Vriendendienst
Een van mijn beste vrienden heeft een restaurant op Terschelling.
Ik zeil veel met hem en we doen samen leuke en gekke dingen. Als het mag (seizoen) met de Jeep over het strand of zwemmen in zee onder een mooie sterrenhemel. Als we ’s morgens aan de koffie zitten zegt hij: “Wat gaan we doen vandaag?” En voordat ik antwoord kan even: “Kattenkwaaduithalen?”. Een bijzondere en dierbare vriend, vreselijk veel plezier hebben we samen. Zodra we de haven uit zijn hebben we de grootste plannen om weg te gaan. IJsland, Bonaire, waar gaan we heen?
Een groot deel van het personeel woont boven zijn restaurant. Leuke jonge mensen. Overdag hard werken en ’s avonds samen op stap. Op een avond zat ik in zijn loungeruimte en daar zat één meisje van het personeel. Lange blonde haren in een staartje. Knietjes opgetrokken op de bank. Ze las een boek. “Moet je niet mee met je collega’s?”, vroeg ik. “Nee”, zei ze, “ik lees graag”. “Wat lees je dan?” “Giph van Ronald Giphart”, antwoordde ze. “Oh leuk, wat vind je ervan?”, vroeg ik, terwijl ik er aan toevoegde dat dat een vriend van mij was. “Ik snap iets niet”, zei ze. “Ik bel hem wel even”, reageerde ik enthousiast. Ik belde Ronald, die ergens op een camping in Frankrijk stond, maar haar heel aardig een half uur lang uitlegde wat hij bedoelde met die bewuste passage. Nu kreeg het boek ineens meerwaarde. Ze had de schrijver zelf gesproken. Het boek was via de telefoon persoonlijk gesigneerd.
Onlangs kwam ik haar op het eiland tegen. Ze had een armbandje voor mij gekocht als dank. Terwijl ze het om mijn pols knoopte bedankte ze me nog een keer. Lief, maar mij viel niets te danken, het was de schrijver die tijd nam voor zijn jonge lezeres.
Ps. Als u heel goed kijkt op tv, ik draag het armbandje wel…
- Omhoog ^
