Dieren in de achtertuin

Op achtertuinsafari met Arjan Postma

Boswachter en tv-persoonlijkheid Arjan Postma brandt los over fascinerende dieren in de achtertuin en geeft tips over hoe je ze kunt verleiden tot een bezoek aan huis. ‘Ook van je eigen achtertuin kun je zonder al te veel moeite een waar natuurreservaat maken.’

Vleermuizen

‘Verrassend veel mensen hebben vleermuizen door de tuin vliegen,’ vertelt Arjan Postma. ‘Er zijn meerdere soorten die in of tegen het huis aan wonen. Ze zitten graag achter de houten gevelbekleding van je huis, in holtes van bomen en onder de daken. Het grappige is dat vleermuizen ineens kunnen opduiken, en een paar weken later zijn ze soms zomaar weg. Ze hebben namelijk niet zulke handige handjes en daardoor krijgen ze last van parasieten, waardoor ze verder trekken. Je kunt dus zomaar een paar vleermuizen in je tuin krijgen.’

Vliegende panda

Postma: ‘Een bijzonder zeldzame soort die je in de buurt van huis kunt spotten, is de meervleermuis. Het westen van Nederland is de enige plek waar ze ooit kolonies en jongen hebben gevonden van deze soort. De meervleermuis is dus eigenlijk een soort vliegende panda. Hij jaagt vlak boven het water, waar hij grote langpootmuggen vangt – daar hebben ze vlak water voor nodig. In Nederland staan vaak dikke rietkragen waardoor het prachtig windstil is.’

Tip: Ga ‘s avonds op de uitkijk staan bij windstille slootjes in de buurt van je huis. Als je een grote vleermuis ziet die met zijn poten over het water sleept, dan weet je dat je een dier in de buurt hebt dat nog zeldzamer is dan een panda.

Astmatische egels

Postma: ‘Egels zijn enorm vocaal. Het is alleen niet echt een mooi geluid. Als egels elkaar niet mogen, lijkt het wel een ruzie tussen astmatische oude mannetjes. Maar er zitten veel meer egels in tuinen dan mensen doorhebben. Wat heel belangrijk is: egels hebben water nodig. In onze drukke warme steden hebben egels het heel moeilijk. Vooral tijdens hittegolven. Een bakje water is al heel fijn, maar een vijver ook. Egels kunnen zichzelf namelijk moeilijk schoonhouden, dus wat doen ze? Egels gaan om de paar weken zwemmen en dan verzuipen ze alle beesten die op ze zitten. Ze moeten er alleen wel makkelijk in en uit kunnen klimmen.’

Tip 1: Er komen veel gewonde egels binnen bij de Dierenambulance door robotgrasmaaiers. Dus als je een robotgrasmaaier koopt, vraag dan goed na bij de verkoper of er een beveiliging op zit voor dieren. Egels gooien zich plat op de grond bij gevaar en hun kopje is dan kwetsbaar.

Tip 2: Maak een paar gaatjes in de onderkant van de schutting, zodat egels tussen de tuinen heen en weer kunnen lopen. En zet bakjes water neer.

Roofridders

Postma: ‘Een superspectaculair beest dat je in de tuin kunt tegenkomen, is een eekhoorn. Eekhoorns zijn verschrikkelijk slim en ongelooflijk dapper: echt een soort roofriddertjes. Ze weten vaak op een slimme manier vogelvoederbakjes leeg te halen en sommige mensen maken er een sport van om dat zo moeilijk mogelijk voor ze te maken. Zo ontstaan er complete hindernisbanen. Geloof me: als je dat in je tuin hebt, kun je je televisie wegdoen.’

Tip: Op YouTube staan filmpjes over hindernisbanen voor eekhoorns (squirrel obstacle course); je kunt er zelf een maken in je tuin.

Natuurreservaat in je achtertuin

Voor wie een waar natuurreservaat in zijn achtertuin wil, heeft Postma een paar belangrijke tips.

Tip 1: Géén vissen in je vijver

‘Doe geen vissen in je vijver. Wij denken allemaal dat het leuk is om een paar goudvissen of zo in je vijver te doen. Maar zodra je dat doet, wordt zo’n vijvertje saai. Insecten als kevers en torren zijn al vrij snel weg, want alle jongen worden opgegeten door de vissen. En kikkers, padden en salamanders gaan er om dezelfde reden ook niet meer heen. De vissen knabbelen ook plantjes en bladeren, wat de vijver troebel maakt. Je houdt er dus een saaie troebele bak water aan over. Als je de vissen eruit haalt, wordt het water glashelder, kunnen de waterplanten groeien en komen er allemaal leuke beestjes bij. Echt een natuurreservaatje dat barst van het leven. Als je daar een half uurtje bij gaat liggen, gaan je steeds nieuwe dingen opvallen.’

Tip 2: Wijnkistvogelhuisje

‘Veel vogelhuisjes zijn geschikt voor één soort vogel. Als je een houten wijnkistje krijgt, kun je daar heel makkelijk een nestkastje van maken die voor meer soorten geschikt is. Je hoeft hem alleen maar op te hangen aan een boom of schutting met het luikje een centimeter of 5 open. Allerlei vogels kunnen erop landen en vinden het heerlijk.’

Tip 3: Cameravallen

‘Je kunt je achtertuin een feest maken voor dieren, maar dan is het ook leuk om te zien wat er gebeurt. Dieren uit de omgeving weten dondersgoed wanneer wij in de buurt komen en biologen maken daarom al jaren gebruik van dure cameravallen. Die zijn tegenwoordig al verkrijgbaar vanaf 80 euro. Daarmee kun je spannende dieren betrappen die je totaal niet verwacht in je achtertuin. In het oosten van het land heb je bijvoorbeeld steenmarters en in andere delen zou je een das door je tuin kunnen zien lopen. Bij mijn zwager in Lelystad zwemt weleens een bever door het slootje aan de achtertuin.’

Tip 4: Into the Wild

Tot slot tipt Postma om vooral niet te veel weg te halen uit je tuin. ‘We kennen allemaal wel iemand die al een tijd niets meer aan z’n tuin doet. Dat zijn vaak echt enorme natuurreservaten in de buurt, gaat vanzelf. Gewoon je tuin een beetje wild laten worden dus.’

De boeken van Arjan Postma

Naast zijn werk als boswachter en tv-persoonlijkheid schrijft Postma op dezelfde bevlogen manier als waarop hij vertelt. Van zijn hand verschenen Hoe een gekke mier de wereld kan veranderen, Buiten gebeurt hetBuiten met je hond en Buiten!.

Misschien vind je dit ook interessant:
Dieren in de stad
Dieren aan zee