Huinerbroekroute

Nederland, Gelderland, Voorthuizen

25
83
94
06
68
19
60
36
37
04
03
02
01
07
48
49
21
25

Een fietsroute zonder grote hoogtepunten, maar landschappelijk opvallend afwisselend: houtsingels, akkers, weiden, bosschages, mooie boerderijen en - helaas - ook complete recreatiedorpen. Een paar keer voert de route tussen of langs kleine heidevelden, restanten van de grote heide, die zich vanaf hooggelegen delen van de Veluwe uitstrekte naar de natte kwelzones rondom. Regenwater dat op de Veluwe valt, komt tientallen jaren later aan de oppervlakte in kwelgebieden zoals Huinerbroek. De Huinerwal, het Huinerkerkpad en uiteraard Huinen herinneren aan het veen dat hier ontstond. Huinen komt van het oud-Nederlandse hun(e), wat veenkleurig of bruin betekent.

NB: dicht bij het startpunt ligt Recreatieplas Zeumeren met een grote parkeerplaats, waar u betaald kunt parkeren (dagkaart).

Bij de aanleg van de A1 (1970) was zand nodig voor weglichamen. Daardoor ontstonden waterplassen, nu recreatiegebieden, zoals Zeumeren. Ruim 30 ha water en 750 m strand – met kiosken voor ondermeer frisdranken – maken een verkwikkende duik mogelijk.

Uit onderzoek blijkt dat de gemiddelde Nederlander het liefst op de Veluwe zou wonen als hij vrij kon kiezen. Onmogelijk, bijbouwen op natuurgebied de Veluwe mag nagenoeg nergens. Vandaar de groei van terreinen met recreatiewoningen direct rond de Veluwe. Voorthuizen spant daarbij de kroon: je fietst langs complete recreatiedorpen. Waar niet gebouwd mag worden staan caravans van zeventig vierkante meter of groter.

Over de Veenwaterweg rijdt u naar Veenhuizerveld. Ook hier was de kwelwaterstroom duizenden jaren achtereen zo groot, dat de vegetatie bleef groeien. Afgestorven materiaal veranderde in dikke veenpakketten; voor een nederzetting de verkeerde plek. Veenhuizerveld ontstond daarom pas in de afgelopen eeuw, toen de afwatering functioneerde.

De hele route voert door een voormalig gletsjerbekken uit de derde ijstijd (180.000-120.000 jaar geleden). Na het smelten van het ijs bleef een laagte achter van tientallen meters diep, nu bekend als de Gelderse Vallei, die werd opgevuld met veen en stuifzand. Eerder reed je door een veengebied; hier liggen prachtige dekzandruggen. Waar het Huinerkerkpad zich losmaakt van de Knapzaksteeg klimt het pad tegen een relatief steile dekzandrug op.

In dit hele gebied domineert één boerderijtype, de Saksische hallenhuisboerderij. Aan de buitenzijde is niet zichtbaar dat de boerderij uit twee helften bestaat: woonhuis en dierenvertrek, gescheiden door een rechte muur over de hele breedte en hoogte. Links en rechts zie je twee fraaie voorbeelden. Een kilometer verder, na een haakse bocht naar links, herinnert een houten schaapskooi aan verdwenen heidevelden.

De route doorkruist enkele overgebleven heidegebieden; nooit ontgonnen doordat ze een paar meter lager liggen dan de omgeving en erg drassig zijn. Zure regen bevat veel stikstof, waardoor de vergrassing hier extreem is; de heide is nagenoeg verdwenen.

Korenmolen De Hoop staat hier sinds 1888 en stond voordien vermoedelijk in de omgeving van Zwolle, als oliemolen. De achtkante stellingmolen, met een vlucht van ruim 23m, was jarenlang in slechte staat, buiten gebruik. Een ingrijpende restauratie, voltooid in 2005, werd betaald door de gemeente Nijkerk en de provincie. Veel begroeiing rondom werd verwijderd. De Hoop is weer bedrijfsklaar en puntgaaf. Open op zaterdag. Overigens hebben tachtig molens in Nederland dezelfde naam.

Ook erg gaaf: het buurtschap Appel. Over stille autowegen en zandpaden fietst u langs fraaie boerderijen, waarvan er veel zijn verbouwd tot woonboerderij. Weitjes, akkertjes, stukken bos, mooie bebouwing; zo mooi kan de Gelderse Vallei zijn.