Scooteren op Sardinië
(Lezersverhaal)

Op de een of andere manier blijft Sardinië in Nederland toch een beetje het imago houden van een luxe en bovenal dure bestemming, waar alleen de happy few op vakantie gaan. Verhalen in de media over het luxe vakantieverblijf van Silvio Berlusconi houden dat beeld hardnekkig in stand. En eigenlijk is dat misschien wel prima zo, want als iedereen zou weten hoe onbeschrijflijk mooi dit Italiaanse eiland is, zou het vast veel drukker worden. In augustus, als de Italianen massaal vakantie vieren, zal het dat ook wel zijn, maar als je in november gaat, is het echt een oase van rust. En luxe? Ach, een mooie hotelkamer is toch niets mis mee?
Tekst en foto's: Jos Caubo

Vreemd, ik heb eigenlijk mijn hele leven roze cyclamen een beetje truttige ‘oma-kamerplanten’ gevonden, maar nu ze hier in Alghero -en notabene half november- in de plantsoentjes aan de haven nog in volle bloei staan, zien ze er opeens toch wel erg leuk uit. We zijn in Alghero terecht gekomen door een combinatie van behoefte aan het ‘tanken’van wat extra zon voordat de lange winter in ons donkere landje écht begint, en een prettig laaggeprijsd vliegticket naar deze Sardijnse plaats.

Hoewel het stadje een leuk oud centrum heeft, is de omvang toch te klein om je daar de drie volle dagen die we ter beschikking hebben te vermaken. Tenzij je de hele dag op een zonovergoten terras aan de haven wil zitten, wat met een zalige temperatuur van 22 graden natuurlijk erg lekker is, maar we willen toch ook iets van de omgeving zien. Terwijl we dat bij een lekkere caffe macchiato op een van die terrassen zitten te bedenken, valt ons oog op een nabijgelegen kiosk waar je scooters kunt huren. Scooters? Die dingen die we in Nederland bijna dagelijks verwensen vanwege het kabaal wat ze maken en het onverantwoord hard door bij voorkeur voetgangersgebieden rijden, met vaak “Sjonnie-achtige” berijders? Waarvan wij altijd zeggen: “nóóit willen we zo’n ding”? Maar ja, in Italië rijdt iederéén op zo’n ding! Verhuurder Giuseppe geeft de doorslag. Molto facile om te rijden, en met een huurprijs van 30 euro per dag moeten we dat maar gewoon doen, zo vindt hij. Even later tuffen we met een vaartje van zo’n 40 kilometer per uur Alghero uit, en rijden onder de stralende zon en langs de onwaarschijnlijk blauwe zee zuidwaarts richting het stadje Bosa. Het is even wennen, maar als we na een uurtje de eerste loslopende schapen en varkens op de weg voor ons zien, slalommen we er behendig om heen! Bosa is een echt gezellig stadje, dat een mooie ligging heeft op twee kilometer van de kust, aan de oever van een rivier. De bontgeschilderde huizen aan de linkeroever vormen een fraai decor als je Bosa binnenrijdt.
Gesloten

We boffen met onze hotelkeuze in Alghero. Hotel Domomea blijkt gloednieuw en heeft pas afgelopen voorjaar de deuren geopend. Lekker dicht bij het centrum, met 20 kamers plezierig kleinschalig, een heerlijk ontbijt en bovenal supervriendelijk personeel. Als we de receptionist de eerste avond vragen of hij nog een goede tip weet voor een leuke trattoria, begint hij uitvoerig op de plattegrond van het centrum in te tekenen hoe we bij Maristella komen, want dáár kunnen we lekker eten! Helaas: in november op vakantie gaan heeft ook zijn nadelen, want Maristella is net als veel andere ristorantes gesloten. Daardoor is de keus een beetje beperkt, maar gelukkig zijn er voldoende adresjes om toch volop te kunnen genieten van de Italiaanse keuken. Waarbij ons overigens opvalt dat Sardinië toch wel wat duurder is dan veel regio’s op het vasteland.
Prosciutto

We beginnen plezier te krijgen in het rijden op onze scooter. De rit terug van Bosa, door de bergen in het binnenland, werd aan het einde van de middag weliswaar erg fris, maar de volgende dag zijn we dat weer vergeten en rijden onder opnieuw een strakblauwe lucht richting Capo Caccia, ten noordwesten van Alghero. Je kunt de imposante kaap al van veraf zien uittorenen boven de zee. De route erheen is van een adembenemende schoonheid, met telkens nieuwe vergezichten waarbij het groen van de pijnbomen, het azuurblauw van de zee en het geel-oranje van de rotsen om voorrang vechten.

Het gesloten restaurantsyndroom blijft ons achtervolgen, en als tegen een uur of een onze magen beginnen te knorren is er in heinde en verre niets te vinden dat open is. Op de valreep zien we een chaotisch en rommelig ogend buurtwinkeltje, en even later zitten we aan een geïmproviseerde picknick op een mooi strandje. Anderhalf ons prosciutto, salami Sardo, een pakje Tuc (want het brood was uitverkocht!), wat selderijsalade en een kartonnen literpak rode wijn van 99 eurocent (geen kurkentrekker bij ons!) vormen een culinair stilleven op het strand, en andermaal blijkt geluk in de kleine dingen te zitten, in het genieten van mooie momenten. Nog zo’n mooi moment volgt aan het einde van de middag, als we terug in Alghero bij een barretje aan zee met een koel glas witte wijn voor onze neus naar de goudgekleurde zonsondergang zitten te kijken. Sardinië lijkt vanuit Nederland ver weg, maar met iets meer dan anderhalf uur vliegen is zelfs ‘maar’ een weekendje de moeite dubbel en dwars waard!
- Omhoog ^





