"Soms voel ik mij net een bekende Nederlander!"
door Willeke Donkersloot
07 december 2007 - Als wegenwacht heb je altijd veel bekijks. Ben je ook nog eens vrouw en kom je voorrijden op een knalgele motor, dan kun je rekenen op extra nieuwsgierige blikken. Els van Halteren, team Amsterdam 2, vindt het zelf niks bijzonders. Oké, ze is de eerste vrouwelijke motorwegenwacht maar ze doet gewoon haar werk. Leuk werk, dat sowieso.
Een vrolijke twinkeling in haar ogen en een ferme handdruk. Op Wegenwachtstation Badhoevedorp ontmoet ik Els van Halteren, een van de negen vrouwen die de wegenwacht rijk is en de eerste die de klus vanaf de motor klaart. “Soms voel ik me net een bekende Nederlander”, lacht ze als ik haar vraag of ze veel bekijks heeft. “Vooral op de Dam met mijn koffers open. Toeristen vinden het prachtig, al dat gereedschap. Er worden vaak foto’s gemaakt. Ik heb ook interviews gegeven, ben bij Paul de Leeuw geweest en heb in kranten gestaan. Leuk, maar ik heb besloten niet meer mee te doen als het puur draait om ‘wauw, een vrouwelijke wegenwacht!’. Ik doe dit al 15 jaar en vind er zelf niets bijzonders aan.”
Hup, over de stoep

Vorig jaar maakte Els de overstap naar de motor. “Ik was een beetje uitgekeken op het normale werk”, legt ze uit. “Ik rij nu in een kleiner gebied en voel me veel vrijer. De motor heeft veel voordelen. Tijdens de reparatie neemt hij weinig plaats in; op de stoep heeft het overige verkeer er geen last van. Zelf heb ik ook minder last van het verkeer. Is een straat geblokkeerd door een lossende vrachtwagen? Hup, over de stoep of via de trambaan.”
Wegenwachtauto’s zitten bomvol gereedschap en handigheidjes. Waar laat Els al haar spullen? “We hebben hetzelfde gereedschap en zelfs vijf liter benzine en water en een extra accu voor starthulp bij ons. Accu’s voor de verkoop, vrachtwagengereedschap of een zware krik hebben we niet. Gelukkig zijn er altijd voldoende collega’s in de buurt. Ik kan makkelijk even heen en weer om een missend onderdeel te halen."
Tien liter vloeistof, koffers vol gereedschap. Hoe houd je zo’n gevaarte overeind? Els: “We hebben twee motoren: een Honda Pan European en een Suzuki V-strom. Vol bepakt weegt de Honda 450 kilo. Die krijg ik niet van z’n zijstandaard, zelfs niet met een aanloopje; daar rijd ik dus niet op. Met de Suzuki van 350 kilo heb ik zo mijn trucjes. Is de stoep niet te scheef? Is een straatje niet te smal? Passen mijn dikke koffers tussen de paaltjes? Kan ik er keren?
Door de zware bepakking spreekt Els van een spaghettimotor. Hij reageert heel anders en stuurt minder strak dan haar eigen motoren – Els heeft er drie. “De eerste keer stapte ik na het werk op de eigen motor. In de bocht op het parkeerterrein ging ik bijna onderuit omdat hij zo veel lichter is. Ik heb me aangeleerd bij elke wisseling eerst een rondje op het parkeerterrein te rijden. Even wennen, even remmen, dan pas de weg op.”

Nooit écht onderuitgegaan? “Nee”, Els twijfelt, “oh ja, toch wel, en nog voor een vol terras ook. Ik was vergeten mijn schijfremslot te verwijderen. Na twintig centimeter lag ik al om. Ik heb een motor nog nooit zo snel overeind gekregen …”
Na afloop van het gesprek lopen we nog even langs de stalling om Els’ motor te bekijken. Ze heeft gelijk, echt álles zit erop en eraan, ook het systeem om met Dispatch te communiceren inclusief toetsenbord. Els mag het dan allemaal niets bijzonders vinden, stiekem begrijp ik die toeristen met hun fototoestellen wel.
- Omhoog ^
