Weblogs<

Bekijk ook de iKampioen ons digitale magazine

Michael Jackson

(22 oktober 2009) - Het nieuws sloeg in als een bom. Ik zat in Cuba, nog niet half bekomen van mijn jetlag, toen mijn eega een sms ontving met de onthutsende boodschap. Ik heb het niet over de ondergang van de DSB Bank, over de benoeming van Agnes Jongerius tot Machtigste Vrouw van Nederland of over de ziekenhuisopname van Jan Smit, maar over het overlijden van Michael Jackson.

Dat is toch alweer even geleden? hoor ik u denken. Inderdaad. En zoals dat gaat met grote nieuwsfeiten domineren die de eerste weken ongeveer ieder gesprek bij de kapper, in de bus of op het werk, maar verdwijnen ze uiteindelijk weer naar de diepste uithoeken van het menselijk geheugen.

U moet weten, ondergetekende is een gevallen Michael Jackson-fan. Als achtjarige kon je mij uittekenen in een rode trui met de beeltenis van mijn muziekheld erop en de provocerende tekst ‘Bad’. Voor een achtjarige was dat althans best provocerend.

Mijn fanschap begon barstjes te vertonen toen de geruchtenmachine rond de popster op stoom kwam. Jackson bracht nauwelijks nog platen uit, maar hield zich schuil op zijn Neverland met aapjes, jonge kinderen en andere dubieuze gasten. Wat moest ik als jonge bewonderaar met die informatie? Ik wilde mijn held gewoon zien moonwalken, maar dat deed hij niet meer. In plaats daarvan kreeg hij de veelzeggende bijnaam ‘Wacko Jacko’ en moest ik zien hoe zijn neus steeds vreemdere vormen aannam. Het sprookje van de man met de witte sokjes was wreed verstoord. Ik nam een meedogenloze stap: ik zette mijn idool aan de kant. Jong en onwetend als ik was, schaarde ik me achter de grote groep mensen die hem maar een wegkwijnend, vreemd mannetje vonden.

Totdat hij overleed. Dat deed toch wel een beetje pijn. Het was alsof er een stukje van mijn jeugd verloren ging. Ineens vond ik bijval van allemaal vrienden, vriendinnen, collega’s en kennissen. Iedereen had wel een favoriet Jackson-nummer, mensen renden massaal naar de winkel voor de Best Off-cd, misschien wel gevoed door een soort schuldgevoel: het was toch wel een beetje sneu dat wij hét muziekgenie van de 20e eeuw de laatste jaren van zijn leven zo verketterd hadden.

Dus toen ik hoorde dat er een Jackson-film zou komen met de laatste beelden van voor zijn dood, de voorbereiding op zijn tour en hét bewijs dat The King of Pop zijn naam nog steeds eer aan doet, wist ik wat mij te doen stond: ik moest erheen. Een laatste kans op eerherstel voor Michael en een laatste kans voor mij, als afvallige fan, om hem te herinneren als de man die mijn jeugd zo gekleurd heeft. Als de muziekheld die het verdiende om op mijn rode trui te prijken.

Claudia Feldmann