Dubbeltest: Alfa Romeo Stelvio versus Jaguar F-Pace

Droom-SUV's van elke huisvader

De Alfa Romeo Stelvio en Jaguar F-Pace zijn de natte droom-SUV's van elke huisvader. Ruim genoeg voor het hele gezin, maar ook heerlijke rijmachines met een fraai uiterlijk.

Prijzen en type auto

Jaguar rept in zijn folder over de F-Pace van een performance SUV. Een term die de lading geheel dekt, wat onverkort ook geldt voor de Alfa Romeo Stelvio. Het zijn krachtige, sportieve auto’s die door hun ruimte ook de goedkeuring van het gezin kunnen wegdragen. In deze dubbeltest gaat het om een 250 pk sterke Jaguar F-Pace R-Sport AWD 25t Automaat en een 280 pk (!) sterke Alfa Romeo Stelvio 2.0 T AWD automaat. Voor beide merken geldt dat dit hun allereerste SUV is. En beide merken zetten in op een doelgroep die geld heeft, die van mooie dingen houdt en niet vies is van pk’s. De F-Pace is sinds 2015 op de markt, de Stelvio zag pas begin dit jaar het levenslicht.

De Alfa Romeo Stelvio heeft een vanafprijs van € 55.150 euro. Dan krijg je een 200 pk sterke vierwielaandrijver. Onze testauto staat echter wat hoger op de uitrustingsniveau-ladder. Het is een 280 pk sterke First Edition met als extra ook nog eens die fraaie metallic lak. Deze testauto kost € 67.325 euro (die lak inbegrepen; die kost ruim 2.700 eu). De Jaguar F-Pace is er vanaf 57.100 euro en dus net iets duurder dan de Stelvio. Onze testauto met 250 pk en automaat kost € 68.230 – waarbij je dan ook dat fraaie British Racing Green als lakkleur hebt. Het scheelt dus zo’n duizend euro met de Alfa. In uitrusting zijn de auto’s behoorlijk aan elkaar gewaagd.

Jaguar F-Pace achter

Rij- en stuurgedrag

Qua rij- en stuurgedrag hebben beide merken een reputatie hoog te houden. Het zal niemand verbazen dat beide auto’s sportief aanvoelen. Ze reageren gretig op bewegingen van het gaspedaal en sturen mooi precies. Mede dankzij de vierwielaandrijving hebben ze erg veel grip. De Jaguar is in principe een achterwielaandrijver maar als de omstandigheden daarom vragen vloeien er aandrijfkrachten naar alle vier de wielen. Ook de Alfa monitort constant waar de aandrijfkrachten naartoe moeten vloeien.

De elektrische stuurbekrachtiging van de Jaguar voelt wat zwaar aan, maar dat is eigenlijk wel lekker. De vering en demping zijn aan de stevig kant, maar het voordeel daarvan is dat de auto nauwelijks overhelt in snel genomen bochten. De Jaguar heeft Adaptive Surface Response en biedt zo onder alle omstandigheden maximale grip – ook als dat nat gras of ijs is. De bak kent ook nog drie standen: dynamic, sneeuw en eco.  Het enige kritiekpuntje qua weggedrag van de Jaguar is dat de achteras wat springerig overkomt. Voor het mooie zouden de voor- en achterkant nog iets beter met elkaar in balans mogen zijn. Hij is bovendien rumoeriger dan de Alfa (band en wind).

En de Alfa Romeo Stelvio? Tjonge, wat heeft die een fijn weggedrag. Ook hier een wat stevige veer/dempingskarakteristiek, en dus net als bij de Jaguar veel controle over de koetsbewegingen. Maar het is vooral de gretigheid van de motor die grote indruk maakt. Net als de manier waarop je met deze auto een bocht instuurt. De Stelvio stuurt echt heel precies. Wat verder helpt in het algehele weggedrag is de ideale gewichtsverdeling over de voor- en achteras van 50:50. En het gebruik van koolstofvezels voor de aandrijfas en aluminium voor de portieren, de motor, en de wielophanging. Dat houdt de Stelvio relatief licht. Met 1.635 kilogram is hij liefst 130 kilogram lichter dan de Jaguar (1.760 kg)  En dat merk je, de Stelvio voelt lichtvoetiger aan en spurt in slechts 5,8 seconden vanuit stilstand naar 100 km/h. Bij de Jaguar duurt dat met 6,8 seconden wat langer.

Ook deze Alfa heeft natuurlijk de bekende DNA-knop om de rijkarakteristiek van de Stelvio aan te passen aan de rijomstandigheden of persoonlijke voorkeur. Het systeem biedt keuze uit drie standen waarin de instellingen zijn geïntegreerd voor de koppelopbouw, gasrespons, schakelkarakteristiek, de ESP-stabiliteitsregeling en de ASR-tractieregeling. Een klacht: de bak is net wat te traag, terwijl de rest van de auto juist zo alert reageert. Tot slot: de Alfa mag 2.300 kilogram op de trekhaak hebben, de Jaguar zelfs 2.400 kilogram. Dus een fikse paardentrailer of een mooie speedboat knoop je zo achter deze auto’s.

Ruimte

Beide auto’s zijn ruim vanbinnen, maar door de zwarte bekleding en de hoge taillelijn van de Jaguar voelt het bij beide achterin wat krap. Niet dat het er echt krap is trouwens. Mensen tot 1.80 zitten achterin de Jag riant en als je 1.90 bent heb je nog steeds genoeg beenruimte. Alleen laat de hoofdruimte dan te wensen over, wat komt door het glazen schuifdak. In het midden zit een fikse tunnel waardoor je niet met 5 volwassenen achterin kunt zitten. De achterbak is met 650 tot 1.740 liter ruimte erg goed bruikbaar. De achterbank is in drie delen neerklapbaar wat eenvoudig gaat met een hendel vanuit de achterbak. Er ontstaat dan een vlakke laadvloer, die wel een beetje schuin oploopt. De achterbak heeft geen dubbele laadvloer maar wel een thuiskomer.

