Weblogs<

Bekijk ook de iKampioen ons digitale magazine

Driewieler

Hoewel onze aandacht de afgelopen dagen uitging naar de Goedheiligman, kunnen we niet zeggen dat de komst van Koning Winter ons is ontgaan. In Ierland, waar ik op bezoek was voor een iKampioen reisreportage, liet hij zijn aanwezigheid zo mogelijk nog sterker gelden.

Maar waar in Nederland met man en macht werd gewerkt om wegen, fiets- en voetpaden toegankelijk te houden, bleven de Ieren thuis achter hun televisie zitten, die onophoudelijk hel, verdoemenis en verdere vertraging predikte.

Zo goed en zo kwaad als dat ging, bewogen cameraman Bas Timmermans en ik ons vier dagen lang door Dublin, dat – het moet gezegd – er prachtig bij lag in de sneeuw. Eenmaal buiten de stad werd het er alleen maar mooier op, hoewel de medewerkster van het autoverhuurbedrijf de schoonheid van ons dagje uit niet inzag.

De huurauto was tot we weer terug naar huis gingen, de onze. En dus reden we er afgelopen vrijdagochtend ook mee naar de luchthaven. De Ieren zaten nog steeds te bibberen achter hun flat screens; gestrooid was er nergens. Dat zorgde op een aantal kruispunten voor hinderlijk oponthoud, in de eerste plaats veroorzaakt door onszelf. Tot driemaal toe kwam ik niet van mijn plaats bij een verkeerslicht, waarop Bas de auto uitmoest – ik zat nu eenmaal aan het stuur – om de auto al duwend op weg te helpen.

Gelukkig zijn Ieren hele vriendelijke mensen; Bas duwde dus nooit alleen. Op het moment dat ik voor een vierde keer het doorgaande verkeer lamlegde, kwam ons een taxichauffeur voorbij die drie vingers naar ons opstak. Nu weet je nooit wat dat lokaal voor obsceens kan betekenen, dus ik besloot er niet op te reageren. Maar toen er niet veel later vanaf het voetpad opnieuw een Ier naar ons stond te gebaren, begreep ik dat er iets met de huurauto aan de hand moest zijn. Wat bleek? We reden nog maar op drie banden; eentje was er lek.

Ik had daar niets van gemerkt; de wegtoestand was door al de opgevroren sneeuw zo belabberd, dat ik het dweilerige weggedrag van de huurauto daaraan wijtte. Op het moment dat niet alleen oplettende voorbijgangers, maar ook wijzelf de lekke band constateerden, stonden Bas en ik echter voorgesorteerd om de snelweg op te rijden.

In de verste verte was er geen vluchtstrook te bekennen, dus moffelde ik de auto met alarmlichten en al aan de kant. Op de sleutelhanger van de contactsleutel vond ik het telefoonnummer van het verhuurbedrijf. Onze vlucht ging binnen twee uur: ik hoopte dringend op een oplossing. Dat ik er van de medewerker van het verhuurbedrijf eentje aangerijkt kreeg, wilde niet zeggen dat ik daar ook mee geholpen was: “Wisselt u de band maar”. Op een oprit? “Ja.” Van de snelweg? “Da’s het snelst.”

Pech langs de snelweg betekent in Nederland vanwege de gevaarlijke locatie vrijwel onmiddellijke assistentie van de Wegenwacht, maar de Ieren zijn blijkbaar in verregaande mate zelfredzaam. Dat vliegtuig moest gehaald, dus gingen we – mopperend - aan de slag. We kwamen nog een heel eind; de auto hing al op de krik, alle wielmoeren keurig verzameld in de kofferbak. Maar toch wilde het wiel van geen wijken weten; het zat vastgekoekt aan de remschijf. Er was opnieuw een behulpzame Ier voor nodig (met twee bakken heet water... en een hamer) om ons op weg te helpen, maar uiteindelijk reden we met ‘slechts’ een uur vertraging het parkeerterrein van de verhuurlocatie bij de luchthaven op.

In het pendelbusje naar de ‘gate’ was het akelig stil. Tot Bas een gesprek begon met de chauffeur over de aanwezigheid van een kilometerteller in een rechtsgestuurde auto. “Op het moment dat we in Ierland overstapte op de euro, hebben we ook meteen jullie kilometers, meters en centimeters overgenomen”, luidde het antwoord. Waarom rijden jullie dan nog steeds aan de andere kant van de weg, merkte Bas pienter op. “Omdat we jullie maar een raar volkje vinden.” Bij het horen van die gevatte opmerking van de pendelbuschauffeur, dacht ik aan het advies om zo’n beetje óp de snelweg je band te verwisselen. Ik dacht zelfs heel hevig aan het advies op zo’n plek je band te verwisselen. Maar ik hield mijn mond. En we kwamen gelukkig veilig weer thuis.

 Frank Buma