Dubbeltest Mini Countryman vs. Seat Ateca

De Mini rijdt het lekkerst, maar de Seat is het meest praktisch in gebruik

De een heeft een retro-design, de ander is ontworpen volgens de laatste mode. Toch hebben de Mini Countryman en Seat Ateca een belangrijke overeenkomst: hun sportieve inborst. Wie wint dit potje?

Ruimte

Wanneer je de beide testkandidaten naast elkaar parkeert, schelen ze maar 4 centimeter in lengte. Open je de kofferdeksels, dan blijken de onderlinge verschillen groter. Hoewel de laadruimte van de Countryman in vergelijking tot zijn voorganger met 220 liter toenam, is het de Ateca waarin je de meeste spullen kunt vervoeren. De Seat weet raad met minimaal 510- en maximaal 1.604 liter aan bagage, tegenover 450- of 1.390 liter voor de Mini. Op de achterbank geeft de Brit weinig aan de Spanjaard toe: niet alleen de laadruimte blijkt gegroeid, ook de beenruimte is spectaculair toegenomen. De hoofdruimte is toereikend; lange inzittenden hebben achterin de Ateca net een paar centimeter meer tot hun beschikking. Dat geldt ook voor de leefruimte op de achterbank: in de Seat kunnen drie volwassenen naast elkaar zitten, in de Mini moeten ze elkaar daarvoor goed kennen.

Rijgedrag

Voor een compacte crossover is de Countryman met een leeggewicht van 1.340 kilogram behoorlijk aan de maat. Toch voelt hij watervlug, wat geen verbazing wekt wanneer je bedenkt dat Mini met een afgeleide van deze auto al herhaaldelijk de Dakarrally heeft gewonnen. Wij reden met de eenvoudigste uitvoering; een 136 pk sterke driecilinder met turbo. Hoewel je op basis van die omschrijving wellicht naar een krachtiger motor zou verlangen, blijk je daar in de praktijk geen behoefte aan te hebben. De driepitter is lekker vinnig en verrassend stil. Zeker in de sportmodus stuurt hij zwaar en schakelen gaat hoe dan ook stroef. Voor de een zal dat bijdragen aan de rijbeleving, de ander leidt het alleen maar af.

De Seat is nadrukkelijk afgestemd op een comfortabele rit. Schoonheidsfoutjes zijn banden- en windgeruis bij 100 km/h en het feit dat kleine hobbels niet helemaal mooi worden weggefilterd, wat onrustig overkomt. De besturing is aan de lichte kant en rond de middenstand wat vaag. De testauto was uitgerust met een 1.4-liter benzinemotor, gekoppeld aan een automaat met dubbele koppeling. Het is oorspronkelijk een viercilinder, maar als je rustig met het gaspedaal omspringt, probeert de motor zoveel mogelijk om twee van de vier cilinders uit te schakelen. Hij rijdt dan dus op twee cilinders (!) en dat heeft een positieve invloed op het brandstofverbruik. De prestaties zijn in orde, maar als je wilt opschieten, kun je beter handmatig een tandje terugschakelen. Verder viel ons op dat het gaspedaal bruusk aangreep: wanneer je aan het inparkeren bent, kan dat vervelende gevolgen hebben!

Verbruik

Behalve de door ons gereden Cooper-versie kun je bij Mini ook kiezen voor een 192- of 231 pk sterke benzine-uitvoering van de Countryman. De Nederlandse importeur voorziet verder in een tweetal diesels, waarvan het vermogen uiteenloopt van 150- tot 190 pk.

Ondanks een grotere brandstoftank (op de optielijst kun je een 10 liter groter exemplaar aanvinken) kwamen wij niet in de buurt van het opgegeven fabrieksverbruik. Dat bedraagt idealiter 1 op 18,2, wij realiseerden 1 op 12,4. Het motorenpallet van de Seat beslaat twee benzine- en drie dieselmotoren. De krachtigste motor is 190 pk sterk; instappen doe je met 115 pk. Ons testexemplaar, voorzien van uitschakelbare cilinders plus een automaat, is op papier goed voor een score van 1 op 18,5. In het dagelijks leven springt de Ateca weliswaar zuiniger met benzine om dan de Mini, maar veel scheelt het niet: de brandstofmeter bleef steken bij 1 op 13,5.

Gebruiksgemak

In de kofferbak van de Seat zitten twee hendels, waarmee je de rugleuning neer kunt klappen. Met dat handigheidje moet de Spaanse SUV verbloemen dat hij geen vlakke of dubbele laadvloer heeft. Verder viel het ons op dat de Ateca voor zo’n sportieve auto nauwelijks stroompunten biedt. Voorin kun je jouw telefoon nog wel bijladen - dat kan zelfs draadloos, wanneer je tenminste over het juiste toestel beschikt - maar achterin en in de kofferbak zoek je vergeefs naar een aansluiting voor elektrische apparatuur.

Bij het verlaten van de achterbank moet je nadrukkelijk over de achterste wielkuip heen stappen. Het interieur, dat is opgetrokken uit harde plastics, beschikt over een voorbeeldige ergonomie. Het binnenste van de Mini laat op dat vlak het nodige te wensen over. Sowieso zetten wij onze vraagtekens bij het drukke dashboard, dat van de jukeboxverlichting en tuimelschakelaars aan elkaar hangt. Het is prachtig gemaakt, maar bij een grote wagen als de Countryman verwacht je eerder een interieur dat overeenkomt met de serieuze prijs die voor de auto wordt gevraagd. We zijn wel gecharmeerd van de in drie delen neerklapbare achterbank, waarmee je een vlakke laadvloer kunt creëeren. Bovendien gaat onder de bagagebodem extra laadruimte schuil. Laat je de achterbank overeind staan, dan is het plezierig om te weten dat je niet alleen de zittingen kunt verschuiven, maar ook de rugleuningen kan verstellen. Net als bij de Seat is achterin uitstappen geen eenvoudige opgave: bij de Mini ligt de achterbank verscholen achter de C-stijl, zodat je daar gemakkelijk tegenaan loopt. Beide testkandidaten zijn overigens optioneel leverbaar met vierwielaandrijving. Bij de Countryman kun je daar bij elke mogelijke krachtbron voor kiezen, in het geval van de Ateca blijft die meeruitrusting voorbehouden aan de dikste motoren.

Veiligheid

De hoge zit van de Mini resulteert helaas niet in een beter zicht rondom: de ramen zijn klein en het dak loopt ver door, zodat je bij het verkeerslicht uit je stoel moet om te zien of het al groen is. De veiligheidsuitrusting omvat adaptieve cruise control (werkt niet tot stilstand of boven de 140 kilometer per uur), verkeersbordherkenning, een grootlichtassistent en een zelfstandig remsysteem bij stadssnelheden.

Alle hulpsystemen moeten van de optielijst worden bijbesteld en wel in de vorm van één pakket á € 990. De Seat biedt een fijne, lage zitpositie, al is dat doorgaans niet de reden waarvoor je een crossover koopt. Het zicht rondom is matig. Vanachter het stuur is niet te zien waar de neus ophoudt en vooral de achterste raamstijlen zijn erg breed en leveren daardoor een grote dode hoek op. De Nederlandse importeur biedt op de Ateca een aantal standaard hulpsystemen aan. Zo beschikt de semi-terreinwagen over vermoeidheidsherkenning en een zelfstandig remsysteem bij stadssnelheden, dat ook voetgangers herkent. Wie wil, kan daar zaken als dode hoek signalering, verkeersbordherkenning en een actieve rijstrookassistent bijbestellen. Die laatste is nadrukkelijk aanwezig: losjes invoegen of - moedwillig - van rijstrook wisselen resulteert al gauw in een robbertje armpje drukken.

Prijs

Het weglaten van een instapmodel leidt bij Mini tot een stevige prijsverhoging in vergelijking met de uitgaande Countryman: het leveringsgamma begint met een Cooper en daarvoor verlangt de importeur minimaal € 32.900. Voor dat geld krijg je dan wel meer vermogen dan bij de concurrent, plus cruise control, handbediende airconditioning en een radio met Bluetooth-koppeling.

De Ateca staat al vanaf € 27.700 bij je voor de deur, maar voor cruise control of een sterkere motor moet dan nog worden bijbetaald. Dat laat onverlet dat je voor het geld van de door ons gereden Mini (net geen 50 mille) de verstrekte Seat kunt aanschaffen, plus nog een Ibiza voor erbij.

Winnaar

De Mini stuurt het lekkerst van de twee en dat compliment mogen de Duitsers in hun zak steken. De Seat rijdt namelijk al erg fijn. Daar bovenop biedt de Ateca de meeste binnenruimte en de rijkste veiligheidsuitrusting. En dat dan ook nog voor de aantrekkelijkste prijs! Daarom wordt deze krachtmeting gewonnen door de Spanjaard.

Bekijk hier de afzonderlijke rijtesten van deze testkandidaten:
Seat Ateca
Mini Countryman