Holtveenroute

Nederland, Drenthe, Spier

44
46
96
95
83
57
56
55
82
53
54
59
58
32
43
44

Nationaal Park Dwingelderveld bestaat voor ruim driekwart uit bos, heide, stuifzanden, water en veen. Een van de mooiste veengebieden is het Holtveen, een natte strook waar talrijke vogels broeden. Het sluit aan op de Kraloër Heide, die samen met de Dwingelose Heide het grootste heideveld van Nederland vormt. Buiten de grenzen van het nationale park voert de route door het Drentse esdorpenlandschap. Vlak rond dorpen als Ruinen en Ansen liggen de hooggelegen bouwlanden, de essen, de lage beekdalen werden gebruikt als gras- en hooiland.

Aan het stijgen en dalen van het pad is goed te merken dat hier oorspronkelijk stuifduinen lagen. De meeste duinen zijn bebost, maar bijvoorbeeld op het Lheebroekerzand is nog wat zand en heide overgebleven. Bijzonder zijn hier de jeneverbesstruiken, waarvan de bessen werden gebruikt om jenever te kruiden (zo kreeg de sterke drank ook zijn naam). Omdat de zaden van de jeneverbes alleen kunnen ontkiemen in open stuifzanden, vindt er nauwelijks verjonging van de struiken plaats. De jeneverbes is dan ook de enige beschermde boomsoort in Nederland.

De radiotelescoop aan de rand van het heideveld was bij de ingebruikname in 1956 de grootste ter wereld. De schotelantenne heeft een diameter van 25 m en diende om radiosignalen uit de ruimte op te vangen. Zo zijn onder meer twee kleine sterrenstelsels ontdekt. Inmiddels wordt de radiotelescoop niet meer voor wetenschappelijke doeleinden gebruikt, maar het blijft een markante blikvanger.

Staande op het Dwingelderveld krijgt je een indruk hoe een groot deel van Drenthe er in de 19e eeuw uitzag. Het was een eenzaam en verlaten landschap met hier en daar wat jeneverbesstruiken of een verdwaalde eik. Dit heidelandschap ontstond deels door menselijke activiteiten. Vroeger begraasden enorme schaapskudden van de Drentse boeren dit gebied, waardoor de grond steeds ‘armer’ werd. Gras en bomen kregen geen kans meer en de heide nam de overhand. Soms verdween ook de heide en kon het zand in de ondergrond gaan stuiven. Met de introductie van de kunstmest kon men van de voedselarme heide weer vruchtbare landbouwgrond maken. Zo verdween in de loop van de tijd het grootste deel van de Drentse heide.

Het huidige Dwingelderveld is het grootste overgebleven natte heidegebied van West-Europa. Dankzij de hoge waterstand zijn er veel vennen, die voor een grote diversiteit aan flora en fauna zorgen.

Twee schaapskuddes voorkomen dat het heideveld dichtgroeit met struiken en bomen. Het gaat om Drentse heideschapen, herkenbaar aan hun lange wollige staart. De Ruiner kudde overnacht in de schaapskooi aan de zuidkant van het heideveld, waar ook een informatiecentrum over de kudde is ingericht. Fiets je bij knooppunt 57 rechtdoor, dan kom je bij Bezoekerscentrum Dwingelderveld. (open: apr.-sep. dag., nov.-mrt. wo-zo).

De statige middeleeuwse kerk aan de brink van Ruinen was oorspronkelijk de abdijkerk van het benedictijnenklooster van Ruinen. De kerk heeft een voor Drenthe unieke houten kapconstructie, die oogt als een omgekeerd Vikingschip.

Een vogelkijkwand biedt zicht op het Holtveen, maar vanaf het fietspad zijn nog veel meer vogels te zien. Het Holtveen is een smalle, natte strook veen waar op kleine schaal turf is gestoken. Verderop, aan de andere kant van het pad, is een nieuwe laagte ontstaan door het kappen van bos en het weghalen van de vruchtbare bovenlaag.