Het rivierenlandschap van de IJssel

Nederland, Overijssel, Zwolle

11
19
20
08
07
15
06
42
25
21
28
50
12
37
53
73
50
47
01
16
24
23
14
13
12
11

De grootste rivier van Overijssel is de IJssel. Al in een ver verleden bleken zowel de hooggelegen oeverwallen dicht bij de rivier, als de laaggelegen natte gronden in het achterland aantrekkelijke factoren om er te gaan boeren. Met grote daadkracht en inventiviteit ontwikkelde de middeleeuwse boer een bemestings- en afwateringssysteem dat het landschap bij de IJssel tot op de dag van vandaag uniek maakt. Laat je op deze tocht meevoeren door een eeuwenoud cultuurlandschap waarin de omgang met het water de hoofdrol speelt.

Fietsen langs landschapselementen
Deze route is onderdeel van een serie fiets- en wandelroutes langs verschillende landschapselementen. Het Nederlandse landschap is een echt cultuurlandschap. Door de eeuwen heen veranderde de mens de natuur, bedoeld en onbedoeld. Die ingrepen in het landschap vertellen veel over het verleden. Op deze website kun je meer lezen over deze leestekens en over waar je ze kunt zien.

Extra routeaanwijzing
Even voorbij knooppunt 19 ontbreekt een bordje. Volg de IJsselcentraleweg, ga het spoor over en ga direct over het water rechtsaf (Hoog Zuthemerpad).

Start bij landgoed Windesheim en knooppunt 11. Fiets naar 19-20-8-7. Ga bij 7 richting 15. Houdt op de tweesprong (Hoge Bosweg-Zuthemerweg) links aan. Ga de brug over, volg de Zuthemerweg over de Zeedijk en landgoed Den Alerdinck. Ga op de kruising met Colckhof rechtsaf. Fiets terug naar de hoofdroute bij 15.

Fiets naar 6-42-25. Ga bij 25 rd richting 24 voor Kasteel Nijenhuis. Bij het kasteel het pad scherp naar links volgen. Fiets terug naar Schaarshoekweg en ga hier rechtsaf. Je bent terug op de hoofdroute.

Fiets naar 21-28-50-73-53-37-12-50-47-1-16. Ga bij 16 rd richting 36, om een stukje over de Kappeweg te rijden. Steek de Oude Wetering over en ga ra, Liederholthuisweg. Ga bij knooppunt 23 la. Je rijdt nu op de Bemmelerstraat en bent terug op de hoofdroute.

Fiets naar 14-13-12 en terug naar 11.

Het landgoed Windesheim ligt op een rug in het stroomgebied van de IJssel. Ten westen van Windesheim stroomt de rivier en liggen de uiterwaarden. Oostelijk ervan liggen de laaggelegen komgronden. Het landgoed zelf is ongeveer 570 hectare en voor het grootste deel in gebruik voor de landbouw. Het eigenlijke Huis Windesheim werd in de Tweede Wereldoorlog door brandbommen verwoest. De ruïne is nu een rijksmonument, evenals het park en diverse andere gebouwen op het terrein.

Voorbij Windesheim heb je een prachtig uitzicht over het stroomgebied van de IJssel. Het fietspad volgt de hoge winterdijk van de rivier. Deze dijk is in principe in staat om de hoogst voorkomende vloeden te keren.

De zomerdijk, die je dichter bij de rivier ziet liggen, is veel lager. Deze is aangelegd om het land dat vlak langs de rivier ligt in de zomermaanden droog te houden. Boeren kunnen het in die periode als weiland voor hun vee gebruiken. ’s Winters mag de zomerdijk overstromen. Fietsend over de hoge dijk heb je links van je, bij de rivier, de zomerdijk vaak in het vizier. Het beste zichtbaar is hij aan het einde van het fietspad over de winterdijk.

Links van de winterdijk tref je een markante stenen paal aan met letters en cijfers erop. Het is een hoefslagpaal. Vanaf het moment dat er in het rivierengebied dijken werden aangelegd, realiseerden de bewoners zich dat goed onderhoud van levensbelang was. In het verleden waren hier veel partijen bij betrokken. Iedereen die onderhoudsplichtig was, kreeg een of meerdere dijkvakken toegewezen. Deze dijkvakken werden hoefslagen genoemd. Om de onderhoudsvakken duidelijk te markeren werden hoefslagpalen geplaatst, met daarop letters en/of cijfers die verwezen naar de hoefslagplichtige. Als gevolg van onder meer de dijkverzwaring zijn in de loop van de tijd veel hoefslagpalen verdwenen, maar langs de IJssel zijn nog enkele unieke exemplaren te vinden.

