De tas
Ik ga dit weekend naar Brussel. Een cadeautje van mijn vriend. We overnachten in een poepsjiek hotel op loopafstand van de Grote Markt, met een zwembad, sauna en meer overbodige luxe. Zo’n weekend brengt me altijd meer kopzorgen dan ik zou willen.
Dat begint al bij het inpakken van de tas. Allereerst: welk exemplaar wordt het? Maatje sporttas of toch die grote weekendtas met dubbele bodem en tig zijvakjes, waar je drie maanden later nog een vieze sok, een verdwaald wattenstaafje en die dure Chanel mascara in terug vindt. Goed, dan toch die compacte sporttas. Het is immers maar voor een nachtje.
Dan begint het gevecht: drie broeken, twee paar schoenen, een vest, twee blouses, een jurkje en toch maar die dikke trui en oh ja, dat tuniekje voor als we sjiek gaan dineren. Het blijkt altijd weer teveel. Onverbiddelijk spuugt mijn tas het teveel aan kledingstukken uit. Zelfs als ik met mijn volle gewicht op het ding ga zitten, geeft de rits geen krimp.
Het gevolg is dat mijn vriend zíjn tas vult met niet veel meer dan een schone onderbroek, om mijn overschot aan bagage toch mee te kunnen nemen. Kijk, en dat is échte liefde. Op naar Brussel!
- Omhoog ^
