Populair in private lease: Toyota Aygo, Opel Karl en Kia Picanto

Triotest goedkope stadsauto’s

Stadsauto’s zijn goedkoop. Vooral wanneer je ze aanschaft via private lease. Voor 200 tot 250 euro per maand zijn alle kosten gedekt op de brandstof na. Maar hoeveel auto krijg je eigenlijk voor dat geld?

Type auto en prijs

Wij kiezen voor deze test voor de vijfdeursversies van de Kia Picanto, Toyota Aygo en Opel Karl. De Picanto is dit jaar helemaal vernieuwd. En dus hebben we hier zo’n gloednieuwe Kia Picanto staan met een 67 pk sterke 1.0-liter driecilinder benzinemotor. We vergelijken hem met een Toyota Aygo 1.0 driepitter, goed voor 69 pk en een Opel Karl met een 75 pk éénliter driecilinder. De Opel is op papier dus de sterkste van dit drietal.

De Toyota Aygo is de goedkoopste. Hij is er vanaf 11.395. De Opel Karl kost vanaf 11.449 euro en de Kia Picanto is de ‘duurste’ met een vanafprijs van € 11.725. Heel vriendelijke prijzen dus, maar we bevelen je aan toch iets meer geld uit te geven zodat je in elk geval een airco hebt. Dat heeft namelijk een grote positieve invloed op de restwaarde. Het is tegenwoordig erg populair om deze auto’s via private lease te rijden. Ze zitten in de goedkoopste klasse van tussen de 200 en 250 euro per maand. Voor dat geld zijn dus alle kosten gedekt, op de brandstof na.

De prijzen van de testauto’s zijn als volgt: De Aygo is een X-Joy. Die kost € 14.995,- en voor dat geld krijg je een rijk uitgeruste auto. Deze Aygo heeft onderscheidt zich van de anderen met een parkeercamera en DAB+ radio. De test-Opel heeft het hoogste uitrustingsniveau: Rocks. Hij ziet er extra stoer uit. Voor € 15.447 krijg je parkeersensoren achter, Opel Onstar met WiFi hotspot, Apple Carplay, diverse stuurwielbedieningen en city modus voor besturing. De test-Kia Picanto First Edition 1.0 MPI is met een prijs van € 15.575 de duurste. Die heeft dan weer bluetooth connectiviteit, een achteruitrijcamera en een in hoogte verstelbare bagagevloer.

Alle drie hebben ze een mooi groot 7-inch infoscherm, cruise control, stabiliteitscontrole en automatische airco. De auto’s hebben standaard brake assist, hill-start assist, traction control en stabiliteitscontrole. Eigenlijk is het best bijzonder dat stadsauto’s dit soort veiligheidszaken aan boord hebben. Vijf jaar geleden was dat nog ondenkbaar. Je kunt de auto’s nog verder aankleden, waarbij de Picanto  dan nog is uit te rusten met een autonoom remsysteem. Op de Aygo kun je dat ook krijgen, plus een rijstrookassistent. De Opel Karl kun je wel met rijstrookassistent krijgen, maar niet met autonoom noodstopsysteem. En nu we het toch over veiligheid hebben: Alle drie hebben last van fikse dode hoeken: zowel de A-stijl als de C-stijl zit erg in de weg. De Opel Karl haalde 4 sterren (in 2015) in de EuroNCAP crashtest, de Kia Picanto 3 sterren (in 2017) en de Toyota Aygo 4 sterren (in 2014).

Kia Picanto

Hoe rijden de Toyota Aygo, Opel Karl en Kia Picanto

Deze auto’s zijn echt bedoeld voor stadsgebruik. Voor langere ritten en voor een flink rit over de snelweg zijn ze alle drie te rumoerig. Je hoort veel banden-, wind- en motorgeluid. De Aygo spant wat motorgeluid de kroon, de Picanto qua windgeruis.

De besturing is van alle drie in orde voor het soort auto, waarbij vooral de Karl nogal onderstuurd is. Dat wil zeggen, als je wat vlot een bocht instuurt heeft hij sneller dan de andere twee auto’s  de neiging weg te glijden over de voorwielen. Op zichzelf is dat trouwens niet gevaarlijk. Als bestuurder is je natuurlijk reactie namelijk om het gaspedaal los te laten. De auto vindt dan automatisch zijn grip terug en zal de ingegeven richting opsturen.

De Opel Karl heeft vanaf het tweede uitrustingsniveau een City-stand voor de besturing. Daarmee stuurt hij extra licht, wat bijvoorbeeld handig is bij inparkeren. Maar tijdens het rijden is het te licht en gevoelloos. De Aygo voelt wat stoterig, de Picanto is de comfortabelste. Alle drie hebben ze de neiging over te hellen in bijvoorbeeld de bocht van een klaverblad.

De driecilinder motoren voldoen. Van de Aygo komt de krachtbron het vlotst over van dit testtrio. Hij betrekt je op een leuke manier bij het rijden. Dat - samen met de frivole kleur op het dashboard – zorgt er voor dat je al snel een plezierige rit hebt. Wil je vlot doortrekken van 100 naar 130 km/h dan moet je bij alle drie even terugschakelen.Bij 100 km/h draaien de driecilinders zo’n 3.000 toeren. Tja en dan maken ze nou eenmaal rumoer. De versnellingsbakken van alle drie de testauto’s voelen nogal hakerig aan. Best vervelend, want juist in de stad schakel je veel.

