Hoevenlandschap bij Winterswijk

Nederland, Gelderland, Winterswijk

14
20
22
16
32
45
11
10
09
08
07
14

Ten oosten van Winterswijk ligt een eeuwenoud hoevenlandschap. Hier zijn nog veel scholtenboerderijen bewaard gebleven. Her en der verspreid liggend en vaak gebouwd in de kenmerkende Saksische stijl geven zij het landschap een schilderachtig karakter. Vriendelijk ogende heggen dienen als perceelafscheiding en houtwallen houden het vee in de wei. Je voelt je haast een paar eeuwen teruggeplaatst in de tijd. Die illusie wordt alleen doorbroken door de moderne landbouwmachines die soms langsrijden. Dichter bij Winterswijk getuigen enkele oude bleekvelden nog van de ooit in het dorp bloeiende textielindustrie.

Fietsen langs landschapselementen
Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op deze website kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

Start bij het station Winterswijk en steek rd over, Y72713 ri Centrum VVV, Spoorstraat. Kruising ra, ‘Doorgaand verkeer’, Roelvinkstraat. Je zit nu op de route naar knooppunt 20.

Alternatieve start met parkeerplaats: TOP Sevink Mölle, Meddoseweg 40, 7104 AA Winterswijk Meddo, GPS: 51.997075, 6.721891; pak de route op door vanaf de P op fietspad la te gaan, even verderop bordje la naar knooppunt 7.

Fiets naar 20. Ga daar voor het bleekveld even ra richting 21, Badweg en la, Ten Houtenlaan. Links ligt Havezathe Plekenpol. Zet bij het 2e hek van Plekenpol de fiets neer en wandel over het bospad lang de beek naar het bleekveld. Loop en fiets terug naar knooppunt 20 en ra naar 22.

Fiets naar 22 (steengroeve) en16. Net voor 16 ligt links de scholtenboerderij Dunnewick.
Ga voor de scholtenboerderijen rond Ratum bij 16 richting 10 (i.p.v. 32). La over de Rotweg, op huisnr. 8 ligt de hoeve De Borg. Scherp ra ri 10, Ratumseweg. Waar het volgende bordje la wijst, rd blijven rijden. Op Ratumseweg 26 ligt hoeve Oelewijk (rechterhand), verderop ligt op huisnr. 31 scholtenboerderij Boeijink (linkerhand), een grote herenboerderij met schuren en hertenkamp. Kort daarna ligt rechts (net voor zendmast) een houtsingel van eikenbomen. In Ratum kruising ra, Raetmansweg. Kruising rd voor scholtenboerderij Willink (Steengroeveweg 52) met de Willinkbeek en meidoornhagen. Fiets weer terug naar de kruising en ga ra. Je bent weer op de route naar knooppunt 32. Rijd voor bezichtiging van de hoeven Onnink (Onninkweg 2, rechts van het pad) en Leeferdink (Leeferdinklaan 2) de eerstvolgende twee zijwegen in.

Fiets naar 32 en dan naar 45. Onderweg kom je nog twee monumentale scholtenboerderijen tegen: Hesselink (Hesselinkweg 2), nu in gebruik als woonzorgcomplex, en Leessink (Ratumseweg 42).

Fiets naar 45-11-10.
Ga na knooppunt 10 even ra (Kremerweg 1) voor de bezichtiging van scholtenboerderij ’t Kossink met korenspieker. Fiets verder naar knooppunt 9. Rijd voor hoeve Kortschot (nu camping) even verder over de Vredenseweg waar de route ra gaat.

Fiets verder naar 9 en 8.
Net na knooppunt 9 passeer je de Ratumse Beek. Aan je rechterhand ligt midden in het weiland een met een rij bomen afgebakend perceel: het voormalige bleekveld.

Fiets naar 8-7-14 en dan nog even kort richting 20. Sla op de Roelvinkstraat op de kruising ra, Spoorstraat, terug naar het station.

In Winterswijk werd in de 17e eeuw al een weversgilde opgericht, het Sint-Michaëlsgilde. Er werd in de omgeving veel vlas geteelt en gesponnen. Dit garen werd door kleine zelfstandige wevers in de buurtschappen rond Winterswijk vanuit huis op hun eigen weefgetouwen tot lappen verwerkt. Er was dus al vroeg een textieltraditie in deze streek.

