Beekdalroute

Nederland, Noord-Brabant, Ommel

46
49
78
72
38
49
88
57
91
20
17
58
80
50
46

Tijdens het fietsen van deze route kruist u wel vijf verschillende beken. Deze stromen van de Peelhorst in het oosten naar de Aa in het westen. Ze zijn allemaal gekanaliseerd en hebben daarom veel van hun oude luister verloren. Maar de landschappen waar ze doorheen stromen zijn nog goed te herkennen als beekdalen. Fietsend door de kleine agrarische  gehuchten in het zuidelijk deel van de route merkt u dat deze streek nog veel van haar bekoring bewaard heeft. De rustige bossen van de Brouwhuissche Heide zijn een aantrekkelijk fiets- en wandelgebied.

Het bedevaartplaatsje Ommel is bekend om zijn Mariadevotie. Een centrale plaats in de Mariaverering heeft een ivoren beeldje, dat in de kerk te bezichtigen is. De bewogen geschiedenis van het beeldje, die teruggaat tot 1400, wordt uitgebeeld door de staties in de processietuin achter de kerk.

Op de Oostappensche Heide hebben zand en heide plaatsgemaakt voor naaldhout. Waar het zand werd afgegraven voor de aanleg van de nabijgelegen E3 ontstond een grote waterplas. Rond de plas werd een groot recreatiegebied ingericht.

Ten noorden van het gehucht Oostappen stroomt de beek de Astensche Aa. In de jaren zestig van de vorige eeuw werd de Aa over bijna heel haar lengte van 50 km gekanaliseerd. Alleen hier, vlak bij de bron,  mocht de rivier blijven meanderen. De naam van het gehucht is een verbastering van Astappen.

Helmond werd in 1976 aangewezen als groeistad. Daardoor kreeg het stadsbestuur de financiële armslag om aan de rand van de stad grote woonwijken te bouwen. Rijpelberg – voorheen niet meer dan enkele  boerderijen – en het gehucht Brouwhuis groeiden uit tot nieuwbouwwijken. Ertussen ligt een omleiding van  de Zuid-Willemsvaart. De Zuid-Willemsvaart is van grote betekenis geweest voor de ontwikkeling van de  industrie in Helmond. In verband met de stadsplanning in het centrum moest het kanaal naar het oosten  worden verlegd. 

Bij Bakelsebrug komt u de beek de Bakelsche Aa tegen. Deze beek ontstaat uit het samenstromen van de  Kaweische Loo, De Vlier en de Oude Aa.

Midden in het Zandbosch ligt het fraaie Buntven. Bunt betekent voedselarme grond. Aan de oevers groeit op vrij grote schaal de zeldzame zonnedauw. Dit insectenetende plantje gedijt goed op de schrale, venige   bodem. Het plantje is uitgerust mettentakeltjes waarop een glinsterende substantie zit. Insecten die  hiermee in aanraking komen, blijven plakken en voorzien het plantje van de noodzakelijke mineralen. 

De Brouwhuissche Heide bestond vroeger uit heidevelden en stuifzanden. Op het glooiende terrein zijn  vooral naaldbomen aangeplant. Een restant van het oude landschap vindt u in het kleine natuurgebied De  Bikkels. Het is een open stuifzandgebied met jeneverbesbegroeiing. De vruchten van deze inheemse  conifeer hebben vroeger een grote rol gespeeld in de volksgeneeskunde en werden in deze streek bikkels genoemd.

Het dorp Vlierden heeft een middeleeuwse agrarische oorsprong. Op de hoge delen tussen de Oude Aa en  de Astensche Aa waren mogelijkheden voor akkerbouw. De natte percelen langs de beken waren geschikt  als weidegronden voor veeteelt. Vanuit de wijde omtrek van het dorp ziet u de mooie slanke Molen van  Vlierden liggen, een stenen bergkorenmolen uit 1848. Als de wieken draaien, is hij open.