- home
- Kampioen
- Weblogs
- weblog-anwb
- Wat voor treinreiziger ben jij?
Wat voor treinreiziger ben jij?
Vorige week was ik bij een symposium over de toekomst van het openbaar vervoer en de stad.
Daar ging de discussie eerst een gebruikelijke kant op: moeten er meer mensen in de trein? En hoe? Moeten we meer investeren of gaat er wel genoeg geld naar het OV?
Toen kwam er een verrassend verhaal van planologe Wies Sanders. Haar boodschap: we hebben het alsmaar over forenzen, maar die categorie bestaat niet meer. Kijk eens wie er nu al in de trein zitten en maak het voor hen wat leuker.
Ze maakte uit eigen ervaring als treinreiziger een inventarisatie van typische passagiers. Nou, raden maar.
1. Wie zijn dit?

2. En deze?

3. Of deze?

4. Herken jij je hierin?

Antwoorden:
1. Soldaten, op weg naar de bases in Brabant of de marinehaven in Den Helder.
2. ‘Zwartekousenscholieren’ (term is van Sanders), gereformeerde scholieren op weg naar hun scholengemeenschappen.
3. Wandelaars op weg naar de Veluwe, strandgangers.
4. ‘Consumerende studenten’
Nog meer categorieën (en let op de verschillende reistijden):

Sanders zou willen dat stations meer worden ingericht op de groep reizigers die ze vooral gebruikt. “Nu zijn stations overal hetzelfde”, vertelt ze. “Als ik na drie uur treinen aankom in Heerenveen, kan ik in de boekhandel op het station nog geen boek over Heerenveen kopen, of een kaart van de stad – toch een beetje raar. Dat geldt trouwens ook voor benzinestations, hoor. Ik snap niet waarom ik overal dezelfde kleffe hap moet eten.”Sanders: “Bij kleinere haltes zeg ik: richt je niet op de vertrekkende reiziger, maar op de reiziger die aankomt. Op veel kleinere stations die nu door wandelaars en dagjesmensen worden gebruikt kun je bijvoorbeeld niet naar de WC en kun je niet even iets drinken. Terwijl die mensen daar juist wel behoefte aan hebben.” Bij recreatieve stations pleit ze voor een overstap op boten of zelfs paarden. “Het nieuwe station Sassenheim komt bijvoorbeeld dicht bij de Kager Plassen te liggen. Dan zouden mensen dus op een boot kunnen overstappen.” En waarom niet een manege bij een landelijk station? Of kinderopvang bij een station in de Randstad?
Volgens Sanders wordt ten onrechte gedacht dat als je maar vaker treinen laat rijden, er wel meer mensen met de trein zullen gaan. “Dat is vooral interessant voor forensen, maar die vormen maar een kleine groep.” Bovendien is de man die iedere dag met de auto en de trein naar zijn werk gaat en weer terug een categorie uit het verleden, volgens Sanders. “Mensen doen verschillende dingen in één rit. Ze gaan naar hun werk, maar ze doen ook boodschappen, halen hun kinderen op of gaan borrelen met collega’s.”
- Omhoog ^
