Veelgestelde vragen

Geregeld komen er bij de ANWB vragen binnen over de bewegwijzering in Nederland. De meest gestelde vragen vindt u op deze pagina.

  • Hoe komt het dat veel wegwijzers 's nachts donkere vlekken en strepen vertonen, waardoor ze minder goed te lezen zijn?

    Voor de zichtbaarheid in de nachtelijke uren worden wegwijzers uitgevoerd met verlichting en/of voorzien van retroreflecterend materiaal. Retroreflecterend materiaal functioneert onder normale omstandigheden uitstekend. Aan het gebruik ervan kleven echter ook bezwaren. Bij dauw en rijpaanslag gaat het reflecterende effect geheel of gedeeltelijk verloren. Het lijkt dan of de wegwijzers sterk vervuild zijn en ook de constructie daarachter wordt zichtbaar. Dit is niet bevorderlijk voor de leesbaarheid en dus ook niet voor de verkeersveiligheid.De wegbeheerders weet van dit probleem, maar heeft de economische en praktische voordelen op laten wegen tegen de nadelen. In de 90-er jaren heeft de verantwoordelijke wegbeheerder van het hoofdwegennet, Rijkswaterstaat, in haar streven naar onderhoudsarm wegmeubilair besloten om de externe verlichtingsarmaturen aan panelen boven de weg achterwege te laten. Daarmee wordt bereikt dat verkeershinder (filevorming) als gevolg van onderhoud aan de verlichting achterwege kan blijven. Bovendien wordt een besparing van aanleg-, installatie en exploitatiekosten bereikt. Daarvoor in de plaats worden deze wegwijzers volledig voorzien van retroreflecterend materiaal, dat onder normale omstandigheden uitstekend functioneert.

  • Hoe komt het dat van veel wegwijzers de verlichting niet brandt?

    Bij de verantwoordelijke wegbeheerder, heerst nogal eens onduidelijkheid over het onderhoud van elektrische installaties. Hierdoor verloopt het onderhoud aan de verlichting van wegwijzers vaak niet goed. Dit komt ook wel door het gebruik van verkeerd materiaal.Wat kan ANWB Bewegwijzering daaraan doen?Onleesbare wegwijzers hebben nadelige gevolgen voor de verkeersveiligheid. ANWB Bewegwijzering voelt zich sterk betrokken bij de verkeersveiligheid van de weggebruiker. Met een nieuwe dienst proberen wij de verantwoordelijkheid voor het onderhoud van de verlichting van wegwijzers naar ons toe te halen en daarmee 96 procent werking te garanderen.

  • Soms wordt het zicht op de wegwijzers belemmerd door uitlopende bomen of struiken. Waarom doet de ANWB daar niets aan?

    Activiteiten als schoonmaken van borden en het snoeien van bomen en struiken valt onder de verantwoording van de wegbeheerder. Indien situaties bekend zijn waar sprake is van achterstallig onderhoud, wordt dit te allen tijde doorgegeven aan de verantwoordelijke wegbeheerder.

  • Waarom zijn er zoveel achterzijden van op kruispunten staande handwijzers blanco uitgevoerd?

    Om verkeerde geleiding van weggebruikers te voorkomen op kruispunten waar meerdere beslissingswegwijzers staan. Blanco achterzijden kunnen ook voorkomen, indien sprake is van meer dan één toegangsweg naar een bepaalde plaats en er in principe geen noodzaak is om die plaats op de daarop volgende kruispunten wederom aan te geven. De op die kruispunten aanwezige wegwijzers staan er dan alleen voor het verkeer uit tegengestelde richting.

  • Waarom wordt in de bewegwijzering wel naar Den Haag verwezen en niet naar Den Bosch?

    In de bewegwijzering worden alleen de officiële bebouwde komnamen vermeld. Den Haag en 's-Gravenhage zijn weliswaar twee officiële benamingen, maar er is maar één officiële bebouwde komnaam en dat is Den Haag. Den Bosch daarentegen is geen officiële benaming, vandaar dat 's-Hertogenbosch vermeld wordt.

  • Waarom wordt in Friesland in een aantal gevallen de Friese schrijfwijze gehanteerd en in andere gevallen de Nederlandse? Dit is inconsequent.

    In de bewegwijzering worden alleen de officiële bebouwde komnamen vermeld. Sommige Friese gemeenten besloten voor de Friese schrijfwijze als officiële komnaam.

  • Waarom worden buitenlandse bestemmingen in de buitenlandse schrijfwijze vermeld in de bewegwijzering, zoals Aachen in plaats van Aken?

