Beilerdingspelroute

Nederland, Drenthe, Spier

44
46
38
36
07
08
02
34
03
05
15
01
48
37
45
44

De naam ‘Beilerdingspelroute’ refereert aan het typisch Drentse middeleeuwse woord ‘dingspel’ dat  ‘rechtsgebied’ betekende. Beilen was een van de zes Drentse dingspelen. Anno nu zijn het de zeven  natuurgebieden op de route die de volle aandacht verdienen. Die natuur wordt aaneengeregen door het onvervalste platteland aan weerszijden van de A28 die slechts sporadisch in het vizier is. Juweeltjes van boerderijen, weilanden, intieme bosgebieden, weidse vlakten en glinsterende vennetjes maken dat de benen de 44 km moeiteloos wegtrappen.

NB: onderweg kunt u nog zeskante bordjes van de oude bewegwijzerde route tegenkomen. Negeer deze en blijf de knooppuntenroute volgen.

Het Dwingelderveld is een van de twintig nationale parken van Nederland. Het is het grootste  aaneengesloten natte heidegebied van West-Europa. Omdat droge zandruggen en natte slenken elkaar afwisselen, is er veel variatie in flora en fauna. Hier peurt de wulp op zijn steltpoten en met zijn lange kromme snavel diep in de grond op zoek naar wormen. In de naaldbossen groeit de stekende wolfsklauw,  een zeldzaam, onooglijk groenblijvend plantje, maar ook de gebogen driehoeksvaren. Wie goed zoekt kan twaalf varensoorten ontdekken, wat uniek is in Nederland.

De Brunstingerplassen bestaan uit een aantal vogelrijke vennen te midden van heide en stuifduinen.

Ten noorden daarvan ligt het Zuid Hijkerzand, een geaccidenteerd heidecomplex met hoge stuifkoppen en vennen in de dalen.

Links van het fietspad strekt zich het Hijkerveld uit, waar het begrip ‘weids’ volledig tot zijn recht komt het gaat hier om het grootste heideveld van Drenthe. Adders verschalken regelmatig een muis of een hagedis en een kudde Schoonebeker heideschapen ‘beheert’ de heide. ’s Zomers lopen er vaak wel zevenhonderd schapen rond onder leiding van een schaapsherder. Toch is er ook nog plaats voor Schotse hooglanders. Rechts van het fietspad ligt het Laaghalerveld met de Laaghalerstrubben, een fraai hakhoutcomplex, overwegend bestaande uit grillig gevormde eiken op de es van Laaghalen. Tevens valt hier een overblijfsel van het ‘Laaghalerveld’ onder dat bestaat uit gedeeltelijk vergraven veen. Laaghalen is een klein dorp met een aantal oude boerderijen. 

Aan de noordrand van Hooghalen ligt de voormalige zandverstuiving het Witte Zand, nu een begroeid natuurgebied. Door de grote verschillen in vochtigheid – van zeer nat tot zeer droog – komt hier een grote variatie aan planten en dieren voor. Aan de andere kant van de spoorlijn ligt Het Groote Zand, waar in het voorjaar aan de bosrand boomleeuweriken te zien zijn, die op de grond broeden en zingen tijdens hun spiraalvlucht. Dit gebied wordt begraasd door Drentse heideschapen en Schotse hooglanders. 

Ten zuiden van Hooghalen ligt het Heuvingerzand, een voormalig stuifzandgebied. Het is er heuvelachtig en er staan veel oude eiken en grove dennen die in het verleden het zand hebben vastgelegd. Eens lagen hier uitgestrekte heidevelden. Rond 1930 werd een begin gemaakt met de ontginning. Het grootste deel van het huidige bos dateert van 1945-1955.

Het oude stuifzandgebied Ter Horsterzand bezit een rijke fauna. Adders, vossen en vogelsoorten als de visdief, zwarte stern en ransuil behoren tot de bewoners. Korhoenders komen niet meer voor in Drenthe en dus ook niet in het Ter Horsterzand (in Nederland leeft de laatste populatie op de Sallandse Heuvelrug). De stand van deze heidebewoners is dramatisch teruggelopen als gevolg van bebossing, intensivering van de landbouw en jacht.