Verklarende woordenlijst bewegwijzering

Alle richtingen

De term 'alle richtingen' wordt gebruikt indien bijvoorbeeld vanuit het centrum van een stad op een kruispunt voor alle bestemmingen dezelfde richting gevolgd moet worden.

Andere richtingen

De term 'andere richtingen' wordt toegepast als in de bewegwijzering een groot aantal plaatsnamen wordt aangevoerd en slechts één van deze namen van de route wordt afgeleid.

Doorgaand verkeer

De term 'doorgaand verkeer' wordt gebruikt om een bewegwijzerde interlokale route op een kruispunt te accentueren; bijvoorbeeld indien sprake is van een traverse door een dorp. Op dit kruispunt komen dan geen andere verwijzingen voor.

Europees verdrag

De meeste Europese landen hebben de aanbevelingen uit dit verdrag overgenomen. Hierdoor wordt overeenstemming bereikt met kaartmateriaal waarop eveneens de buitenlandse schrijfwijze wordt aangehouden. Ook de Nederlandse Spoorwegen hanteren de buitenlandse schrijfwijze in dienstregelingen, routeplanners en op bestemmingsborden.Indien sprake is van buitenlandse plaatsnamen, waarvan de officiële schrijfwijze tweetalig is, wordt de Nederlandse schrijfwijze aangehouden indien men na het passeren van de grens in een Nederlandstalig gebied komt.

Informatiepanelen

Informatiepanelen (soms ook voorzien van een illustratie) worden geplaatst bij of op historische panden, bij wandelroutes, fietsroutes en bijzondere landschapselementen. In combinatie met objectbewegwijzering worden informatiepanelen (met kaartfragment) geplaatst bij de entree van een regio of gemeente.

Nummerreeksen

Nummerreeksen die in principe niet in de bewegwijzering zijn opgenomen:N401 t/m N550 voor het provinciale wegennet in Noord-Holland, Zuid-Holland en UtrechtN551 t/m N700 voor het provinciale wegennet in Zeeland, Noord-Brabant en LimburgN701 t/m N850 voor het provinciale wegennet in Overijssel, Gelderland en FlevolandN851 t/m N999 voor het provinciale wegennet in Groningen, Friesland en Drenthe.

Objectbewegwijzering

Objecten zoals pretparken, restaurants, hotels, campings, musea, bezoekerscentra, ziekenhuizen, zwembaden en vele andere (recreatief/toeristische) bedrijven en instellingen kunnen in de bewegwijzering vermeld worden. Wel moeten de wegbeheerders hieraan hun medewerking en/of hun toestemming willen verlenen. Ook lokale objecten, zoals gemeentehuizen of politiebureaus, kunnen vermeld worden.

Opschriften op DRIP's

Opschriften die minder relevant aandoen, zoals bijvoorbeeld 'filevrij' of 'geen verkeershinder' worden getoond, om te voorkomen dat de weggebruiker denkt dat de panelen defect zijn. Daarom wordt ernaar gestreefd om altijd een opschrift te tonen.

Particuliere instellingen/bedrijven

Dit zijn ziekenhuizen, industrieterreinen, toeristische accommodaties (campings, bungalowparken, groepsaccommodaties etc.), regionale belangenorganisaties (VVV's, recreatieschappen), recreatieparken, evenementen organisaties etc.Hierbij gaat het met name om de bewegwijzering naar en op particuliere/industriële terreinen, van (educatieve) toeristische routes en het plaatsen van informatiepanelen.

Retroreflecterend materiaal

Dit materiaal heeft de eigenschap licht van de autokoplampen wat er opvalt terug te kaatsen in de richting van de bestuurder van het voertuig. Hierdoor is de wegwijzer ook in het duister leesbaar.

Richtlijnen voor de bewegwijzering

Het ministerie van Verkeer en Waterstaat heeft beleids- en technische richtlijnen uitgegeven voor de bewegwijzering.De beleidsrichtlijnen geven aan wanneer je een bepaalde bestemming in de bewegwijzering opneemt en welke criteria daarbij gehanteerd worden.De technische richtlijnen beschrijven de uitvoerings- en plaatsingssystematiek.De richtlijnen zijn te bestellen bij de Stichting CROW te Ede.

Routenummers

Voor het interlokale wegennet:

  • A-nummers voor autosnelwegen, uitgevoerd in wit op een rode achtergrond.

  • N-nummers voor niet-autosnelwegen, uitgevoerd in zwart op een gele achtergrond.

  • E-nummers voor Europese hoofdwegen, uitgevoerd in wit op een groene achtergrond.

Voor het lokale wegennet:

  • S-nummers voor stadsroutes, uitgevoerd in zwart op een witte achtergrond.

  • R-nummers voor recreatieve-regionale routes, uitgevoerd in wit op een bruine achtergrond.

De stadsroutenummers en de recreatieve-regionale nummers worden toegepast als de interlokale nummering onvoldoende fijnmazig is en een routegeleiding noodzakelijk is naar een groot aantal bestemmingen, die niet in de bewegwijzering vermeld kunnen worden.

Voor nationale stroomwegen:

  • U-nummers voor uitwijkroutes, uitgevoerd in wit op een blauwe achtergrond.

Auto snelwegen vervullen een belangrijke rol in de afwikkeling van het (inter)nationale doorgaande verkeer. De reguliere bewegwijzering is ingericht voor die situatie waarbij geen, of in beperkte mate, sprake is van fysieke belemmeringen die de verkeersafwikkeling nadelig beïnvloeden. In de praktijk kan het voorkomen dat er van een normale verkeersafwikkeling geen sprake meer is vanwege een ernstig incident. Zo’n incident kan dermate grote gevolgen hebben dat de hoofdrijbaan van de nationale stroomweg volledig afgesloten moet worden. In dergelijke gevallen wordt het verkeer omgeleid via een uitwijkroute om de bereikbaarheid van bestemmingen te waarborgen.