    Dat gebeurt op basis van een Europees verdrag opgesteld door de ministers van transport. In het verdrag is bepaald, dat buitenlandse plaatsnamen in de buitenlandse schrijfwijze vermeld moeten worden, tenzij de officiële schrijfwijze tweetalig is. Zo wordt in Nederland verwezen naar Luik en Brussel in plaats van Liège en Bruxelles.

  • Tot welk punt worden kilometeraanduidingen gerekend?

    Een kilometeraanduiding wordt gerekend vanaf de desbetreffende wegwijzer tot aan de komgrens en wordt afgerond op hele kilometers. In de praktijk wordt gerekend tot aan het eerste bewegwijzerde kruispunt binnen de bebouwde kom. Is er geen sprake van een eerste bewegwijzerd kruispunt dan wordt gerekend tot aan het centrum of het gemeentehuis.

  • Waarom wordt in Europees verband geen eenduidige bewegwijzeringssystematiek ingevoerd?

    In 1968 is de 'Convention on road signs and signals' uitgebracht, waarin enkele aanbevelingen zijn opgenomen over de gewenste uitvoering van de bewegwijzering. Tot op heden heeft dit niet geleid tot aanpassing van de in de verschillende landen in gebruik zijnde systemen. De reden hiervan is dat elk individueel land zijn eigen systeem het beste vindt en vanwege kapitaalvernietiging niet bereid is zijn bewegwijzering aan te passen aan eventuele uniforme regels.

  • Hoe komt het dat de fietsbewegwijzering kwalitatief achterblijft bij de bewegwijzering voor het autoverkeer?

    Helaas moet worden geconstateerd, dat de fietsbewegwijzering geen gelijke tred heeft gehouden met de uitbouw van de fietsinfrastructuur. Jarenlang is in ruime mate fietsbewegwijzering geplaatst, echter vaak slechts in aanvulling op de bewegwijzering voor het autoverkeer. Tegenwoordig wordt hoe langer hoe meer gestreefd naar een volledig sluitend systeem van fietsbewegwijzering. Vaak betekent dat aanpassingen van de fietsbewegwijzering in het beheersgebied van meerdere wegbeheerders .Als niet alle betrokken wegbeheerders overtuigd zijn van het nut van de aanpassing, dan wel geen of onvoldoende geld beschikbaar stellen voor de aanpassing is een dergelijk plan gedoemd te mislukken, of wordt het plan gedeeltelijk of in uitgeklede vorm gerealiseerd met alle nadelige gevolgen voor de kwaliteit van dien.

  • Wat is de rol van ANWB Bewegwijzering?

    ANWB Bewegwijzering adviseert, ontwerpt, plaatst en verzorgt het beheer en onderhoud van bewegwijzering. Dit in opdracht, voor rekening en onder eindverantwoording van de klanten/opdrachtgevers zijnde wegbeheerders en particuliere instelling/bedrijven.

  • Is de ANWB eigenaar van alle wegwijzers?

    Nee, de wegbeheerders/opdrachtgevers zijn eigenaar van de bewegwijzering.

  • Wie betaalt de kosten van bewegwijzering?

    De kosten zijn voor de klant/opdrachtgever (wegbeheerders/ particuliere instellingen/bedrijven).

  • Plaatst de ANWB ook verkeersborden?

    Nee. Informatie over de uitvoering en plaatsing van verkeersborden (de wettelijke verbodsborden, gebodsborden, waarschuwingsborden etc.) is te vinden op de site verkeerstekens van de stichting CROW te Ede.

  • Waarom worden kilometer-aanduidingen niet in alle gevallen op de wegwegwijzers vermeld?

    Kilometer-aanduidingen worden alleen vermeld op beslissingswegwijzers buiten de bebouwde kom. Binnen de bebouwde kom worden uit kostenoverwegingen geen kilometer-aanduidingen vermeld. Daar is namelijk vaker sprake van wijzigingen in de routering dan buiten de bebouwde kom.

  • Waarom worden langs autosnelwegen voorwegwijzers geplaatst op 1200 en 600 meter?

    Dit systeem is historisch gegroeid. In de begintijd van de autosnelweg werden de voorwegwijzers op 500 en 1000 meter geplaatst. Naar aanleiding van klachten van weggebruikers is in nauw overleg met de beheerder van het autosnelwegennet, Rijkswaterstaat, besloten de afstanden te vergroten tot de huidige waarden. In de praktijk wordt overigens regelmatig afgeweken van deze standaardafstanden onder andere als gevolg van kort na elkaar gelegen afritten.

