Zo wordt er getest

Om de zomerbandentest zo eerlijk en objectief mogelijk te laten verlopen zijn er strikte regels en protocols gebruikt. Hieronder een korte uitleg over de uitvoering van de test en welke testonderdelen er precies zijn. Een aangehecht bestand geeft een uitgebreide toelichting op de testwijze en testonderdelen.

De test

De ANWB bandentests worden uitgevoerd door een internationaal testconsortium gevormd door de Europese Autoclubs (ANWB en haar zusterclubs) en de Europese consumentenorganisaties (de Consumentenbond en haar buitenlandse zusterorganisaties). Dit testconsortium selecteert de testbanden en definieert de testmethodiek van de testonderdelen. De keuze voor de te testen bandenmaten is een kwestie van gezamenlijk overleg. Ook de kosten van de test worden gezamenlijk gedeeld door de testpartners. Iedere volwaardige testpartner heeft het recht de test in eigen land onder de eigen naam te publiceren.

Lees voor een uitgebreide toelichting op de testmethodieken, testonderdelen en de beoordeling onderstaande pdf.
Bandentest 2017: door wie en hoe wordt er getest en beoordeeld (pdf)

Testbanden

Uniek aan deze bandentest is enerzijds het testen van de slijtvastheid en anderzijds het feit dat alle testbanden anoniem worden gekocht bij bandenhandelaren. Hiermee wordt voorkomen dat we 'geprepareerde of speciale' banden krijgen. De geteste banden zijn dus identiek aan de exemplaren die een consument koopt.

Per geteste band kopen we tenminste 32 exemplaren in drie fasen anoniem bij bandenhandelaren. Om te beginnen kopen we er 24 (6 sets) waarmee we gaan testen. Op een later tijdstip worden bij een andere leverancier weer vier banden gekocht waarmee alle testonderdelen herhaald worden en vlak voor publicatie wordt nogmaals een set banden gekocht waarmee doorslaggevende testonderdelen herhaald worden.

Zo komt de beoordeling tot stand

Een band moet een goed afgestemde combinatie van verschillende eigenschappen bieden. Omdat veel bandeigenschappen strijdig zijn (bijvoorbeeld veel grip gaat ten koste van een goede slijtvastheid), moeten bandenfabrikanten altijd een compromis sluiten. In de bandentest beoordelen wij hoe goed dit compromis is.

We testen uitgebreid de volgende onderdelen: gedrag op droog wegdek, gedrag op nat wegdek, geluidsproductie (in en buiten de auto), brandstofverbruik (rolweerstand), slijtvastheid en duurzaamheid op maximaal toelaatbare snelheid. In de beoordeling krijgen de banden afhankelijk van hun prestaties één, twee, drie, vier of vijf sterren:


Zeer goed


Goed


Voldoende


Matig


Slecht

De beoordeling van de band vindt in eerste instantie plaats aan de hand van de prestaties op de afzonderlijke gewogen testonderdelen. Elk van de genoemde testonderdelen bestaat uit een aantal subonderdelen, die het eindcijfer van het betreffende onderdeel bepalen. Hierbij geldt voor sommige subonderdelen (zoals remmen) een doorslagfactor. Als een band bij het remmen een te slecht cijfer scoort dan kan het cijfer voor het betreffende hoofdonderdeel (bv. droog of nat wegdek) niet hoger meer kan zijn dan het cijfer voor het subonderdeel remmen.

Uit de eindcijfers op de (hoofd)testonderdelen rolt uiteindelijk het gewogen eindcijfer. Dit eindcijfer wordt vertaald naar een eindoordeel van maximaal 5 sterren. Voordat dat gebeurt kijken we eerst nog naar de afzonderlijke prestaties op de diverse testonderdelen. Presteert de band op één van deze relevante testonderdelen onder de maat, dan wordt de band afgewaardeerd en raakt een ster kwijt.

Rijgedrag op verschillende wegcondities

Voor aanvang van de rijproeven worden de banden gedurende zo'n 500 km ingereden op droog wegdek. Om omgevingsinvloeden te elimineren en om tests van verschillende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, worden referentiebanden gebruikt. De meetgegevens van de referentiebanden zijn tevens de maatstaf voor de testbanden.


Het subjectief beoordelen van het rijgedrag op droog wegdek vindt op een testcircuit plaats. Dit gebeurt afzonderlijk door twee testrijders die beiden diverse ronden rijden. We kijken naar het gedrag in bochten, de wegligging en gedrag bij spoorwisselingen. Verder onderzoeken we het gedrag bij remmen vanaf 100 km/h naar 1 km/h.

Op een nat gehouden baan worden ABS remmetingen verricht van 80 km/h tot 20 km/h. Verder wordt getest op aquaplaneren in lengte- en dwarsrichting. Het weggedrag wordt op een nat en bochtig parcours en op een kleine cirkelbaan beoordeeld.

Geluid

Op diverse asfalt- en betonbanen wordt subjectief het bandengeluid dat in de auto hoorbaar is beoordeeld door drie personen. Dit gebeurt na het afzetten van de motor bij een snelheid van 80 km/h tot een snelheid van 30 km/h. Voor het bandengeluid dat buiten de auto hoorbaar is wordt dezelfde procedure gebruikt als bij het EU Bandenlabel.

Snelheidsproef

Bij deze proef wordt onderzocht of de band een zware beproeving op de maximaal toegestane snelheid doorstaat.

Brandstofverbruik

De rolweerstand van de band wordt bepaald aan de hand van brandstofverbruiksmetingen met gevoelige apparatuur. Een hogere rolweerstand geeft een hoger brandstofverbruik. Het verbruik wordt gemeten bij een constante snelheid van 100 km/h. Deze metingen worden over een afstand van 2 km gedaan.

Slijtvastheid

De slijtvastheid wordt op twee manieren getest;

• Test A
Per testband wordt 1 set van 4 banden onder een auto getest. De auto’s rijden in konvooi een vast traject op de openbare weg, in totaal 15.000 km.
Na elke 2.500 kilometer worden de banden gewisseld van voor naar achteren en andersom en wordt er op 24 meetpunten (6x elke 90°) de profieldiepte gemeten. Via het gemeten gewichtsverlies en de profieldiepte metingen wordt de levensduur van de band berekend tot een profieldiepte van 1,6 mm. 

• Test B
Additioneel wordt er, om de resultaten van de konvooitest te controleren (crosscheck) op de proefstand getest. Op de ingespannen testband worden verticaal-, dwars- en remkrachten uitgeoefend. Per band wordt er 5.000 km op de proefstand afgelegd, meerdere exemplaren per testband.