Kinderen veilig achterin

Gebruikt opa wel een autostoeltje?

Negen van de tien kinderen zitten bij opa en oma niet veilig in de auto, blijkt uit onderzoek van Taskforce Kinderveiligheid. Hoe zit dat met jouw kind?

Uit een onlangs uitgevoerd onderzoek van Taskforce Kinderveiligheid komt naar voren dat negen van de tien kinderen niet veilig bij opa en oma in de auto zit. Veel grootouders die wel degelijk autozitjes gebruiken, gebruiken ze niet goed. De stoelen zitten niet op de juiste wijze gemonteerd, de riempjes zitten te los of om het kind heen gedraaid. ‘Bij een frontale botsing en een loszittend autogordeltje schiet het kind als een raket naar voren tegen de voorstoelen of door de voorruit,’ zegt kinderchirurg-traumachirurg dr. William Kramer die aan het Taskforce-onderzoek meedeed, ‘met levensgevaarlijke verwondingen tot gevolg.'

Tot negen jaar vast

‘Autostoeltjes worden inderdaad regelmatig niet goed gebruikt, en kinderen worden niet altijd goed vastgezet’, zegt ook Paul Engel, ANWB Expert. Hij geeft nog wat cijfers uit hetzelfde onderzoek: de helft van alle autostoeltjes zit niet goed vast in de auto bij opa, en zes op de tien kinderen zit te los in de gordeltjes. Het onderzoek is uitgevoerd onder kinderen van 0 tot en met 8 jaar, en is een samenwerkingsverband van VeiligheidNL, Maxi-Cosi en Erasmus MC. De vraag is of (groot)ouders wel weten wat de regels zijn. Alle kinderen tot 1,35 meter moeten in een autozitje worden vervoerd, zowel voorin als achterin (dat zijn dus, gemiddeld gezien, alle kinderen tot een jaar of acht, negen jaar). En ja: óók bij opa en oma in de auto.

Paul Engel van de ANWB adviseert om het juiste stoeltje te gebruiken, passend bij de lengte of het gewicht van het kind. Gebruik geen stoeltje zonder rugleuning, die biedt namelijk onvoldoende bescherming. En lees vóór gebruik de handleiding van het zitje (en de auto) goed door. Daarin staat bijvoorbeeld dat je de gordels van het zitje goed moet aanspannen: er mag maximaal één centimeter ruimte tussen de gordel en het lichaam zitten. De ANWB heeft een verhelderende instructievideo gemaakt, waarin je precies ziet hoe je op de juiste wijze een autostoeltje bevestigt.

Praat erover

Stel dat dit allemaal herkenbaar is, dan rest de vraag: hoe ga je het gesprek aan met je (schoon)ouders over autostoeltjes? Je bent blij dat ze oppassen en wilt niet ondankbaar overkomen. ‘Het is toch belangrijk om dit te bespreken’, adviseert Joyce Akse, opvoedcoach en psycholoog. ‘Geef in zo’n gesprek aan waar je je zorgen over maakt, en hoe je graag ziet dat je (schoon) ouders het anders doen.’ Ze voegt nog een punt toe om in het achterhoofd te houden: ‘Houd er rekening mee dat de grootouders zich misschien helemaal niet bewust zijn van alle gevaren. Mede doordat de regels rondom gordels en autostoelen anders zijn dan dertig jaar geleden.’ De kinderen zelf kun je er ook bij betrekken, meent ze. ‘Je kunt afspraken maken met je kind: in de auto doen we altijd de gordel om en zitten we altijd in het stoeltje, er zijn geen uitzonderingen. Als je uitstraalt dat dat normaal is, wordt het normaal voor alle autoritten. Ook bij opa en oma.’

Dit zijn de regels

  • Kinderen tot 1,35 meter moeten in een kinderzitje, zowel voorin als achterin de auto
  • Het kinderzitje moet voldoen aan de Europese goedkeuringseisen ECE R44/03 of R44/04 of ECE R129, ook wel bekend onder de naam i-Size. Op het oranje goedkeurlabel dat op het stoeltje zit staat dit vermeld
  • Zet altijd de airbag uit als voorin een zitje gebruikt wordt dat tegen de rijrichting in staat
  • Kinderen mogen vanaf 3 jaar zonder autostoeltje bij iemand anders in de auto, maar alleen als dit een ‘incident’ is en de afstand niet langer dan 50 km