Autostoeltjes: hoe wordt er getest?

Om de autostoeltjestest zo eerlijk en objectief mogelijk te laten verlopen worden er strikte regels en protocollen gebruikt. Hieronder een korte uitleg over de uitvoering van de test en welke testonderdelen er precies zijn. 

De autostoeltjestest van de ANWB wordt sinds 2003 uitgevoerd. Dat doet de ANWB samen met Europese zuster- en consumentenclubs. Dit testconsortium selecteert de test-autostoeltjes en definieert de testmethodiek. De kosten van de autostoeltjestest worden gezamenlijk gedeeld. Iedere volwaardige testpartner heeft het recht de test in eigen land onder de eigen naam te publiceren.

De test

Het De ANWB autostoeltjestest wordt sinds 2003 uitgevoerd door een internationaal testconsortium gevormd door Europese Autoclubs (ANWB met een aantal zusterclubs) en Europese consumenten organisaties (Consumentenbond met een aantal zusterorganisaties). Dit testconsortium selecteert de te testen autostoeltjes en definieert de testmethodiek van de testonderdelen.  De kosten van de test worden gezamenlijk gedeeld door de testpartners. Iedere volwaardige testpartner heeft het recht de test in eigen land onder de eigen naam te publiceren.

Lees hier een uitgebreide toelichting op de testmethodieken, testonderdelen en de beoordeling (pdf)

Keuze en inkoop  van de testzitjes

Het grote aantal modellen autostoeltjes dat op de markt verschijnt vereist een selectie van de te testen modellen. Belangrijke criteria voor de keuze van de test-autostoeltjes zijn:

  • autostoeltje moet een Europese goedkeuring hebben (ECE-R44/04 of ECE-R129)
  • het betreft een nieuw model autostoeltje
  • de marktrelevantie van het zitje groot
  • op wens van een afzonderlijke testpartner
  • het betreft een belangrijke innovatie

De inkoop van de teststoeltjes wordt anoniem gedaan door meerdere testpartners bij speciaalzaken of via internet. Op deze manier weten we ook zeker dat de zitjes voor de consument beschikbaar zijn. Afhankelijk van type stoel, de leeftijdsperiode waarvoor het zitje ingezet kan worden en het aantal montage-varianten worden er 4 tot 26 exemplaren van ieder testzitje gekocht.

Aanpassen testmethodiek / vergelijkbaarheid tests

De testprocedure en de beoordelingsmethodiek worden periodiek aan de laatste stand der techniek aangepast. Advies en feedback hierover krijgen we van een technische adviesgroep. Deze is opgezet door Stiftung Warentest (de Duitse Consumentenbond) en bestaat uit experts van universiteiten, onderzoeksinstellingen, andere organisaties en afgevaardigden van zowel auto- als autostoeltjes-fabrikanten. Los van advies en feedback op de testmethodiek is er zo ook een platform voor uitwisseling van kennis op gebied van productontwikkeling, wetenschappelijke testmethodieken en Europese regelgeving.

De laatste update van de testmethodiek is in 2015 doorgevoerd. Dit betekent dat de resultaten van de tests vanaf 2015 niet meer één op één te vergelijken zijn met die van tests uit eerdere jaren.

Belangrijkste wijzigingen

De belangrijkste wijzigingen in de 2015 testmethodiek zijn:

  • Bij de frontale botsing wordt gebruik gemaakt van de VW Golf VII carrosserie (was Golf VI), is de 10-jarige dummy vervangen door een nieuwe (Q10) en is de 3-jarige dummy (Q3) voorzien van abdominale sensoren.
  • De testopstelling van de zijdelingse botsing is veranderd. Deze is ontwikkeld op basis van richtlijn UNECE R129. Het belangrijkste verschil is dat nu bij de zijbotsing een naar binnen dringend portier wordt gesimuleerd, wat in de eerdere tests niet zo was.
  • Bij de tests voor gebruik en ergonomie worden voor de installatietests van de stoeltjes nieuwe automodellen gebruikt.
  • Voor de screening op schadelijke stoffen baseren we ons op de meest recente normen voor speelgoed en textiel.

Uitvoering van de test – de testonderdelen

De autostoeltjestest bestaat uit vier hoofd testonderdelen te weten Veiligheid, Gebruik, Ergonomie en Schadelijke stoffen.  De onder Veiligheid vallende subonderdelen frontale- en zijdelingse botsing worden uitgevoerd in het testcentrum van de Duitse autoclub ADAC. De gebruikstesten worden uitgevoerd door de Oostenrijkse auto club ÖAMTC in samenwerking met de Zwitserse club TCS. Verder laat de Duitse Stiftung Warentest de bekleding van de zitjes bij een extern laboratorium testen op de aanwezigheid van schadelijk stoffen.

Voorbeeld van een zijdelingse botsproef:

 

Zo komt de beoordeling tot stand

Als eindresultaat zijn er voor de autostoeltjes minimaal één en maximaal vijf sterren te verdienen:

Zeer goed

Goed

Voldoende

Matig

Slecht

Als een stoeltje bestemd is voor meerdere gewichtsklassen of lichaamslengten en/of meerdere installatiemodes kent, dan worden deze afzonderlijk getest. Voor het eindresultaat van de test wordt de laagste score gebruikt. Een zitje moet namelijk gedurende de totale gebruiksperiode veilig zijn voor het opgroeiende kind.

Bij Isofix stoeltjes gaan we ervan uit dat deze hoofdzakelijk met Isofix-bevestiging gebruikt worden. Het testresultaat heeft dan ook betrekking op montage met Isofix. Kan het stoeltje ook met de autogordel bevestigd worden en levert dit een minder goed resultaat op, dan staat dit genoemd bij de afzonderlijke beoordeling van het zitje. Uitzondering hierop vormt een ‘slechte’ score bij gordel- bevestiging, dit slaat direct door naar het eindresultaat dat hiermee ook ‘slecht’ wordt. 

De beoordeling van het autostoeltje vindt in eerste instantie plaats aan de hand van de prestaties op de afzonderlijke gewogen testonderdelen. Elk van de genoemde onderdelen bestaat uit meerdere subonderdelen, die de gewogen eindscore van het betreffende onderdeel bepalen. Hieronder het overzicht van de hoofd en sub testonderdelen en de wegingsfactoren:

Veiligheid

50%

Bescherming in de frontale botsing 40%
Bescherming in de zijdelingse botsing 40%
Gordelloop 10%
Stabiliteit op de autozitting 10%

Gebruik

40%

Kans op onjuist gebruik 40%
Vastzetten van het kind 20%
Monteren van het zitje 20%
Aanpassen lichaamslengte 10%
Handleiding 8%
Reiniging en afwerking 2%

Ergonomie

10%

Ruimte in het zitje 40%
Ruimtebeslag in de auto 20%
Zithouding kind in zitje 20%
Comfort 20%

Schadelijke stoffen

0%

Hierbij geldt overigens wel dat er eisen worden gesteld aan de score op belangrijke subonderdelen.

Scoort een zitje ‘slecht’ in de frontale of zijdelingse botsing dan slaat dit direct door naar de score op Veiligheid, dat hiermee ook ‘slecht’ wordt. Verder resulteert een ‘slechte’ score op vastzetten van het kind, monteren van het zitje of bij een grote kans op onjuist gebruik van het zitje in een ‘slechte’ score op het hoofdonderdeel Gebruik.

Een ‘slechte’ score op één van de hoofdonderdelen Veiligheid, Gebruik of Schadelijke stoffen resulteert direct in een ‘slecht’ ANWB testresultaat.