Abel Tasmanroute

Nederland, Groningen, Lutjegast

94
41
53
42
47
52
40
35
24
32
31
27
19
18
23
26
25
87
49
88
93
94

Deze route begint in Lutjegast, de geboorteplaats van de 17eeeuwse ontdekker van Tasmanië en Nieuw-Zeeland. Lutjegast ligt op de noordelijkste van een aantal brede ruggen die het Zuidelijk Westerkwartier van oost naar west doorsnijden. Deze ruggen zijn gevormd door het landijs. Op de ruggen ontstond een besloten landschap met houtsingels op de perceelranden. Met het aangrenzende deel van de Friese wouden behoort dit gebied tot het kleinschaligste van Nederland en vormt een sterk contrast met de open weilanden in de tussenliggende laagten, waar niet houtwallen maar sloten de grenzen vormen.

Let op: volg de knooppunten en niet de (oude) zeskante bordjes Abel Tasmanroute!

Lutjegast was de geboorteplaats van Abel Janszoon Tasman. Hij werd geboren in 1603 en stierf in 1659 in Indië. In 1642 ontdekte hij Van Diemensland (Nu: Tasmanië) en Nieuw-Zeeland. Dat hij zijn geboortedorpje nooit vergat, blijkt uit het feit dat hij een bedrag van 25 gulden legateerde aan de arme inwoners van Lutjegast. In het Abel Tasman Kabinet is een expositie ingericht over deze beroemde ontdekkingsreiziger (Kompasstraat 1,  www.abeltasman.org, open: do-za 13.30-16.30 uur).

Lutjegast ligt op een smalle rug hetgeen al uit de plaatsnaam valt af te leiden (lutje = klein). De eerste bewoners vestigden zich hier in de 10e eeuw. Van hieruit werden haaks op de weg de veengronden ontgonnen. Om te voorkomen dat vee en wild op de akkers konden komen, werden doornige hagen aangelegd met braam, meidoorn, sleedoorn en Gelderse roos. Later kwamen hier boomsoorten tussen, vooral elzen. Zo ontstond op de ruggen langs de perceelgrenzen een fijnmazig net van houtsingels. Door schaalvergroting in de landbouw zijn diverse houtsingels verdwenen.

Bij Gaarkeuken ligt de sluis die de Friese boezem van het waterschap Noorderzijlvest scheidt. Het gehucht dankt zijn naam aan de gaarkeuken – een eenvoudig caférestaurant – die vroeger bij de sluis stond.

In Oldekerk staat even bezijden de route een klokkenstoel, een ‘kerktoren voor de armen’. Een klokkenstoel werd vaak gebouwd in gebieden waar de inwoners te arm waren om voldoende geld bij te dragen voor de bouw van een kerk. Om kosten te besparen,  werd daarom in plaats van een kerktoren een klokkenstoel opgericht. De klokkenstoel van Oldekerk werd in de 18e  eeuw geplaatst. De klok uit 1630 werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter omgesmolten ten behoeve van de wapenindustrie. Na de oorlog werd er een nieuwe klok ingehangen.

Door de vervening in het verleden ontstonden in het open landschap vierkante plassen, zogeheten petgaten, zoals bij Bakkerom. De tussenliggende stroken grond, waarop het veen te drogen werd gelegd, groeiden later vol met elzen.

Langs het Dwarsdiep liggen weilanden met een hoge natuurwaarde; ze worden beheerd als reservaat of door middel van beheerovereenkomsten met boeren. Vooral in mei is hier een rijke flora en fauna. Onder meer watersnip, kemphaan en tureluur komen hier voor. Langs het Dwarsdiep staat een vogelkijkhut vanwaaruit de vogels te observeren zijn.

Doezum is een duidelijk voorbeeld van een streekdorp op een zandrug. Vanaf ca. het jaar 1000 raakten de zandruggen in het Westerkwartier bewoond. De ouderdom van het dorp blijkt uit de romaanse kerk die in oorsprong van de 12e eeuw dateert. Het oorspronkelijke tufstenen schip is in de 16e eeuw vervangen. Het huidige schip dateert van 1808.

In de polders van de Hoogemieden komen door de hoge grondwaterstand weidevogels voor. De houtsingels bieden door hun beschutting een goed leefgebied voor verschillende soorten vogels.