Weblogs<

Bekijk ook de iKampioen ons digitale magazine

Bloedmooie toverkol

‘O mien kop.’ Neef Hiemstra uit Twente had gisteravond meer Haagse cafés van binnen bekeken dan de gemiddelde Hagenees in een jaar. Op z’n best zag hij eruit als een verkreukelde Tubantia met wijnvlekken. En het begon nog wel zo mooi. Vorige week belde de stakker enthousiast op met de vraag of hij een weekendje in mijn domicilie mocht logeren. Ik ben ook de beroerdste niet, dus voor ik het wist stond Hiem met zijn Delsey rolkoffer in mijn Haagse portiek. Speciaal voor mijn Tukkerse bloedverwant had ik een compleet toeristisch draaiboek in elkaar gezet. We zouden eerst naar de Bijenkorf gaan, hapje eten bij Dudok, vervolgens de imposante Haagse bibliotheek inspecteren en zo stiefelden we op de apotheose af: een theatervoorstelling.

Met één ding had ik geen rekening gehouden: Hiem hield niet van theaters/bibliotheken/musea/concerten. Zeg maar: cultuur in het algemeen. Wie zijn fortuin voor Hiem wilde verbergen, kon de buit het beste in een boek wegstoppen. Werkte beter dan een Lips kluis.  Ik had geen plan B bedacht voor mijn problematische bloedverwant, dus graaide ik snel een stapel stadskrantjes bij elkaar. Moest toch iets tussen zitten wat ook Moeilijk Te Entertainen Neven kon bekoren. Ik sloeg de uitjes over waarvoor enige hersengymnastiek noodzakelijk was, en stuitte op iets mooiers dan ik had durven dromen. Hiem hield van rommelmarkten en waarzeggers, en laten die twee nou nét dit weekend een huwelijk hebben gesloten in de Haagse metropool. ‘Braderie met wereldberoemde helderziende’ schalde de gratis stadsbode. ‘Kat in het bakkie Hiem’, verrastte ik mijn neef.

Onze fortunecookieteller bleek huis te houden in een (hoe voorspelbaar) Pipowagen. ‘Zal je zien, Hiem, word je zo meteen ook nog welkom geheten door een papegaai ‘, grapte ik. We hadden de staldeur koud opengetrokken, of een chagrijnig kijkend verenpak krijste ons bits toe: ‘Voeten vegen. Eerst voeten vegen. Voeten vegen. Eerst voeten vegen’. Aangezien het beest duidelijk met een verkeerde poot uit bed was gestapt, deed ik braafjes wat van me werd verwacht. Hiem was intussen met andere dingen bezig: hij staarde als een krolse kater naar de bloedmooie waarzegster. ‘Wat ben jij een mooi wief’, schalde hij door de zigeunercaravan. ‘Echt een mooi wief’. Nee, waar Hiem woonde maakten ze van hun hart geen moodkuil.

Mijn blik dwaalde af naar het tariefbordje ‘25 euro per vijf minuten’. Allemensen, Rutte verdiende minder. Hier moest iemand tot de orde worden geroepen. ‘Focus Hiem,’ zei ik streng. ‘Die mevrouw wil weten wanneer je bent geboren enzo. Lees even snel de gegevens in je paspoort op.’ De wereldberoemde visionaire wist neef Hiem te vertellen dat hij ‘een jaar geleden een heel belangrijk besluit had genomen en dat dat met zijn werk- of privesituatie had te maken.’ Hiem was onder de indruk. ‘Hoe kan zij dat nou weten?’ vroeg hij flabbergasted aan mij. Ik wilde zeggen: ‘Hiem, naïeve gans, een jaar of een maand of een week geleden heeft iedereen wel een belangrijk besluit genomen.’ Maar in plaats daarvan gaf ik hem een bevestigend knikje.

Volgende maand gaan Hiem en ik naar De Zwarte Markt in Beverwijk. Schijnt permanent een waarzegster in huis te hebben. Mijn neef verheugt zich er nu al op.