- home
- Kampioen
- Weblogs
- weblog-auto---verkeer
- Blauw bloed
Blauw bloed
Aan de kop van een konvooi is het lastig je snelheid bepalen. Ik zit op de bijrijderstoel in een stoet Saab-rijders die onderweg is naar vliegveld Valkenburg voor een massale steunbetuiging aan het failliete Zweedse automerk. “Zestig kilometer per uur is misschien teveel van het goede, maar 80 km/h moet toch kunnen..?”

Opnieuw dreigt een automerk van de markt te verdwijnen: Saab heeft faillissement aangevraagd, nadat een Chinese overname in de soep liep. Het was de week voor Kerst. Merkenthousiasteling Nic Schellekens zat met twee vrienden op zijn bankstel in Breda en besloot; zo kan het niet langer. “Ik wilde een positief geluid laten horen. Saab is dood? Die van mij deed het vanochtend anders gewoon nog.”
Hij maakte er melding van op internet ‘en binnen 40 minuten was het bal’: dankzij één enkele oproep gingen afgelopen zondag wereldwijd tussen de 12.000- en 20.000 Saab-rijders de weg op om steun te betuigen aan hun lievelingsmerk onder de noemer ‘We Are Many, We Are Saab’. In Mexico bleef het er bij eentje, op Mauritius kwamen er drie bijeen. Maar dat waren dan ook meteen álle Saabs van het eiland.
In Nederland schreven bijna 1.600 liefhebbers zich in. “En reken maar dat ze allemaal komen vandaag”, glundert interieurarchitect Stefan van der Weele, in wiens 900 Turbo ik mee mag rijden naar vliegveld Valkenburg. Zijn raam staat open, het zonnetje schijnt en met de 25 Saabs achter ons nemen we zo’n beetje de complete rechterbaan van de A13 in beslag.
Stefan kreeg de liefde voor het merk van zijn vader mee, die in de jaren ’80 ooit een proefrit met een Saab maakte maar er nooit eentje kocht. Daar kreeg hij zoveel spijt van, dat Stefan besloot niet dezelfde fout te maken; de eerste auto die hij op zijn naam schreef, kwam uit Zweden.
Inmiddels is hij alweer aan zijn derde toe. Terwijl hij zelf eigenlijk niet eens zoveel rijdt: “Ik onderhoud hem, mijn vriendin verslijt hem”. Stefans Saab is een dure hobby. “Dit exemplaar komt uit 1985 en is oorspronkelijk geleverd in Saoedi-Arabië. Daar dachten ze meer van auto-elektronica te weten dan in de fabriek zelf. Het heeft mij veel tijd en geld gekost om de wagen weer in zijn originele staat te krijgen.”
Hoe dichter we bij vliegveld Valkenburg komen, hoe eentoniger het verkeersbeeld wordt: waar je ook kijkt, zie je Saabs. Bij de toegangspoort tot de voormalige legerluchthaven worden de cabriolets links gestuurd en de overige modellen rechts; “Verder onderscheid is helaas niet mogelijk”, zegt medeorganisator Margreet Op ’t Hof bijna verontschuldigend.
Margreet viel voor Saab door toedoen van haar vriendje; die relatie is inmiddels over, maar de liefde voor het merk is gebleven. Inmiddels heeft ze twéé Saabs; een klassieke en een moderne. Dat is ook de aanblik die het parkeerterrein biedt; oud en nieuw staan er gebroederlijk naast elkaar. Qua passie doen de eigenaren trouwens niet voor elkaar onder. Ik tref een meneer die een van de laatste modellen Saab op de kop heeft getikt; hij is er als een kind zo blij mee.
Tussen de zee van Saabs ontwaar ik een Wegenwachtauto. De Gele Held is op zoek naar een Sonet met startproblemen. De Sonet is een zeldzame sportwagen uit de jaren ’70; ook al wemelt het in Valkenburg van de Saabs, zo’n bijzonder model zou toch eenvoudig te ontdekken moeten zijn. Maar hoe de Wegenwacht ook zoekt, hij vindt de auto niet. Dan kijkt hij nog eens op zijn computer en leest: “Storing afgemeld”.
Nic Schellekens moet hard lachen wanneer ik hem maandagochtend van het voorval vertel. “Met zoveel merkgekken om je heen is zo’n startprobleem natuurlijk snel verholpen.” De verwachte opkomst blijkt gehaald; bijna 1.600 Saabs parkeerden zondag op Valkenburg. “Ik heb vrijdag 1.800 plastic tasjes gevuld, die de bezoekers bij vertrek kregen uitgereikt. Daarvan had ik er aan het einde van de dag nog iets meer dan 200 over”, puft Nic uit.
Natuurlijk, hij heeft het allemaal helpen organiseren: de vliegtuighangaar met een exemplaar van elk ooit in Nederland geleverd model erin, de nagebootste Zweedse vlag (bestaand uit 18 blauwe- en 7 gele auto’s) en een verrassingsbezoek van Saab-topman Victor Muller, die tot op de dag van vandaag zegt te vechten voor een doorstart van het merk. “Maar ik kom er vermoedelijk pas deze week aan toe om daadwerkelijk te zien hoe het allemaal is gegaan.”
Ik vond het een feest en dat vertel ik hem ook. Maar wel een feest zoals autoliefhebbers ze regelmatig vieren op een van de vele evenementen die ons land op dat vlak rijk is. En bij die bijeenkomsten staat vaak niet de toekomst, maar het verleden centraal. “Wij hebben ook nooit de illusie gehad dat we met ons evenement iets aan de toekomst van Saab kunnen veranderen”, verduidelijkt Nic. “Maar de drang leeft bij iedereen om het merk desnoods vooruit te schóppen.”
In de 11 jaar dat ik nu mijn rijbewijs heb, is het er nog nooit van gekomen met een Saab te rijden. Als dat merk zóveel affiniteit weet op te roepen, wordt het toch echt eens tijd.
Frank Buma
De community functionaliteit wordt ingeladen...
- Omhoog ^