Eind 19e eeuw zorgde de introductie van de stoommachine voor een aanzienlijke groei van de bedrijfstak. Er ontstonden een aantal grote textielfabieken, die veel nieuwe inwoners naar Winterswijk trokken. De ondernemersfamilie Willink verrijkte het textieldorp zowel met een spoorlijn als met het nieuwe product tricot.

Plekenpol is een voormalige havezate. Van de middeleeuwse gebouwen is niets meer over, maar er zijn nog wel oude grachten en lanen aanwezig. Bij de toegangshekken staan twee fraai bewerkte hardstenen schamppalen, die op de rijksmonumentenlijst staan.

Een tweede paar hekken leidt via een paadje langs de Slinge naar de oude bleekvelden. Op deze grasvelden werden stroken stof in de zon gebleekt voor de textielindustrie. Dit gebeurde zelfs na de Tweede Wereldoorlog nog, maar de hoogtijdagen waren rond 1880. In die periode maakten maar liefst vier Winterwijkse firma’s gebruik van dit terrein. Van het grote bleekhuis, staan de twee schoorstenen nog fier overeind. Ook het stelsel van smalle slootjes tussen de bleekvelden is nog zichtbaar. Het water werd vanuit de slootjes met een zogeheten ‘geteklomp’ – een overmaatse pollepel – over de lappen gegoten om het bleken te bevorderen.

De huidige boerderij aan de Stemerdinkweg 3 is in de tweede helft van de 19e eeuw gebouwd. Zijn voorganger ‘Staemerd’ was de hoeve van het scholtengeslacht Stemerdink, die hier al vanaf de 17e eeuw woonden. Uit oude documenten blijkt dat de Stemerdinks –zoals de meeste scholten rond Winterswijk – horig waren aan het Stift van Vreden in Duitsland. Dit vrouwenklooster viel onder het bisdom Münster en bezat veel grond in deze regio. Het klooster oefende de landsheerlijke macht uit via een ‘scholte’, het Saksische woord voor schout of meier. Deze welgestelde boer zorgde voor het beheer van de landerijen en de bossen, en inde de pachten en de heerlijke belastingen en handhaafde de orde. Als vergoeding ontving de scholte een deel van de opbrengst.

Op Horstweg 10 staat het rijksmonument Hilbelink. Deze statige scholtenboerderij uit de tweede helft van de 19e eeuw is gebouwd als hallenhuisboerderij van het langsdeeltype. Hierbij fungeert het voorste deel als woonhuis. Aan de achterzijde bevinden zich grote schuurdeuren waardoor de oogst naar binnen werd gereden.

Bijzonder is het bijbehorende oude passantenhuisje, dat rechts aan de driesprong staat. Een passantenhuis bood tijdelijk onderdak aan kooplieden of andere reizigers. Het lage huisje is in traditionele vakwerkstijl gebouwd, met een houten balkstructuur als basis.

Vlak bij de buurtschap Ratum ligt een steengroeve uit 1932 die nog steeds in gebruik is. Er wordt kalksteen gewonnen – een grondstof voor asfalt en kunstmest. Het is een bijzonder gebied, omdat hier dankzij een plooiing in het aardoppervlak verschillende oudere gesteentelagen omhoog zijn gestuwd. Daardoor zijn hier veel fossielen gevonden uit het Trias, zo’n 240 - 236 miljoen jaar geleden. Er zijn veel fossiele schelpen gevonden, maar ook pootafdrukken en botresten van sauriërs uit die periode. De in onbruik geraakte twee oostelijke groeven zijn nu beschermd natuurgebied met een bijzondere flora en fauna. Zo broedt hier al jarenlang een paartje oehoes – de broedtijd was tussen 2012 en 2015 zelfs online te volgen via de webcam (zoek op ‘volg de oehoe’).

Rondom Ratum zijn veel scholtenboerderijen of scholtenhuizen bewaard gebleven. De scholten bewoonden vaak grote boerderijen met op de uitgestrekte gronden een aantal pachtboerderijen. Nadat rond 1820 het bisdom Münster zijn heerschappij over de Achterhoekse goederen verloor, veranderden de verhoudingen. Waren de scholtenboeren eerder vooral rentmeesters, nu werden zij steeds vaker eigenaar van het door hen beheerde gebied. Macht en aanzien namen toe. Als grootgrondbezitters behartigden zij op de markevergaderingen vaak de belangen van hun gehele buurtschap van pachters. Als beheerders van zowel landbouw- als jachtgronden en bossen drukten zij een stevig stempel op het landschap.

