Dieren in het bos

Op bossafari met Arjan Postma

De Nederlandse natuur heeft heel veel variatie op een klein oppervlak. Daar mogen we volgens Nederlands bekendste boswachter best trots op zijn. Arjan Postma: ’Als je nou echt iets spannends wil doen, ga dan ‘s ochtends heel vroeg het bos in.’

‘Nederland is zo gevarieerd qua natuur omdat we een grote delta zijn,’ steekt Arjan Postma van wal. ‘Er is heel veel verschil in grondsoorten en biotopen. Maar veel mensen gaan op dezelfde manier naar het bos als naar het strand. We rijden naar de parkeerplaats, gaan een paar honderd meter het bos in en vinden dat al ver genoeg. En we blijven vaak naar dezelfde plekken gaan. Maar als je een beetje je best doet, zijn er heel veel gebieden te vinden waar het helemaal niet zo druk is. Bijvoorbeeld bij het Hart van Drenthe, waar een aantal boswachterijen zijn samengevoegd. Je hebt daar fantastische, grote bossen en je kunt heel ver lopen zonder een kip tegen te komen. Probeer dus ook maar eens wat verder te kijken dan het bos in de buurt. In Nederland is toch alles dichtbij. De Sallandse Heuvelrug is bijvoorbeeld prachtig en rond Drenthe, Groningen en Friesland en langs de grote rivieren zijn ook geweldig mooie bossen.’

Horsterwold

‘Onder de Oostvaardersplassen in Flevoland ligt het Horsterwold (foto boven). Dat is ongeveer net zo groot als de Oostvaardersplassen, maar daar komt bijna nooit iemand. Want wie gaat er nou naar het bos in Flevoland? In het midden van dat gebied heb je de Stille Kern waar een soort kreek doorheen loopt. Daar zijn wilde koeien en paarden waar je gewoon tussendoor mag wandelen, echt een heel spannend bos. De keren dat ik er geweest ben, heb ik bijna altijd vossen zien lopen. Het is een heel ander gebied dan we gewend zijn. In Flevoland zijn de bossen namelijk geplant op oude zeeklei, de allerrijkste grond in Nederland. Het leven brult daar werkelijk uit de grond! Soms kun je bijna niet lopen, zo dichtbegroeid is het.’

Tip: ‘Het is fantastisch om gewoon ’s avonds ergens in een bos te gaan zitten luisteren. Langzamerhand ga je steeds meer horen en na een tijdje zindert het gewoon om je heen. En als je nou echt wat spannends wilt doen, ga dan ’s ochtends heel vroeg als het net licht wordt het bos in. Je weet niet wat je meemaakt! Kijk wel even wat de toegangsregels zijn voor het bos.’

Wisent © Gunnar Ries

Oerbizon

‘Leuk in het Nederlandse bos is dat er een nieuw soort beest terecht is gekomen. Dat is de wisent, de Europese oerbizon waar later ook de Amerikaanse bizon uit is geëvolueerd. De Europese is wat ranker en lichter dan die steppebizon uit Amerika, maar evengoed een gigantisch beest. Van de wisent was nog maar één kudde over in Polen en die hebben ze terug weten te fokken. Je vindt ze in de Nederlandse natuurgebieden de Maashorst, het Kraansvlak, Natuurpark Lelystad en op de Veluwe. Dus in plaats van de Schotse hooglanders wordt er ook begraasd met een dier dat hier vroeger ook voorkwam, dat is heel spectaculair.’

Bommarter ©Vince Smith

Bommarter

‘Een dier dat ook weer terug is van weggeweest, is de boommarter. Die lijkt een beetje op een wezel, maar dan veel groter. Hij laat zich slecht zien, maar klimt heel graag. Op landgoederen hebben ze vaak van die mooie oude beukenlanen. Die beuken hebben brede takken waar de boommarters overheen kunnen lopen. Soms zitten boven in die beuken gebroken takken waardoor holen zijn ontstaan. Daar zitten ze meestal, en ze verraden zich doordat ze niet te ver willen lopen om hun behoefte te doen. Daardoor zit er vaak een enorme spray vlak bij hun hol. Dat is ook meteen een visitekaartje voor andere marters: hier woon ik.’

Tip: ‘Ga ’s avonds bij een beukenlaan op een bankje zitten, op zo’n afstand dat je nog net de plek kunt zien waar mogelijk een hol zit. Dan heb je dikke kans om een boommarter te zien.’

Blaffende reeën

‘Ik vind reeën ook altijd heel erg leuk. Het zijn hertachtigen, maar het is een aparte familie. Die reetjes kunnen zich onwijs goed aanpassen. Ze zitten door heel Nederland in verschillende landschappen, bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen. Toen Flevoland was drooggelegd, kwam het idee om reeën uit te zetten. Dat hebben ze alleen nooit hoeven doen, want ze zijn zelf via de Randmeren overgezwommen.

De mannetjes hebben een heel herkenbaar geluid om de vrouwtjes te lokken: ze blaffen. Het is echt een soort ‘wha, wha!’, en het lijkt op het blaffen van een vos of een hondje. Het komt weleens voor dat een ree verdrinkt omdat hij de oever niet op kan. Daarom maken we in Nederland natuurvriendelijke oevers, zodat er niet zo’n scherpe grens is tussen water en land.’

Puberende bosuilen

‘De bosuil vind ik ook een heel mooie bosbewoner. ’s Avonds in het bos laat hij zich goed horen met zijn kenmerkende roep. Vooral aan het begin van de zomer als de jongen wat groter zijn, maar nog gevoerd worden door hun ouders. Als de ouderlijke bosuilen dan met een prooi in de buurt van hun jongen komen, beginnen die jongen toch als een stel hongerige wolven te krijsen. Ze doen dan pogingen om achter hun ouders aan te vliegen en schreeuwen allemaal: ik wil eerst, ik wil eerst! Je hoort ze echt van grote afstand.’

Tip: ‘Als je bosuilen hoort, loop er dan een stuk naartoe zodat je een idee hebt van waar ze zitten. Vervolgens kun je iedere avond naar het theater van de ouders en pubers gaan zitten kijken.’

De boeken van Arjan Postma

Naast zijn werk als boswachter en tv-persoonlijkheid schrijft Postma op dezelfde bevlogen manier als waarop hij vertelt. Van zijn hand verschenen Hoe een gekke mier de wereld kan veranderen, Buiten gebeurt hetBuiten met je hond en Buiten!.

Misschien vind je dit ook interessant: