Leenderbosroute

Nederland, Noord-Brabant, Waalre

45
91
44
69
63
71
60
23
66
79
52
20
80
53
55
96
02
93
01
45

Het lijkt soms of schaalvergroting in de landbouw nog geen vat op het landschap heeft gehad. Onder de rook van Eindhoven en vlak bij de Poot van Metz met zijn dagelijkse files liggen nog enkele stukjes oud-Brabant. Wie door de gehuchten Loon, Achtereind of De Heuvel fietst, stelt zich moeiteloos voor hoe het gebied er zo'n 200 jaar geleden uitzag. U fietst ook door de beekdalen van de Tongelreep en de Dommel. Het zuidelijk deel van de route loopt langs het op sommige plaatsen stille Leenderbos.

De situatie na de Venbergse watermolen kan wat onduidelijk zijn. Na het oversteken van de (drukke) Luikerweg gaat u aan het einde van het fietspad linksaf de Venbergseweg op en pas dan ziet u het volgende bordje: rechtdoor richting knooppunt 93.

Terug naar de parkeerplaats
Net voor het einde van de route komt u bij een routebord dat wijst naar de knooppunten 61, 91 en 94. Sla hier linksaf richting knooppunt 61. U rijdt over de Heikantstraat en komt zo langs de parkeerplaats. Pas na 500 m komt u weer bij knooppunt 45, het officiële begin- en eindpunt van de route.

Ten zuidwesten van Waalre staat langs de dalflank van de Dommel een gerestaureerde volmolen. Met een volmolen werd gevold, een begrip uit de wolindustrie. Het vollen beoog­de wollen weefsels in één te werken of te vervilten. Hiermee werd de stof dichter, zwaarder en beter bestand tegen slijtage. Het vollen in de watermolen ge­beurde met stampers welke door waterkracht opgeheven werden en vervolgens in de vol­kom vielen. Tegenwoordig wordt de molen ook – op bescheiden schaal – gebruikt voor het opwekken van energie. Hiermee worden circa 15 huishoudens van groene stroom voorzien.

Waterplas De Meeris, ook wel bekend als het Gat van Waalre, bevindt zich ten noorden van Waalre. Deze plas van 15 ha is in de jaren zestig ont­staan door zandwinning. Met het zand is onder meer het verkeers­plein De Hogt aangelegd. In de diepe zoetwaterplas oefenen nu de lokale duikvereniging en de duikteams van de politie en de brandweer. In de rietbegroeiing leven onder meer baars, snoek en soms ook paling.

Het Meeuwven ligt net buiten Aalst, aan de Hutdijk. Het is een voedselarm ven dat afhankelijk is van regenwater. Na een droge zo­mer staat het dan ook bijna leeg. De naam heeft niets te maken met zeevogels, maar dankt het ven aan een verbastering van ‘Nieuwven’. Voor de Napoleontische tijd was dit de naam van het ven. Mogelijk is door een verschijving van de cartograaf de naam veranderd.

Het Leenderbos is een wandel- en fietsgebied bij uitstek. Het ligt op een hoge zand­rug tussen de beken Tongelreep (in het westen) en Strijper Aa (in het oosten). Begin 20e eeuw bestond het Leenderbos vrijwel geheel uit heide en stuifzanden. Omstreeks 1936 was het grootste deel van het gebied door de staat aangekocht, met het doel het gebied groten­deels in bos om te zetten. De we­gen die door het Leenderbos lopen zijn niet volgens het toen gebruike­lijke rechthoekpatroon aangelegd. Men nam de reeds aanwezige, kronkelige zandwegen als uit­gangspunt. Het aldus ontstane bos met de grillige indeling maakt het tegenwoordig tot een aantrekkelijk wandelgebied.

De Venbergse Watermolen aan de Dommel werd voor het eerst vermeld in 1227 als eigendom van de abdij van Postel. Deze norbertij­nenabdij werd in 1140 gesticht door ridder Fastradus van Utwich. Zijn bedoeling was het klooster in dienst te stellen van de zedelijke en stoffelijke verheffing van de arme bewoners van de streek. Bovendien was het een rustplaats voor reizigers. Om een rendabele exploitatie van de watermolen te garanderen waren de boeren uit de omgeving verplicht hier hun graan te laten malen bij deze ‘dwangmolen’.

Het dorp Dommelen kreeg lan­delijke bekendheid dankzij zijn bierbrouwerij.