Champignonroute

Nederland, Limburg, Horst

87
88
86
85
75
44
36
35
38
40
42
41
04
05
87

De aanleg van de spoorlijn in 1866 dwars door het moerassige land van De Peel was van groot belang voor de ontwikkeling van de streek. Industriële verveners, zoals de Van de Griendts, konden nu op grote schaal de Peelgronden ontginnen. Deze ondernemers en de zandboeren hebben zo hun stempel gedrukt op het landschap in Noord-Limburg. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen nieuwe vormen van agrarische bedrijvigheid tot ontwikkeling: glastuinbouw, varkenshouderij en productie voor de conservenindustrie. Noord-Limburg is nu een van de belangrijkste tuinbouwcentra in Nederland. Tijdens deze fietstocht maakt u kennis met de moderne Peel met Horst als centrum van de champignonteelt.

Horst lag aan de zuidoostzijde van een uitgestrekt landbouwgebied dat omringd werd door de gehuchten Meterik, Middelijk, Veld- Oostenrijk en Schadijk. Horst heeft zich ontwikkeld tot het centrum van de champignonteelt in Limburg. In Nederland produceren ruim 550 telers jaarlijks 250 miljoen kilo champignons. De champignonbedrijven rond Horst zijn ondergebracht in moderne loodsen en vaak niet als zodanig herkenbaar. 

In de Kasteelse Bossen stond het 13e-eeuwse Huis Ter Horst. Vanaf een 15 m hoge uitkijktoren kunt u de indrukwekkende restanten bekijken. Rond de ruïne liggen de kasteelboerderij (restaurant), een visvijver, een bijenstal en een eendenkooi. 

In Melderslo staat De Locht waar het Nationaal Asperge- en Champignonmuseum is gevestigd. Het museum laat zien hoe de mensen tussen 1900 en 1950 rond Horst leefden. De boerderij verrees in 1859 op een open plek (‘locht’) op de heidevelden (www.delocht.nl, apr.-okt. 11-17 uur, nov.-mrt. za-zo vanaf 11, wo 14 uur). 

De Sint Jorisweg vormt de scherpe grens tussen het bos van de Reulsberg en het cultuurlandschap. Het bos is in het verleden aangeplant om het stuifzand te beteugelen. U passeert de meanderende Groote Molenbeek, een van de vele beken die het water van de natte Peelgronden afvoert naar de Maas. De beek krijgt zijn slingerende karakter weer terug. 

De Heemsbeemden vormen een moerassig gebied in het dal van de Blakterbeek. Ze bestaan uit broekbossen en schrale graslanden. De boeren uit Sevenum hadden een perceel beemd (10 à 50 are) dat gebruikt werd als hooiland. Ze maaiden riet dat gebruikt werd als dakbedekking en sprokkelden brandhout. Ook Het Blakt is een venig moerasgebied in het beekdal.

Kronenberg is een relatief jong ontginningsdorp dat pas in 1930 een eigen parochiekerk kreeg. Begin vorige eeuw lag hier nog een uitgestrekt heideterrein ingeklemd tussen de velden van Sevenum, en het hoogveengebied van De Peel.

America ontstond aan het einde van de 19e eeuw in de omgeving van het gelijknamige station aan de spoorlijn Eindhoven-Venlo. Vele Duitsers staken er turf en hadden als bijverdienste bijenkasten op de heidevelden staan. Daar groeide vooral dopheide, die de Latijnse naam Erica draagt. Men noemde de plaats daarom ‘Am Erica’, waaruit de naam America ontstond. In het Proefstation voor Champignons (net na knooppunt 40) wordt onderzoek verricht naar de teelt van champignons.

De Schadijkse Bossen bestaan voor een groot deel uit naaldbossen die al vanaf de 18e eeuw zijn aangelegd om de zandverstuivingen te stoppen die ontstonden op de door boeren afgeplagde, eertijds uitgestrekte heidevelden. In de bossen zijn door Staatsbosbeheer diverse wandelroutes uitgezet. Een deel van het gebied wordt teruggebracht naar zoals het vroeger was: stuifduinen met heide. Er worden schapen ingezet voor begrazing, om het landschap open te houden.

Aan de Dr. Droesenweg liggen proeftuinen van verschillende onderzoeksinstellingen. De beltmolen Eendracht maakt Macht (za 13.30-17 uur) heeft gedraaid als poldermolen en werd door de inwoners van Meterik aangeschaft om met de opbrengst het salaris te kunnen bekostigen van een rector (geestelijke) voor de parochiekerk.