Begrippen en afkortingen

Het jargon rondom elektrisch rijden oogt voor een beginner als een paar onbeduidende hoofdlettercombinaties achter elkaar. We zetten de betekenis van begrippen en afkortingen op een rij.

EV - electric vehicle

Voertuig rijdend op elektriciteit (accu of brandstofcel).

BEV - battery electric vehicle

Volledig elektrische auto met accu voor energieopslag. Voorbeeld: Nissan Leaf.

E-REV - extended range electric vehicle

Elektrische auto waarbij een verbrandingsmotor (range extender) wordt ingeschakeld als de batterijen bijna leeg zijn. De accu kan ook aan het elektriciteitsnet worden opgeladen. Met opgeladen accu kan ongeveer 60 km volledig elektrisch worden gereden. Voorbeeld: Opel Ampera.

HV - hybrid vehicle

Hybride: auto met verbrandingsmotor en elektromotor. Bij een 'mild hybrid' drijft de verbrandingsmotor de wielen aan en helpt de elektromotor mee tijdens acceleraties. Voorbeeld: Honda Insight. Een full hybrid kan een kort stukje op lage snelheid volledig elektrisch rijden. Voorbeeld: Toyota Prius.

PHV - plug-in hybrid vehicle

Hybride auto waarvan de accu aan het elektriciteitsnet kan worden opgeladen. Met opgeladen accu kan ongeveer 20 km volledig elektrisch worden gereden. Voorbeeld: Toyota Plug-in Prius (nog niet te koop).

FCEV - fuel cell electric vehicle

Elektrische auto waarbij de elektrische energie wordt opgewekt in een brandstofcel (fuel cell). Voorbeeld: Honda FCX Clarity.

Fuel cell - brandstofcel

Onderdeel dat met waterstof en lucht elektriciteit opwekt waarop een auto kan rijden.

Kilowattuur - kWh

De energiemaat voor accu's (hoeveelheid energie). 1 kWh = 3,6 megajoule. Op een kWh kunnen 10 lampen van honderd Watt een uur branden. Een elektrische auto verbruikt per kilometer ongeveer evenveel als een van deze lampen.

Li-ion cel - lithium-ion batterij

Oplaadbaar type batterij dat het meest wordt gebruikt in elektrische auto's.