- home
- Kampioen
- Weblogs
- weblog-toerisme
- 'Awel, u praat zo grappig'
'Awel, u praat zo grappig'
Nederlanders lachen zich doorgaans een kriek om olijke Belgische uitdrukkingen.
Zo heeft de Vlaming het over pinguintjes als hij de waggelende obervogels op de Zuidpool bedoelt. Piepen ze in Gent een kliekje op, dan doen ze dat in de microgolvenoven. En wee de gebeente als Sjefke je een pezezwever noemt. Je zit dan waarschijnlijk een potje vet te muggeziften in de Belgische huiskamer.
Afgelopen weekend sliep ik in een Gentse Bed & Breakfast, waar verrassend genoeg 'bed & breakfast' op de gevel stond. Tja, het had net zo makkelijk Slaapkot & Boterhammeke kunnen heten of iets in die trant. De menukaart was dan wel weer geschreven met het Groot Vlaams Woordenboek van Malle Woorden op de keukentafel. Praktisch gezien betekent dat prijsschieten als je bijvoorbeeld je zinnen hebt gezet op kieken met carotten. Is het een koe, een varken, een exotische paradijsvogel? Het olijke Belgische taaltje is dan toch ietsje minder olijk.
Maar nu komt het. De uitbater lag geregeld in een deuk als ik wat zei. Maakt niet uit wat. Vroeg ik om een sinaasappel, dan schuddebuikte hij: 'Amai, madammeke draait het om. U bedoelt zeker een appelsien.' Toeslag voor een derde persoon? 'Madammeke is zo grappig, u bedoelt opleg?' En zo ging het maar door. Peentjes, stropdas, kletskous, vliering, oliebol, aardbei. Alles was even vermakelijk voor de hotelbelg. Ik verzorgde gratis en voor niets een one man show.
Toch betrapte ik mezelf op een toenemende symphatie voor de taal van de buren. Na een weekendje in het Gentse had ik het tegen mijn partner zelfs over een 'snotvalling'. Dat klinkt toch veel logischer dan verkoudheid?
Inge Mink
- Omhoog ^
