Weblogs<

Bekijk ook de iKampioen ons digitale magazine

Met de rolstoel naar New York

Het lijkt een mission impossible: met twee gehandicapte ouders (want beiden in rolstoel, hoewel ze nog vier stapjes p.p. kunnen zetten zonder om te vallen) door de Big Apple reizen.

En toch heb ik dat twee weken geleden gedaan. En - guess what - 't was nog ongelooflijk leuk ook. Oké, zo nu en dan deed een lift in het treinstation het niet (lastig als je dertig meter onder de Hudson zit), en sommige taxichauffeurs kijken naar je rolstoel alsof ze een CSI-lijk moeten inladen, maar verder: no problemo.

Dat komt goeddeels door de New Yorkers zelf. Ze staan erom bekend dat ze letterlijk over lijken gaan (mocht je op straat het loodje leggen) en zich haantje-de-voorste in de metro wringen, maar niets van dat al. Als je in een rolstoel zit, ben je de wedergekeerde Verloren Zoon, de Dalai Lama van de Empire State, de Jesuschristsuperstar die al dertig jaar volle zalen trekt op Broadway. M.a.w.: je wordt behandeld als een A-lister en staat per definitie als eerste in de rij.

En de hulpvaardigheid gaat vér in hartje Manhattan. Politie-agenten zetten het verkeer stil, beren van tattoo-boys dragen de rolstoel de trap af en - whatever het aantal wachtenden voor Dunkin Donuts - jij ontvangt als eerste je Peanut-Butter-Icing-Rainbow-Sprinkles deegrol. Onnodig om te zeggen dat de uitverkochte Mamma Mia!-musical als bij toverslag plaats blijkt te hebben.

Het enige nadeel van een gehandicapte medereiziger is dat je er een beetje slecht van wordt. Ik denk erover the old folks mee te slepen naar Parijs. Tijdens de uitverkoop. Zie mezelf al als eerste bij het rek met designlabels-in-de-ramsch kwijlen. Elk nadeel heb z'n voordeel, om met J.C. te spreken.

Inge Mink