Het gebied waar je doorheen fietst kent een uniek stelsel van weteringen en vloedgraven. Over de vloedgraven verderop meer; hier passeer je de Soestwetering. Weteringen zijn langgerekte waterlopen die in de middeleeuwen werden aangelegd. In die tijd kreeg het achterland langs de IJssel steeds meer te kampen met vernatting. Dit had onder meer te maken met de dijkaanleg, waardoor het water niet meer natuurlijk kon afvloeien naar de IJssel. Om dit probleem op te lossen werden in de lage komgronden weteringen parallel aan de rivier gegraven. Deze watergangen voerden het water af naar een punt stroomafwaarts, waar het op de IJssel geloosd kon worden. Op deze route passeer je geregeld een wetering.

Boerderij De Aalvanger ligt in het open land ten zuiden van Zwolle, nabij de Aalvangersbrug over de Soestwetering. Het is een voorbeeld van een dwarshuisboerderij met bijbehorende schuur en stookhok. De boerderij, waarvan de oudste delen dateren uit de 17e eeuw, heeft een karakteristieke 19e-eeuwse uitstraling.

Vlak buiten het dorpje Laag Zuthem gaat de route verder over een heuse zeedijk. De aanleg ervan heeft alles te maken met de Zuiderzeevloeden die in de achttiende en negentiende eeuw een aantal malen het gebied teisterden. Bij stormvloed kwam het woeste zeewater van de Zuiderzee (nu het IJsselmeer) tot aan het landgoed Alerdinck en zette het ruim één meter onder water. Daarom liet de toenmalige eigenaar van het landgoed in 1830 een dijk aanleggen. In 1883 en 1895 vonden er opnieuw Zuiderzeevloeden plaats. Ditmaal bood de dijk bescherming en keerde het zeewater.

Landgoed Den Alerdinck heeft een omvang van 120 hectare en bestaat uit landbouwgrond, bos en natuur. In het kader van de ecologische verbindingszone tussen de Veluwe en het Vechtdal wordt een deel van de landbouwgrond omgevormd naar natuur.

Landgoed Colckhof bestaat uit een buitenplaats die omgeven wordt door een 40 hectare groot landschapspark van slingerende paden, waterpartijen en verrassende doorkijkjes. Samen met het landgoed Den Alerdink vormt het een fraai bosrijk ensemble.

Het had maar een haar gescheeld of het eeuwenoude Kasteel Nijenhuis was in de eerste helft van de twintigste eeuw aan verwaarlozing en verval ten onder gegaan.  Het was de kunstverzamelaar Dirk Hannema die de provincie Overijssel ervan overtuigde het kasteel van de ondergang te redden. Nijenhuis is nu een museum, met de kunstverzameling van Hannema als uitgangspunt. Het park met kenmerken van zowel de geometrische aanleg als de Engelse landschapsstijl en de havezate vormen een fraai ensemble.

Net buiten de bebouwing van Raalte zie je hoe de Linderte Leide uitwatert in het Overijssels Kanaal. Het is een van de vloedgraven in het gebied. Zoals hierboven al beschreven lopen parallel aan de IJssel de weteringen. De vloedgraven zijn watergangen die van oost naast west lopen en op de weteringen aansluiten. Verderop, net voorbij Mariënheem, passeer je de Linderte Leide nog een keer.

Voorbij Elshof fiets je door een mengelgrondlandschap dat uniek is in Nederland. De IJssel overstroomde in het verleden de laaggelegen gebieden (komgronden) en overdekte deze met een dikke laag klei. Alleen de allerhoogste koppen bleven boven het water uitsteken. Op deze zandkoppen bouwden de boeren hun boerderijen en legden ze hun akkers aan. De komgronden werden gebruikt voor beweiding en hooiwinning. Dat deze laagten aanvankelijk nog regelmatig overstroomden vond men niet erg; het slib uit het rivierwater was een natuurlijke bemesting voor de graslanden. De boeren ontdekten bovendien dat men de vruchtbaarheid van de akkers aanzienlijk kon verhogen door het zand te mengen met de klei uit de komgronden. Door deze menging ontstonden in de loop van de eeuwen de unieke ‘mengelgronden’, die je, fietsend over de Leugenhorst, de Kappeweg en de Bremmelerstraat overal links en rechts van de weg aantreft.

De hoge zandkoppen waren van oudsher de beste plekken om te boeren. Tot op de dag van vandaag is dit eeuwenoude vestigingspatroon nog zichtbaar. De Kappeweg (kappe = kop, zandkop) en Bremmelerstraat is een kronkelige weg die langs de natuurlijke zandhoogten in het mengelgrondlandschap voert.

Evenals de Kappeweg volgt ook de Bremmelerstraat het slingerende verloop van de zandkoppen.

Op het punt waar de Bremmelerstraat de Rietbergweg kruist, zijn links en rechts van de weg enkele lichte verhogingen in het veld zichtbaar. Het zijn paraboolduinen, die zo’n 12.000 jaar geleden ontstonden door een samenspel van wind en vegetatie. Daarbij blies de wind een deel van het zand weg, behalve op de plek waar vegetatie stond. Zo ontstond een uitgeblazen kern, met daaromheen een hoefijzervormig duin.