De Toyota Aygo, Opel Karl en Kia Picanto van binnen

Deze drie auto’s hebben een wagenlengte van ruim onder de 4 meter. Klein dus. (Ter vergelijking, een Opel Astra is 4,27 meter lang). De Opel Karl is het langst met 3 meter 67, dan volgt de Picanto met 3 meter 60 meter en de Aygo volgt op gepaste afstand met 3 meter 45.  Op zo’n compacte bodemsectie is het natuurlijk woekeren met ruimte. De Aygo heeft de kleinste wielbasis – dat is de afstand tussen de voor en achteras – en daarmee ook het kleinste interieur. De Opel Karl mag dan de grootste buitenmaten hebben, de Picanto heeft de grootste wielbasis (2 cm meer dan de Opel) en biedt daardoor net wat meer binnenruimte dan de Karl.

In de Aygo zit je voorin goed, maar achterin heb je als volwassene niets te zoeken. De opbergruimte voorin is trouwens beperkt. In de Opel Karl zit je een stuk ruimer voorin en heb je wel voldoende bakjes en vakjes voor kleingeld en je telefoon. Ook achterin is meer ruimte dan in de Aygo. Voor de Picanto geldt hetzelfde. In zowel de Opel als de Kia kun je als volwassene op een kort ritje nét achterin zitten zolang je niet langer bent dan 1 meter 80. Bij alledrie zijn de zittingen van de achterbank en van de voorstoelen kort. Voor korte ritjes niet zo’n probleem, maar voor een wat langere rit irritant en voor dagelijks 30 à 40 kilometer naar je werk rijden ook niet echt fijn.

Kia Picanto

Als je instapt heb je in de Opel Karl en de Kia Picanto het gevoel in een volwassen auto te  stappen. Instrumenten en infotainmentscherm zien er voor auto´s in deze prijsklasse prima uit. De Aygo is – laten we zeggen – speelser en frivoler met dat gekleurde dashboard en slechts één grote klok bovenop de stuurkolom, waarin diverse functie zijn opgenomen. Dat komt de afleesbaarheid van de diverse metertjes niet ten goede. Verstel je het stuur dan bewegen de digitale instrumenten mee.

Wat bij de Picanto opvalt is dat de aircobediening erg laag zit. Je moet je ogen van de weg halen olm hem te bedienen, maar dat gaat gelukkig wel heel eenvoudig. Opel heeft vanaf het derde uitrustingsniveau (kost anders 499 euro) het bekende Onstar-systeem dat zelf nooddiensten kan bellen en tegelijkertijd als WiFi-hotspot dienstdoet. Onstar maakt deel uit van de standaarduitrusting van ‘onze’ Rocks-versie. Let op: want wanneer de databundel (van maximaal 3 GB) eenmaal op is, moet je een betaald abonnement afsluiten. Wel uniek dat je in een stadsauto WiFi hebt!

De kofferbakjes zijn met de achterbanken op hun plaats in alle drie gevallen klein. Met de bank plat biedt de Karl 1013 liter ruimte, de Picanto net iets minder met 1010 en de Aygo 780 liter. De Picanto heeft verstelbare laadvloer en dus een lage tildrempel. Alle drie de bankjes zijn in delen neerklapbaar en eenvoudig met een druk op de knop of een trek aan de lus neer te klappen. Geen van drieën heeft een vlakke laadvloer.

We moeten het hier ook nog even over de bouwkwaliteit hebben van de Aygo. Open je de achterklep van de Aygo dan heb je eigenlijk niet meer dan een glasplaat in je handen. Voelt nogal kwetsbaar en wiebelig. Bij het openen druk je een wat knullige plastic knop in. En kijk eens naar die bumper, dat plastic druk je zo helemaal in! Verder is het hoedenplankje een lap stof in plaats van een plank. Hier is duidelijk bespaard op materiaal!

De testauto’s en het milieu 

De drie testauto's springen erg netjes om met brandstof. De Toyota Aygo scoorde een praktijkverbruik van 1 op 17,9. De Opel Karl was iets zuiniger en kwam tot 1 op 18,5 en de Kia Picanto was met een gemiddeld praktijkbrandstofverbruik van 1 op 19,2 het allerzuinigst. In alle drie gevallen geldt dat dit keurige cijfers zijn. De drie testauto's scoren alle een B-milieulabel.

Conclusie

De Aygo valt als eerste van dit trio af. Hij mag dan de goedkoopste zijn, hij is tevens het minst ruim en voelt het minst verfijnd aan. De Kia Picanto is de nieuwste van dit stel. Dit is juist de duurste van het trio, maar je krijgt er wel een goede auto voor met ook nog ’ns 7 jaar fabrieksgarantie. De Opel Karl is nét wat goedkoper dan de Picanto, maar hij is wel het meest 'connected' met zelfs de mogelijkheid van WiFi en een systeem dat zelf nooddiensten belt in geval van een ongeluk. Op basis daarvan wint de Opel Karl deze triotest.

Concurrenten

Volkswagen Up!

Hyundai i10

Renault Twingo