Erve Boeijink (Ratumseweg 31) is een mooi voorbeeld van een zich steeds verder uitbreidende scholtenhoeve. Het belangrijkste gebouw is een T-boerderij, een variant op de hallenhuisboerderij met een dwars op de kopse kant gebouwd herenhuis. Dergelijke voorname voorhuizen raakten in de tweede helft van de 19e eeuw in zwang. Dit huis is in 1891 gebouwd en gaf uiting aan de status van deze belangrijke scholtenfamilie. Het complex omvat verder een zeldzame oude korenspieker en een grote dubbele vrijstaande schuur in Saksische stijl.

Voor de komst van het prikkeldraad werd het vee op een natuurlijke manier binnen de weilanden gehouden door het aanplanten van houtsingels. Ook fungeerden de houtsingels als perceelscheiding. Zo’n houtsingel bestond uit een (dubbele) rij bomen, aangevuld met struiken, en had als bijkomend voordeel dat je ook meteen brand- of geriefhout teelde. Een slim systeem van snoeien en kappen zorgde ervoor dat er altijd hout van verschillende leeftijd en dikte beschikbaar was voor het boerenbedrijf.

Scholtegoed Willink was een grote en belangrijke scholte. In tegenstelling tot de meeste scholten rond Ratum, behoorde het niet tot het Stift van Vreden, maar tot het hof van Bredevoort. De invloed van deze scholte op het landschap blijkt uit de naar het goed vernoemde beek. Die is deels natuurlijk, maar ook deels gegraven, dwars door de fossiele kalksteenlagen van het Trias heen. Let aan de voorzijde van de boerderij ook op de klassieke meidoornhagen. Die werden vroeger vaak gebruikt als natuurlijke afrastering en bepalen mede het beeld van het beroemde coulisselandschap van de streek.

De scholtenboeren waakten ervoor hun bezit niet te laten versnipperen. Zo trouwden ze vooral ‘onder elkaar’ en bij overlijden erfde de oudste zoon het hele goed. Met de invoering van het Burgerlijk Wetboek in 1838 veranderdat. Men was verplicht om ieder kind een deel te geven, waardoor er meer herenboeren op kleinere stukken grond kwamen. Veel van de huidige hoeven stammen uit die nieuwe periode.

Zo niet deze twee fraaie 18e eeuwse scholtenboerderijen die zeker de moeite waard zijn om even de oprijlaan voor in te fietsen. Boerderij Onnink is een Saksische hoeve met een kenmerkend pannen zadeldak. Het houten voorschot is roodgeverfd, kenmerkend voor het oostelijk deel van de Achterhoek. De verf werd vroeger gemaakt door het vermengen van ijzeroer met biest. Op het erf staat verder nog een wagenschuur en een wevershuisje.
Een oprijlaan verder ligt Erve Leeferdink. Het woonhuis uit 1783 heeft een aangebouwde schuur uit 1881. Ertegenover staat een vrijstaande schuur of ‘schoppe’ die nu in gebruik is als kunstatelier.

Scholtenboerderij Hesselink (Hesselinkweg 2) laat mooi de ontwikkeling van hallenhuis tot T-boerderij zien. Het oorspronkelijke hallenhuis werd halverwege de 19e eeuw gebouwd. In 1887 kwam er een nevenschuur bij, die tegen de boerderij werd aangebouwd. Tot slot werd in 1909 het hoofdhuis verbouwd en voorzien van een blokvormig voorhuis, met voorname details die aan een stedelijk herenhuis doen denken.

Ook het even verderop gelegen Leessink (Ratumseweg 42) is een hallenhuisboerderij. Gebouwd in 1857, waarschijnlijk als vervanging van een oudere boerderij. Bijzonder is hier de rijke detaillering van de voorgevel met siermetselwerk. Opvallend is de aangebouwde nevenschuur, die een voor een varkensstal (!)ongebruikelijke mate van versiering bezat. Het toont de behoefte aan het uitdragen van status, nu de vrije scholten niet langer horig waren aan het Stift van Vreden.

Deze deels 18e- en deels 19e-eeuwse hoeve is mooi, maar echt bijzonder is de prachtig oude korenspieker. De 17e-eeuwse graanopslag is gebouwd in vakwerk, heeft een rode houten puntgevel, oude kozijnen en luiken en ramen met oorspronkelijke roedenverdeling. Het is een van de weinige bewaard gebleven korenspiekers van ons land en rijksmonument.