Oostermaatroute

Nederland, Overijssel, Heeten

93
92
94
95
58
05
15
04
16
84
98
88
87
89
79
70
92
93

Het gebied waar deze route door­heen voert, wordt doorsneden door talloze waterlopen die ontsprin­gen aan de voet van de Sallandse Heuvelrug. Deze beekjes kronkel­den vroeger door de lager gelegen gebieden, maar zijn in de 19e eeuw allemaal gekanaliseerd voor de ontginning van de heidevelden. Op de drassige broeklanden was landbouw moeilijk, vandaar dat ze vaak werden gebruikt om er bos op aan te leggen. Een voorbeeld daarvan is Landgoed 't Oostermaet, dat doorsneden wordt door de Soestwetering.

In het nog jonge plattelandsdorp Heeten zijn in 1994 uitzonderlijke sporen van vroege bewoning gevonden. Bij opgravingen in de wijk Hordelman werden onder een oude, met plaggen opgehoogde akker de overblijfselen blootgelegd van een Germaanse nederzetting uit de 3e eeuw van onze jaartelling met resten van honderden ijzerovens en smederijen. Het ijzer werd gesmolten uit moerasijzererts (ijzeroer) dat in de omgeving te vinden was. Daarvan werden ter plaatse wapens vervaardigd.

Karakteristiek voor dit gebied zijn de vele buurtschappen die in een halve cirkel rond Deventer liggen, zoals Okkenbroek, Lettele en Linde. Het waren van oorsprong groepjes boerderijen gelegen rondom enken of essen. Essen zijn hoger gelegen zandruggen die door hun betere afwatering bij uitstek geschikt zijn voor de landbouw. De meeste boerderijplaatsen zijn eeuwenoud, wat soms nog te zien is aan de gebouwen. Veel van deze landerijen waren eigendom van gast- en weeshuizen, kloosters, kerken en rijke kooplieden uit de stad Deventer. Ze worden tegenwoordig beheerd door Stichting IJssellandschap.

Rondom adellijke huizen in Salland ontstond meestal een landgoed, maar op ’t Oostermaet zult u tevergeefs naar zo’n landhuis zoeken. Op kaarten van omstreeks 1600 was het huidige, 300 ha grote landgoed nog een langgerekt moerasgebied. ’t Oostermaet was vanaf de middeleeuwen eigendom van het Heilige Geest Gasthuis in Deventer. In de bodem zat veel ijzeroer dat werd uitgegraven en verkocht aan ijzergieterijen in Deventer. Op de uitgegraven stukken werden dennen geplant en later loofhout.

Het landgoed werd rond 1900 aangekocht door de rijke jurist mr. Abraham Capadose, die er een groot jachtterrein van maakte. Hij plantte daarvoor rododendrons aan, waarin wild dekking kon zoeken. Om de afwatering te verbeteren werden in het moerassige gedeelte zogenaamde singels gegraven. Met de grond, die daarbij vrij kwam, werden de tussenliggende strookjes grond opgehoogd en voornamelijk met eiken werden beplant. Dergelijke opgehoogde stroken heten rabatten. Ook de grote laan die het landgoed doorsnijdt, werd rond 1900 aangeplant. Zo ontstond een van de grootste bosgebieden van Salland. In de maand juni zijn de bloeiende rododendrons van ’t Oostermaet een bezienswaardigheid.

Het 19e-eeuwse Overijsselsch Kanaal met zijn ophaalbruggen en bijbehorende brugwachterswoningen is een markant en rechtlijnig element in het oude hoevelandschap van Midden-Salland. Dit kanaal, dat met veel mankracht en ‘met de hand’ werd gegraven, gaf Deventer vanaf 1858 een betere verbinding met Zwolle en de Zuiderzee dan de Regge en de Vecht met hun vele bochten en wisselende waterstanden. Om bij de aanleg van het kanaal kosten te besparen, werden her en der in Nederland afgedankte bruggen gekocht. Vandaar dat geen twee bruggen hetzelfde zijn.