Lekenroute

Nederland, Noord-Holland, Schellinkhout

62
80
09
67
65
66
82
83
84
85
55
54
87
86
81
64
63
62

De Kromme Leek is van oorsprong een veenriviertje (leek) dat het gebied ontwaterde. Hier lag een uitgestrekt moerassig veengebied dat rond het jaar 1000 al grotendeels was ontgonnen. Vanaf een ontginningsbasis groeven de eerste boeren sloten het veen in. Deze verkaveling en de lintdorpen zijn de enige restanten van het vroegere cultuurlandschap. In de loop der eeuwen verdween namelijk het veen door inklinking en oxidatie; bovendien ontstonden bij ruilverkavelingen nieuwe landschappen.

Het IJsselmeerdorp Schellink­hout is een oude veenontginning. Langs de Dorpsweg staan veel stolpboerderijen, waarvan verschil­lende met pannenspiegel (gegla­zuurde pannen, zonder rietbedek­king) die diende om het regenwater op te vangen.

Het lijkt wel of de Zuiderdijk – onderdeel van de Westfriese Om­ringdijk – aan de binnenkant ‘lek’ is. Onderaan liggen brede sloten en waterplassen: oude ‘kleiputten’ die zijn uitgegraven bij dijkonderhoud en -herstel. De grootste kleiput is het meer achter de dijk in Polder De Nek, ontstaan bij dijkherstel na de watersnoodramp in 1916. Nu is het een natuurgebied.

Langs de Zuiderdijk ligt nog bui­tendijks land, het ‘voorland’. Het herinnert aan een oude gewoonte om een dijk altijd een stukje landin­waarts aan te leggen, omdat de dijk dan beter beschermd was tegen de aanstormende golven. Soms sloeg de zee het voorland weg. Om een nieuw stuk voorland te krijgen, moest de dijk dan landinwaarts ver­legd worden. Zo ontstonden de scherpe knikken in de Zuiderdijk. Halverwege ligt nog een vluchtha­ven, een oude vissershaven van vóór de Afsluitdijk. Het is nu de thuishaven van de reddingsdienst.

Vanaf de dijk ziet u het kerkje, de huizen, het rietland en de oude veenverkaveling van Oosterleek, dat, net als Schellinkhout, op een slingerende kreekrug ligt.

De karakteristieke lintbebou­wing van dorpen als Oosterblok­ker, Westwoud, Zwaagdijk, Hau­wert, Oostwoud en Midwoud (met mooie kerkjes, stolpen en landhui­zen) zorgt voor de oude lijnen in een verdwenen veenlandschap. Lange rechte kavels strekten zich achter de boerderijen uit, het ont­gonnen veenmoeras in. Op veel plekken zijn ze vervangen door effi­ciënt te bewerken blokkavels. De Kromme Leek, die zorgde voor de afwatering van de Baarsdorper­meer, valt in dit moderne landschap nauwelijks op.

Op het houten bruggetje (bij knooppunt 55) met zicht op de slingerende kreek, het kerkje en de huizen van Oost­woud, waant u zich in een wadden­landschap. Wie goed kijkt ziet lichte golvingen in de weilanden. Een stukje van het karakteristieke West­Friese krekenlandschap is hersteld door een weiland onder water te la­ten lopen. Het Egboetswater be­staat uit water, bos en weide en is als foerageer-, vlucht- en rustplaats geliefd bij (water)vogels. De ecolo­gische oevers zorgen voor een na­tuurlijke barrière tussen water en agrarisch land.

Tussen knooppunt 81, 64 en 63 verwijzen de straatnamen naar een oud veenriviertje: Noorderdracht en Zuiderdracht. De slingerende weg met maar liefst 33 bochten (!) waar u na knooppunt 63 over fietst, ligt op de wat hoger gelegen kreekrug van dit verdwenen veenstroompje, de Drachte (Drecht, Dregt).