Dieren in de stad

Verken de stadse jungle met Arjan Postma

Midden in de stad leven dieren die je er misschien niet zo snel zou verwachten. Samen met boswachter Arjan Postma ontdekken we de stadse jungle. ‘Als duiven ineens in paniek zijn, kijk dan goed wat er aan de hand is.’

Holebroeders

Halsbandparkieten zijn volgens Arjan Postma hartstikke leuke beesten die tegenwoordig in veel steden leven. ‘Er werd nog weleens gedacht dat ze inheemse vogels verdringen die ook holen in bomen gebruiken. Maar we hebben geen aanwijzingen dat ze die holebroeders verdrijven. Halsbandparkieten hebben namelijk vrij grote holen nodig. Ze zouden alleen kunnen concurreren met bosuilen en kauwen en die kunnen hun mannetje echt wel staan.’

Landbouwgif

De reden dat halsbandparkieten het zo goed doen, is volgens Postma juist heel positief. ‘In de jaren 60 werd DDT gebruikt, een soort landbouwgif. Dat kwam in de voedselketen terecht waardoor roofvogels het moeilijk kregen. In de periode dat het bos daardoor zonder roofvogels zat, heeft een groep bonte spechten hun plek ingenomen. Toen de haviken en andere grote roofvogels in de jaren 80 terugkwamen, zijn een heleboel spechten vertrokken uit het bos. Die dachten: we gaan niet zitten wachten tot zo’n gek me uit de takken grijpt. Ze zijn naar de bebouwde kom verhuisd, dus in het voorjaar hoor je nu overal ‘prrrrt, prrrt’. Vooral in nieuwbouwwijken van een jaar of 25 oud staan vaak grote bomen waar ze lekker in kunnen hakken.’

‘Guts’ van een snavel

‘Nou maakt zo’n specht drie holen per jaar en vooral zo’n hol waar ook vrouw en kinderen in hebben gezeten, zit vol met poep en rotzooi. Daarom maken spechten ieder jaar een nieuw hol. Zo’n oud spechthol is veel te klein voor een halsbandparkiet, maar het hout in die holte is na een paar jaar helemaal molm geworden. De parkiet kan met die grote guts van een snavel de holte uitbreiden. Zo maakt hij een hol voor zichzelf waar hij jarenlang in kan wonen. Overal waar spechten een nieuw gebied binnenkomen, komen de halsbandparkieten erachteraan. Tegenwoordig zitten ze ook in Groningen, de Beemster en allerlei andere plekken. Het zijn fantastische, spectaculaire vogels en bijzonder grappige beesten.’

Monstertje van Loch Ness

In het water zijn ook spannende dingen te zien volgens Postma. ‘Wat daar gebeurt, is veel spectaculairder dan wij denken. In het westen van Nederland kun je op sommige plekken bijvoorbeeld ringslangen tegenkomen. ’s Ochtends zijn ze een beetje aan het opwarmen langs wandelpaadjes, maar je kunt ze ook vaak zien zwemmen. Ze worden wel 120 tot 150 centimeter lang, vangen graag kikkers en wanneer ze zwemmen, zijn ze heel duidelijk te herkennen. Mensen denken soms dat het een aal is, maar het verschil is dat een ringslang – als een soort minimonstertje van Loch Ness – zijn kop altijd boven water houdt. Ze zijn trouwens niet gevaarlijk, want het zijn wurgslangen.’

Afgrijselijke lucht

‘Ringslangen zijn de grootste acteurs van het Nederlandse dierenrijk. Als je ze verrast, gaan ze dood spelen, en dat doen ze met verve! Ze draaien zich op hun rug, blazen hun buik op alsof ze al aan het verrotten zijn, hangen hun tong uit de bek, braken een afgrijselijke lucht op uit hun maag en kunnen zelfs een paar druppeltjes bloed uit hun mondhoek laten lopen. Dieren denken dan: gadver, laat dat beest maar liggen. En zo niet, is er nog een laatste verdediging: dan kotsen ze hun maaginhoud over je heen. Dat stinkt gigantisch!’

Broedhopen

‘Ringslangen zijn hun leefgebied aan het uitbreiden in het westen van Nederland. Dat komt omdat er overal vrijwilligersgroepen bezig zijn om ze te helpen. Ringslangen hebben een speciale broedhoop nodig waar ze hun eieren in kunnen leggen. Die hopen bestaan uit afval en takken die gaan rotten en composteren waardoor ze opwarmen. Zo ontstaat een soort broedmachine voor de eieren. Vrijwilligers leggen dit soort hopen aan in Zuid-Holland, Amsterdam en nu ook boven het Noordzeekanaal.’

Tip: De film ‘De Wilde Stad’ (waar Postma als deskundige aan meewerkte) gaat over wilde dieren die in de stad leven, gezien door de ogen van een cyperse huiskat die op ontdekkingstocht gaat. ‘De Wilde Stad’ is te bekijken via Pathé Thuis of iTunes (beide € 2,99).

Straaljagers

 

‘Een van de spectaculairste dieren in de stad vind ik de slechtvalk. Dat is de snelste vogel ter wereld en hij jaagt op andere vogels. In lange duikvluchten bereikt hij soms snelheden van 250 km/u of meer. Ze knallen dan tegen de nek van een vogel die meteen breekt. Vroeger hadden we nauwelijks slechtvalken, want ze broeden normaal gesproken in bergen, langs steile berghellingen.’

‘De eerste slechtvalken vestigden zich bij de Hemwegcentrale in Amsterdam. Langzamerhand kwamen gebouwbeheerders erachter dat als er een slechtvalk zit te broeden bij een gebouw, alle duiven uit de buurt blijven. Daardoor hoeven ze geen gespecialiseerde schoonmakers meer in te huren. Een nest met slechtvalken scheelt duizenden euro’s schoonmaakkosten per jaar. Om die reden zijn er bij grote zendmasten en torens slechtvalkkasten geplaatst. Er zitten meerdere paartjes in Amsterdam en dat is natuurlijk fantastisch.’

Tip: ‘Ga bij de plaatselijke vogelbescherming na of er slechtvalken in de buurt zitten, zodat je ze zelf kunt gaan bekijken. Let dan vooral ook goed op wat andere vogels in de omgeving doen. Als duiven ineens grote paniek vertonen en allemaal wegvliegen, heb je kans dat er een slechtvalk in de buurt is.’

De boeken van Arjan Postma

Naast zijn werk als boswachter en tv-persoonlijkheid schrijft Postma op dezelfde bevlogen manier als waarop hij vertelt. Van zijn hand verschenen Hoe een gekke mier de wereld kan veranderen, Buiten gebeurt hetBuiten met je hond en Buiten!.

Misschien vind je dit ook interessant:
Dieren in de achtertuin
Dieren aan zee
Dieren in het bos