Buurtschappenroute noord

Nederland, Gelderland, Winterswijk

14
20
21
19
18
13
06
05
02
03
23
04
33
11
10
09
15
14

In een kring rondom Winterswijk liggen negen eeuwenoude buurtschappen. Op deze noordelijke route komen we door of vlak langs vijf ervan. Ze dragen namen als Miste, Corle, Meddo, Huppel en Henxel. Zo'n buurtschap is niet meer dan een aantal verspreid liggende Saksische boerderijen met houten topgevels (waaronder grote scholtengoederen) met veelal een kleine dorpskern rondom een wegkruising. Sommige buurtschappen hebben een winkel en een school. Alleen Meddo is groter en heeft een kerk.

Tip
Vlakbij het startpunt (knooppunt 14) kunt u gratis parkeren op de parkeerplaats aan de Peperbus of aan de Sellekamp. Een alternatieve start met parkeergelegenheid is TOP Berenschot (Wooldseweg 74, 7108 AB Winterswijk Woold), vlak bij knooppunt 30. U fietst dan via knooppunt 30 naar 21 en pakt daar de route op.

Winterswijk is het centrum van het oostelijke deel van de Achterhoek. Op de markt staat de N.H. Jacobskerk uit 1472. In het centrum ligt bij het gemeentehuis een van de grootste zwerfkeien van Nederland (43.000 kilo). In Winterswijk is het streekmuseum Freriks gevestigd, met exposities van geologische vondsten en de streekhistorie, en ook het museum Villa Mondriaan. Dit is een museum over de jonge jaren van Piet Mondriaan, die zijn schildercarrière begon in Winterswijk, waar hij van zijn achtste tot zijn twintigste jaar woonde.

Op de hele route fietst u door het oude hoevenlandschap. Het reliëf bestaat uit dekzandruggen en dalen. Het dekzand is in de laatste ijstijd door de wind afgezet, zo’n 10.000 jaar geleden en wisselt sterk in dikte. Op sommige plekken komt het keileem uit de ondergrond aan de oppervlakte. Keileem is een stugge ondoorlatende leemsoort met keien. Die zogenaamde zwerfkeien zijn ongeveer 150.000 jaar geleden achtergelaten door het landijs, dat in de voorlaatste ijstijd vanuit Scandinavië ons land bereikte. De hoge dekzandruggen waren uitstekend geschikt voor akkerbouw en bewoning. Door eeuwenlange plaggenbemesting werden ze extra opgehoogd en zo ontstonden de bolvormige essen.

Een derde landschapstype, de venen, is minder wijd verspreid. Langs deze route ligt het Korenburgerveen en het Meddosche Veen. In de laagst gelegen delen van het landschap kon het water niet goed wegstromen; daar heeft zich hoogveen ontwikkeld. Het meeste veen is afgegraven voor de turfvoorziening en ontgonnen tot een modern weidelandschap. Het Korenburgerveen is hierop een uitzondering: het landschap is eigendom van Natuurmonumenten. Liefhebbers kunnen er prachtige wandelingen maken​​​​​, er zijn verschillende startpunten tussen de knooppunten 13, 06 en 05.

Ieder buurtschap had ook behoefte aan woeste grond (onland), meestal heide waar men de schapen kon laten grazen.Hiervoor gebruikte men de vlakkere gebieden, die te nat of te arm waren om ontgonnen te worden voor akkerbouw. Deze heidegebieden werden velden genoemd en waren gemeenschappelijk bezit van de buurtschap: de zogenaamde markengronden. Ze werden ontgonnen in het begin van de 20e eeuw, toen kunstmest heide overbodig maakte en de gemeenschappelijke gronden verdeeld werden. Dit ontginningslandschap wordt gekenmerkt door het relatief grootschalige karakter, de rechte wegen en de nieuwere boerderijen. Het Meddosche Veld ten noordoosten van Meddo is er een voorbeeld van.

Tussen de knooppunten 23 en 33 komt u langs het Armenbos en het Masterveld. De bomen zijn hier aangeplant op ‘rabatten’, kunstmatige verhogingen in het landschap, die ervoor zorgen dat ook op drassige bodem bosbouw mogelijk is. De bossen worden bevolkt door allerlei vogelsoorten.