Weblogs<

Bekijk ook de iKampioen ons digitale magazine

Shutter Island

Het was lang geleden dat ik een écht goede film had gezien. Zo eentje waar je nog dagen over napraat. Die je ongevraagd aanprijst bij al je vrienden en collega’s. Shutter Island is zo’n film. Het vierde wapenfeit van bekroond regisseur Martin Scorsese en zijn ‘muze’ Leonardo DiCaprio.

Scorsese is een ambachtelijk filmmaker. Dat is volgens criticasters meteen ook zijn zwakte. Zijn stijl zou gedateerd zijn, met Shutter Island als bewijs. De pompeuze muziek, aanzwellende violen en zwierige camerabewegingen maken de film tot een voorspelbare en weinig verrassende vertaling van The Shining naar de 21e eeuw. Gedateerd of niet, ik vond Shutter Island een genot om naar te kijken. En dat is niet alleen een verdienste van Leonardo DiCaprio. Nee, het is de sfeer van de film.

Shutter Island kruipt onder je huid, kluistert je twee uur lang met een onbehaaglijk gevoel in je bioscoopstoel, om je vervolgens in verwarring achter te laten. Wat was waan en wat was werkelijkheid? Een vraag die nog uren nazingt in je hoofd.

Het plot? US Marshall Teddy Daniels (DiCaprio) en zijn kompaan Chuck Aule (Mark Ruffalo) onderzoeken de verdwijning van een geestelijk gestoorde uit een kliniek op het onherbergzame Shutter Island. Al snel is duidelijk dat de directeur van de kliniek Dr. Cawley (Ben Kingsley) iets achter houdt.

Als er een zware storm uitbreekt, zit Daniels letterlijk gevangen op het eiland. Hij wordt geconfronteerd met flashbacks uit zijn oorlogsverleden, toen hij betrokken was bij de bevrijding van Dachau. Maar ook zijn vrouw, die door een brand om het leven kwam, doemt regelmatig op in zijn visioenen. Daniels raakt verwikkeld in een gevecht tussen zijn eigen werkelijkheid en die van de kliniek.

De weg naar de ontknoping is spannend, soms ronduit eng, af en toe voorspelbaar maar ook verrassend. Want: hoe moeten we de allerlaatste zin van DiCaprio nu interpreteren?

Benieuwd geworden? Check de trailer:

Claudia Feldmann