Verlichting

Vraag gesteld door A. Beekman op 14 oktober 2019

Ik lees als platina abonnee met veel plezier de Kampioen. Als leerling rij instructeur heb ik even een kleine opmerking over een artikel in de Kampioen van oktober/november 2019. Het gaat om het artikel op bladzijde 34 en 35.

Tijdens mijn opleiding tot rij instructeur en ook de rij instructeurs om mee heen maken gebruik van het boekje rijprocedure B. In de rijprocedure wordt het meest wenselijke rijgedrag van automobilisten beschreven. Om te kunnen worden toegelaten tot het wegverkeer, moet dit gedrag binnen de gestelde normering ook van de kandidaat voor het praktijkexamen B worden verwacht.

Dan even een stukje over de verlichting en de rotonde;
Indien de rotonde genaderd wordt met de bedoeling de eerste afslag op de rotonde te verlaten dan bij nadering van de rotonde richting aangeven naar rechts.
Bij driekwart ronden van de rotonde, op de toereikende weg tijdig richting aangeven naar links. De richtingaanwijzer buiten werking stellen zodra vanuit voorgesorteerde positie de rotonde is opgereden. Omwille van een betere communicatie met het andere verkeer kan het -afhankelijk van o.a. De te volgen rijrichting- zinvol zijn de richtingaanwijzer langer in werking te laten (bij een minirotonde).

Op rotondes met meer dan 1 rijstrook voor dezelfde richting kan het wenselijk zijn het richting aangeven anders uit te voeren. Anders zou er verwarring kunnen ontstaan bij andere weggebruikers.

Nog iets over de mistlampen;
Bij de mistachterlichten staat geschreven dat deze aan mogen bij zicht minder dan 50. Volgens mij mogen de mistachterlichten niet aan bij zich minder dan 50 meter wanneer dit veroorzaakt wordt door regen.

Antwoord van Erik Jan

ANWB Expert

U reageert op een artikel in Kampioen nr 10/11 van 2019. Dat gaat over autoverlichting en het aangeven van richting op een rotonde.

Het naar links richting aangeven bij het 'driekwart' nemen van een rotonde is in theorie duidelijk. Die duidelijkheid is er echter ook als we de wetgeving volgen (alleen richting aangeven bij het verlaten van een rotonde) want dat impliceert dat een auto die geen richting aangeeft op de rotonde blijft. Onduidelijkheid ontstaat als er geen eenduidigheid is. En die is er niet, omdat de ene automobilist andere dingen aangeleerd krijgt dan wie eerder zijn rijbewijs heeft gehaald.

Het klopt dat het mistachterlicht alleen mag worden gebruikt als het zicht (minder dan 50 meter) wordt belemmerd door mist, niet door neerslag.