Bij de Alfa laat je de stoelen net als in de Jag zakken in de verhouding 40/40/20. De rugleuning van de bank staat een klein beetje achterover gekanteld waardoor je erg comfortabel zit. Achterin is er ook voor personen van 1.90 meter prima ruimte! Dat waren we van Alfa’s anders gewend, hoewel ook de Giulia – waarop deze Stelvio is gebaseerd – verassend veel ruimte op de achterbank biedt. Klap je die achterbank weg dan ontstaat ook hier een vlakke laadvloer. Het is bovendien een dubbele laadvloer met vakken in het onderste deel. Ook hier een extra 12 volt-aansluiting en sjorogen. De Alfa biedt minimaal 525 en maximaa1.600 liter bagageruimte en is dus kleiner dan de Jaguar. De instap achterin is net als bij de Jaguar wat onhandig: je moet enigszins over de wielkast heenstappen. Beide auto’s hebben hard plastic aan de achterzijde van de voorstoelen. Dat is krasgevoelig.

Gebruiksgemak

Als je instapt in deze auto’s heb je echt het gevoel in iets speciaals te stappen. Dat geldt voor allebei. Elk op hun eigen manier geven ze je het gevoel dat al dat geld wel is besteed. Bij de Jaguar komt de bedieningshendel van de pook omhoog als je start. En bij de Alfa heb je dat echt sportieve Alfa-cockpit gevoel met die diepliggende klokken.

De Stelvio is standaard uitgerust met een infotainmentsysteem met 6,5-inch kleurenscherm maar de testauto heeft een 8,8 inch aanraakscherm. Verder is er multifunctionele draaiknop op de tunnelconsole waarmee je heel veel functies bedient.  De Stelvio heeft geen digitaal instrumentarium maar de kenmerkende ronde, analoge klokken. Heel fraai en goed afleesbaar. In plaats van de standaard audio-installatie kan ook worden gekozen voor een Harman/Kardon premium hifi-systeem met 14 speakers en een subwoofer. Vanaf het tweede uitrustingsniveau heb je bluetooth connectiviteit en DAB radio. Twee puntjes van kritiek bij de Stelvio: de richtingaanwijzer zit te dicht bij de schakelflipper voor terugschakelen zodat je soms onbedoeld terugschakelt. En de aircobediening zit nogal laag zodat je je ogen van de weg moet halen om hem te bedienen. Dat gaat trouwens wel gemakkelijk.

De Jaguar F-Pace heeft standaard een fraai 8 inch breed infotainemtscherm en analoge klokken Tegen meerprijs is er een fors 10,2 inch scherm (dat ook de testauto heeft) en een digitaal instrumentarium. Tegen meerprijs is verder ook WiFi hotspot en emergency call mogelijk. Bluetooth integratie voor je telefoon is standaard. Net als bij de Stelvio kun je ook in de F-Pace gaan voor een heel dikke stereo, in dit geval van Meridian. Wat handig is bij de Jag is dat je de laadvloer kan omdraaien. Van mooi stof krijg je dan robuust rubber. De hoedenplank kun je opbergen onder de laadvloer. Het zicht schuin naar achteren is bij beide slecht, ook de A-stijlen zijn erg fors.

Veiligheid

Op het gebied van de veiligheidsuitrusting hebben de Stelvio en de F-Pace allebei standaard belangrijke zaken zoals een actieve noodreminstallatie (bij de Alfa met voetgangersherkenning) en lane departure warning. Bij de Jaguar kun je dan uit de optielijst de lane departure actief maken zodat hij de auto zelf tussen de lijnen houdt. Veder kun je kiezen voor adaptieve cruise control en die is weer te upgraden met queue assist, waarbij de adaptieve cruise control remt tot aan stilstand – Handig in files. Op de optielijst staat verder een 360 camera en trailer stability assist.

Op de Stelvio is optioneel adaptieve cruise control en Blind Spot Monitoring. Hij is net als bij de Jag is hij ook uit te rusten met adaptieve cruise control met stop&go functie (dus remmen tot stilstand). Verder kun je een parkeercamera krijgen die kruisend verkeer ziet. Voorts kun je op beide auto’s zaken krijgen als verkeersbordherkenning, waarbij de Jaguar ook nog een intelligente speed limiter heeft die de snelheid automatisch aanpast aan de ter plaatse heersende maximumsnelheid. En uiteraard hebben ze beide AWD dat ook bijdraagt aan de veiligheid.

Conclusie

Beide auto’s geven je het gevoel dat je iets speciaals in handen hebt. Ze hebben een prima standaarduitrusting en zijn via de optielijst naar hartenlust nog verder op smaak te brengen, waarbij de prijzen al snel de pan uit rijzen. Maar goed, dit zijn performance SUV’s en dus wegen rijdynamiek en beleving zwaar mee. Daarvan biedt de Alfa Stelvio wat ons betreft het meest. Hij heeft het meest uitgebalanceerde weg- en stuurgedrag en beestachtige prestaties. Hij is net iets kleiner dan de Jag, maar ook over de hele linie ook net wat goedkoper. En hij heeft desondanks toch meer pk’s. De Jag, die vooral erg mooi is, heeft een wat springerige achteras en stuurt net iets minder precies. Kortom: de Alfa Romeo Stelvio wint deze vergelijking.

Test Jaguar F-Pace

Test Alfa Romeo Stelvio