  • Waarom wordt de bewegwijzering langs en naar autosnelwegen niet in een afwijkende kleurstelling uitgevoerd?

    Omstreeks 1970 heeft een proef aangetoond, dat het voor de weggebruiker een verbetering zou zijn. Toen werden de kosten voor een dergelijke aanpassing, die binnen een termijn van 2 jaar gerealiseerd zou moeten worden, al op ca. 20 miljoen gulden (ca. 9 miljoen euro) geschat. Het Rijk, dat voor het leeuwendeel van de kosten had moeten opkomen, vond deze actie te kostbaar.

  • Welke instantie is verantwoordelijk voor de opschriften op de elektronische informatieborden die langs autosnelwegen staan?

    Deze zogenaamde Dynamische Route Informatie Panelen (DRIP’s) worden geplaatst en beheerd door Rijkswaterstaat, de verantwoordelijke wegbeheerder van het hoofdwegennet die ook bepaalt welke opschriften getoond worden.

  • Is de ANWB in staat wijzigingen in de bewegwijzering in het buitenland te bewerkstelligen?

    Niet of nauwelijks. In de ons omringende landen is de realisatie en de instandhouding van de bewegwijzering sterk versnipperd. Dit in tegenstelling tot Nederland. Meerdere malen heeft de ANWB getracht aan de hand van klachten van met name vakantiegangers de bewegwijzering in het buitenland te laten aanpassen. Helaas op een enkele uitzondering na zonder resultaat.

  • Wat is het nut van routenummers?

    Routenummers hebben als doel het vinden van de juiste route te vergemakkelijken. Omdat routenummers zowel op wegenkaarten als op de wegwijzers langs de weg worden aangegeven, kan op eenvoudige wijze van te voren een route worden uitgestippeld en aan de hand van de wegwijzers gevolgd worden. Routenummers hebben ook als doel niet vermelde bestemmingen bereikbaar te maken.

  • Hoe zit het systeem van routenummering in elkaar?

    In Nederland is vanaf 1976 een systeem van routenummers gerealiseerd, waarvan de volgende nummerreeksen opgenomen zijn in de bewegwijzering:
    - 1 t/m 99 voor het hoofdwegennet (rijkswegen), bestaande uit A- en N-nummers
    - N100 t/m N150 voor het lokale wegennet, bestaande uit S- en R-nummers
    - N151 t/m N250 voor het provinciale wegennet in Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht
    - N251 t/m N300 voor het provinciale wegennet in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg
    - N301 t/m N350 voor het provinciale wegennet in Overijssel, Gelderland en Flevoland
    - N351 t/m N400 voor het provinciale wegennet in Groningen, Friesland en Drenthe

  • Waarom worden voor het doorgaande verkeer geen windrichtingen toegevoegd aan de routenummering net als in de bewegwijzering in Amerika?

    In het verleden zijn met name bij de internationale E-nummers windrichtingen toegepast op keuzepunten en wel volgens het Amerikaanse principe 'windrichting = rijrichting'. Uit vele klachten van weggebruikers is gebleken dat dit systeem niet begrepen werd, vandaar dat het weer is afgeschaft. Dat het systeem in Amerika wel goed werkt, wordt veroorzaakt door het daar gebruikelijke wegenstramien met noord-zuid en oost-west lopende wegen. In Nederland is het verloop van de wegen veel grilliger. Vaak lopen wegen diagonaalsgewijs, waardoor de windrichting niet in overeenstemming is met het werkelijk verloop van de route over grote afstand.

  • Wat is het nut van afritnamen, afritnummers en knooppuntnamen?

    Deze elementen komen alleen voor langs autosnelwegen en hebben, evenals de routenummers , als doel een relatie te leggen tussen kaartmateriaal en bewegwijzering. Door deze elementen kan eenvoudig bepaald worden bij welke afrit of knooppunt de autosnelweg verlaten moet worden om de bestemming te bereiken.

  • Wat is de systematiek achter de afritnummers?

    Door de numerieke volgorde van de nummering, die meeloopt met de hectometrering van de weg, ontstaat een extra vorm van voorwaarschuwing. Als een weggebruiker bij bijvoorbeeld afrit 12 de autosnelweg wil verlaten, dan weet hij afhankelijk van de rijrichting reeds bij afrit 11 of 13 dat zijn afrit de volgende is en kan hij bijtijds zijn manoeuvre uitvoeren.

  • Waarom worden in de bewegwijzering vanuit steden de uitvalswegen aangeduid met dichtbij gelegen kleine plaatsen in plaats van op grote afstand gelegen grote plaatsen?