De uitwijkroute bestaat uit wegen van provincies, gemeenten, of waterschappen. Deze routes worden standaard voorzien van permanente opzetborden die aan de bestaande wegwijzers of aan de ondersteuningsconstructie van de wegwijzers worden bevestigd. De opzetborden zijn voorzien van een omleidingsnummer voorafgegaan door de letter U en een richtingaanduiding. De uitwijkroutes worden genummerd in de serie 10 t/m 99. Per uitwijkroute worden twee nummers toegepast, voor elke richting één. Voor de uitwijkroute in stroomafwaartse richting worden even nummers gehanteerd voor de rechter hoofdrijbaan van de autosnelweg (met de hectometrering mee); oneven nummers worden gehanteerd in stroomopwaartse richting, de linker hoofdrijbaan.

Voorwegwijzers en beslissingswegwijzers

  • Voorwegwijzers dienen om weggebruikers op enige afstand attent te maken op een verderop gelegen kruispunt.

  • Beslissingswegwijzers dienen voor de geleiding van weggebruikers op het kruispunt.

Wegbeheerders

De wegen in Nederland worden beheerd door:
Rijkswaterstaat voor autosnelwegen (hoofdwegennet).
Provincies voor het onderliggende, doorgaande wegennet.
Gemeenten en Waterschappen voor het lokale, stedelijke en landelijke wegennet.

ANWB Bewegwijzering heeft met veel wegbeheerders een overeenkomst afgesloten, waarin bepaald is dat de ANWB de interlokale bewegwijzering verzorgt. Hierbij wordt rekening gehouden met de CROW-richtlijnen voor de bewegwijzering. De lokale en toeristische bewegwijzering vallen niet onder deze overeenkomst en wordt in concurrentie aangeboden. ANWB Bewegwijzering heeft hierin een marktaandeel van veertig procent.

Duurzaam veilige wegen

Het concept 'Duurzaam Veilig' is in Nederland geïntroduceerd om het aantal verkeersslachtoffers terug te dringen. Dit concept benadert de problematiek van de verkeersveiligheid op systematische wijze waarbij elementen als functie van de weg, uitvoeringsvorm, regelgeving en gebruik op elkaar zijn afgestemd. Hierbij wordt rekening gehouden met aspecten als routekeuze, voertuigsoorten, doorstroming, bereikbaarheid, etc.

Een uniforme inrichting van wegen en kruispunten verhoogt de herkenbaarheid voor de weggebruikers en beïnvloedt het verkeersgedrag in positieve zin. De weggebruiker moet uit de inrichting kunnen afleiden welk gedrag van hem wordt verlangd. Om eenduidigheid in het wegennet te verkrijgen zijn of worden de wegen in wegcategorieën ingedeeld.

Ook een uniforme uitvoering van het langs de weg aanwezige wegmeubilair, waaronder de bewegwijzering, bevordert de herkenbaarheid van de wegcategorieën. Hierbij is sprake van een duidelijke relatie tussen de functie van de weg en de kwaliteit van de bewegwijzering. Hoe belangrijker de weg voor het doorgaande verkeer is, hoe harder er gereden mag worden en hoe hoogwaardiger de bewegwijzering moet zijn. Dit komt tot uitdrukking in het aantal en het type wegwijzers, de in de bewegwijzering op te nemen hoeveelheid informatie en de letterhoogte van de opschriften.

In het kader van 'Duurzaam veilig' is het Nederlandse wegennet ingedeeld in de volgende wegcategorieën:

  • Stroomwegen
    Stroomwegen hebben zowel nationaal als internationaal een functie voor het langeafstandsverkeer. Zij vormen snelle verbindingen tussen belangrijke steden, landsdelen en landen. Het doorgaande verkeer moet vlot en veilig worden afgewikkeld. De bestaande autosnelwegen (nationale stroomwegen) en autowegen (regionale stroomwegen) vallen in deze categorie. Stroomwegen zijn gericht op een zo veilig en betrouwbaar mogelijke afwikkeling van relatief grote hoeveelheden verkeer met een hoge gemiddelde snelheid. Dit vereist het ontbreken van overstekend en kruisend verkeer. Voor de nationale stroomwegen is Rijkswaterstaat in de regel de wegbeheerder en voor de regionale stroomwegen zijn dat Rijkswaterstaat en de provincies.

  • Gebiedsontsluitingswegen
    Gebiedsontsluitingswegen vormen de verbindende schakel tussen stroomwegen en erftoegangswegen en maken kleine kernen, woonwijken, bedrijventerreinen, recreatiegebieden en dergelijke vlot en veilig bereikbaar. De bestaande wegen met een geslotenverklaring voor langzaam verkeer vallen in deze categorie. Gebiedsontsluitingswegen zijn veelal provinciale en gemeentelijke wegen en in sommige gevallen is een waterschap de wegbeheerder.

  • Erftoegangswegen
    Een erftoegangsweg bevindt zich in een verblijfsgebied in een stedelijke of landelijke omgeving. In een dergelijk gebied, dat een functionele eenheid vormt, kunnen zich woningen, dagelijkse voorzieningen, scholen, maar ook landbouwgebieden en recreatieve voorzieningen bevinden. Ontsluiting van percelen vindt direct plaats via erftoegangswegen. Op erftoegangswegen bevindt zich in principe geen doorgaand verkeer. Deze wegen hebben daarom geen verkeersfunctie, maar een verblijfsfunctie. Deze categorie wegen zijn vaak in beheer bij gemeenten en waterschappen.