents plateau komt hier uit de bodem en stroomt door de Linde naar het westen.

Qua lengte staat het Tjongerkanaal met 26 kilometer als laatste in de Kanalen Top 5 per provincie. Het Tjongerkanaal is het gekanaliseerde deel van de rivier de Tjonger of Kuinder. De Opsterlandse Compagnonsvaart staat met een lengte van 29 kilometer op de vierde plaats. De Tjonger gaat bij Oosterwolde over in de Opsterlandse Compagnonsvaart. Bij 22 kruist de route het Tjongerkanaal. Hier staat een prachtig kunstwerk, de Tjonger kano: een grote, rechtopstaande metalen kano met opschrift: René de Boer 2007. Verder geen informatie. Gewoon dat prachtige kunstwerk op de brug naast het kaarsrechte kanaal.

Donkerbroek is een van de oudste nederzettingen van deze streek. Van oorsprong was het een Drents dorp. De Laurentsjerke (protestantse kerk) met de dubbele klokkenstoel en het intieme begraaplaatsje zijn een bezienswaardigheid en een heerlijke plek om even af te stappen en rond te kijken.

Aan de zuidkant van Donkerbroek ligt op loopafstand het Landgoed Ontwijk, dat op een klein oppervlak een verrassend grote diversiteit aan landschappen laat zien. Er is bos, heide en veen. De bruine en de groene kikker wonen hier. De bruine kikker leeft niet in het water maar onder struikgewas, op vochtige plekken. Alleen als het heel warm is en voor de voortplanting gaat hij te water. Er zijn drie soorten groene kikkers die niet makkelijk te onderscheiden zijn. In de paartijd is er echter een handig trucje: de meerkikker lokt vrouwtjes met een heel ander kikkerconcert dan de poelkikker. De bastaardkikker husselt die twee geluiden door elkaar, zodat zijn lokroep toch weer wat op die van de poelkikker lijkt. (De ingang van Landgoed Ontwijk bevindt zich aan de Vaart Westzijde.)