    In Nederland worden voor de uitvalswegen die bestemmingen vermeld die verderop langs het interlokale wegennet in de bewegwijzering gecontinueerd worden. In Nederland is de continuïteit in de bewegwijzering, dus het blijven vermelden van een bestemming op alle daarop volgende kruispunten, tot norm verheven. Dat er daardoor in een aantal gevallen concessies gedaan worden aan de behoeften van weggebruikers is helaas uit kostenoverwegingen onvermijdelijk.

  • Waarom wordt in de bewegwijzering gebruik gemaakt van onduidelijke begrippen als 'doorgaand verkeer', 'andere richtingen' en 'alle richtingen'?

    Het vermelden van plaatsnamen is altijd duidelijker dan de vermelding van doorgaand verkeer , andere richtingen of alle richtingen .Uit kostenoverwegingen wordt daar helaas niet altijd toe overgegaan.

  • Waarom worden namen van tunnels en bruggen niet in de bewegwijzering vermeld?

    Het aanduiden van grote, bekende namen van tunnels en bruggen kan een belangrijke bijdrage leveren aan de oriëntatie van weggebruikers. Langs wegen van sommige wegbeheerders worden wel degelijk namen van bruggen en tunnels vermeld, zoals bijvoorbeeld de Maas- en de IJtunnel. Daarentegen heeft Rijkswaterstaat als beheerder van het autosnelwegennet in de 70-er jaren besloten dergelijke namen niet meer in de bewegwijzering op te nemen. Dit omdat slechts enkele belangrijke namen bekend zijn bij weggebruikers en onbekende namen geen enkele bijdrage leveren aan de routegeleiding. Teneinde een consequent beleid te voeren is toen besloten om in het geheel geen namen meer in de bewegwijzering op te nemen.

  • Waarom wordt in Nederland slechts sporadisch verwezen naar ziekenhuizen en/of Spoedeisende hulp posten? Duidelijke verwijzingen kunnen immers mensenlevens redden!

    Objecten, zoals instellingen of bedrijven met vaak een commercieel karakter komen in beginsel niet in aanmerking voor opname in de bewegwijzering langs autosnelwegen. Dit komt omdat er zoveel verschillende soorten objecten zijn dat het onmogelijk is ze allemaal in de bewegwijzering op te nemen. Om die reden heeft Rijkswaterstaat als wegbeheerder van het autosnelwegennet bepaald dat ziekenhuizen over een afdeling spoedeisende hulp moeten beschikken om voor verwijzing in aanmerking te komen. Binnen de bebouwde kom kan te allen tijde naar ziekenhuizen verwezen worden, afhankelijk van het lokale beleid van de desbetreffende gemeente.

  • Wanneer worden fietshandwijzers en wanneer paddestoelen toegepast?

    Fietshandwijzers worden geplaatst op beslispunten waar een opvallende wegwijzer gewenst is. Op punten waar een fietshandwijzer zou misstaan wordt een paddestoel geplaatst. Paddestoelen worden meestal toegepast is toeristische gebieden waar de rijsnelheid gering is en waar stilstaand fietsverkeer, dat bezig is met het lezen van de opschriften op de paddestoel, geen gevaar oplevert voor het overige verkeer.

  • Kan autoverkeer gebruik maken van de rood/witte bewegwijzering voor fietsers als alternatief voor de kortste en snelste route?

    Soms wel, soms niet. Door met de auto op de fietsbewegwijzering te rijden loopt u het risico in een fuik te rijden. Zo kunt u op wegen komen die niet geschikt zijn voor auto's of op wegen en paden die zelfs verboden zijn voor autoverkeer.

  • Waarom komen de opschriften op de fietsbewegwijzering in de kleuren rood èn groen voor?

    In de algemene bewegwijzering wordt:
    - Rood/wit toegepast om de kortste, meest geschikte en veiligste route naar een bepaalde bestemming aan te geven.
    - Groen/wit toegepast om een alternatieve, aantrekkelijke en vaak langere route naar dezelfde bestemming aan te geven.

  • Waarom worden straatnaamborden vaak zodanig geplaatst dat ze niet of nauwelijks zijn af te lezen?

    Om uniformiteit te bereiken in de uitvoering en de plaatsing van straatnaamborden- en huisnummerborden is door het Nederlands Normalisatie Instituut in Delft de norm NEN 1772 uitgebracht. Dit normblad komt tegemoet aan genoemde problemen en wordt in toenemende mate door de verantwoordelijke wegbeheerders als uitgangspunt gehanteerd bij de plaatsing van nieuwe of aanpassing van bestaande straatnaamborden. Helaas is het gebruik van de norm niet verplicht gesteld.