Dekzandroute

Nederland, Noord-Brabant, Bakel

91
20
21
09
72
73
07
08
37
39
19
47
50
80
58
45
57
91

In de laatste ijstijd werd het Bra­bantse landschap bedekt met een metersdikke zanddeken (dekzand). Op deze karige zandgronden ontwikkelden zich heidevelden en in de lager gelegen gebieden veen­moerassen. In de ondergrond van Noordoost-Brabant loopt de Peel­randbreuk. Deze breuklijn vormt de grens van twee landschappen: de verhoogde Peelhorst in het oosten en de lagere Centrale Slenk in het westen. In het oosten bevinden zich de moderne Peelontginningen, in het westen ligt het 'oude' dal van de Aa.

De geschiedenis van Bakel gaat terug tot 721, toen ‘Baclaos’ voor het eerst in een akte werd genoemd. In de middeleeuwen was Bakel het kerkelijk centrum van de regio. In de 18e en 19e eeuw woonden boeren verspreid op de schrale zandgronden van het Peelland. Na de uitvinding van de kunstmest konden heidevelden en moerassen worden omgezet in vruchtbare akkers. Bakel groeide uit tot een welvarend agrarisch dorp. Na de Tweede Wereldoorlog werd het langzamerhand een forensendorp. Net even van de route af staat de Sint-Willibrordusmolen,een gesloten standerdmolen uit 1586.

Het beekdal van de Karweise Loop is bij de ruilverkaveling in 1984 veranderd van een besloten, kleinschalig landschap in een open landschap. De karakteristieke houtwallen en vochtige graslanden hebben plaatsgemaakt voor grote, vlakke akkers met rechte sloten. Alleen de slingerende loop van de beek met zijn meanders bleef gespaard.

Langs de Leemkuilendijk liggen verschillende poelen. Een van de poelen ligt op de plaats van een leemkuil. In deze kuil werd vroeger leem gedolven, dat gebruikt werd als bouwmateriaal. Het houten geraamte van de muren van de vakwerkhuizen werd opgevuld met een mengsel van stro,mest en leem.

Ter hoogte van Molen Laurentina, een achtkante beltmolen uit 1893, ligt de breuk van Milheeze, een onderdeel van de Peelrandbreuk. De breuk ligt als een drempel met een hoogteverschil van één meter in het landschap en markeert de grens tussen de lager gelegen Centrale Slenk en de hoger gelegen Peelhorst.

Links van de Bultweg ligt een lager gelegen, afgegraven veengebied. Het natuurgebied De Bult (iets van de route: einde Padburgseweg la Goorsebergweg) is een restant van De Peel, het uitgestrekte veengebied op de grens van Noordoost-Brabant en Limburg. In de 19e eeuw werd het veen op grote schaal afgegraven, maar De Bult bleef gespaard. Staatsbosbeheer probeert de oorspronkelijke groei van veenmos weer op gang tebrengen door de grondwaterspiegel te verhogen.

In 1893 werd de achtkante beltmolen Marie Antoinette (niet open voor bezoek) herbouwd als koren- en oliemolen. De molen was oorspronkelijk in 1847 gebouwd als poldermolen in Zuid-Holland. Zeilberg was een zelfstandig kerkdorp, maar is door de huizenbouw tussen 1970 en 1980 vastgegroeid aan Deurne. Het monument van de Peelsteker herinnert aan de ontginning van de Peelgronden.

Deurne is onlosmakelijk verbonden met De Peel. Het dorp lag in de schaars bewoonde Peel te midden van uitgestrekte heidevelden en ontoegankelijke moerassen. Na de aanleg van de spoorlijn Vlissingen- Venlo, dwars door De Peel, ontwikkelde Deurne zich tot een turfproductiecentrum. In de 20e eeuw nam het belang van turf en turfproducten geleidelijk af.

De Vlierdense Bossen bestaan uit dennenbossen en enkele zandverstuivingen waar jeneverbessen groeien.

Tip: om de jeneverbesstruiken te kunnen bewonderen, volg het bord fietserscafé en steek dan linksaf over een breed fietspad (Biesdeel). Ga aan het eind linksaf en u komt weer op de route uit richting knooppunt 58.