Verlichting

Zo controleert u de verlichting van uw auto

  • Laat iemand kijken of alle lampen werken terwijl u ze zelf in de auto bedient; bent u alleen, zet dan de auto bijvoorbeeld voor een spiegelende pui.

  • Loop alle functies na: niet alleen dimlicht en richtingaanwijzers, maar ook het achteruitrijdlicht, het grootlicht, de remlichten en de eventueel gemonteerde mistlichten of verstralers.

  • Gaat het richtingaanwijzersignaal op het dashboard sneller dan normaal? Dan is een van de knipperlichten kapot. Vergeet daarbij niet dat u per kant minstens drie richtingaanwijzers hebt: niet alleen voor en achter, maar ook opzij.

  • Controleer uw verlichting bij voorkeur wekelijks.

Zo verwisselt u een lampje

  • Is uw auto uitgerust met xenonlampen in plaats van halogeen? Dat ziet u aan de waarschuwingsstickers. Kom er niet zelf aan, maar laat de reparatie door uw dealer uitvoeren.

  • Kijk in het instructieboekje waar de te vervangen lamp zich bevindt en hoe u deze kunt vervangen.

  • Pak een halogeenlamp niet bij het glas vast, maar bij de voet. Vette vingers kunnen inbranden en geven dan een zwarte aanslag (minder lichtopbrengst). Bovendien verkort dit de levensduur.

  • Andere lampjes moet u vaak wel bij het glas pakken om ze te monteren. Gebruik in dat geval een doekje.

  • Lampen worden gloeiend heet als ze branden; let daarop als u aan het verwisselen slaat.

  • Klaar? Controleer dan nog even uw werk. Bent u een stekkertje vergeten aan te sluiten, dan ziet u dat meteen.

Tip van de Wegenwacht

Controleer ook altijd het beeld van de koplamp als u die vervangen heeft. Dit doet u door de auto met de koplampen voor een muur of garagedeur te parkeren, op deze wijze kunt u het beeld van de koplampen vergelijken. Verschillen deze ernstig, werp dan nog eens een kritische blik op de gemonteerde lamp.

  • Lampen of lampensets zijn verkrijgbaar bij het tankstation, de automaterialenzaak of de dealer.

  • Voor koplampen bestaan standaardmaten, zoals H1, H4 en H7. In het instructieboekje vindt u terug welke u nodig heeft.

  • Hetzelfde geldt voor alle overige lampjes: daar is het wattage (aangegeven in W) belangrijk. In nood kunt u altijd terugvallen op de tekst op de lampjes zelf.

  • Neem van tevoren de procedure in het instructieboekje door. Mocht u bepaald gereedschap nodig blijken te hebben, zoals een schroevendraaier, zorg dan dat u dit in de auto hebt liggen.

  • Als de verlichting ook na het vervangen van het lampje niet werkt, zet dan de verlichting uit en zet de auto op slot. Open de auto daarna opnieuw en schakel de verlichting aan. Er zijn auto’s die een kapotte lamp namelijk herkennen en die sturen deze ook niet meer vanzelf aan wanneer de lamp vervangen is.

  • Doet de lamp het dan nog steeds niet, kijk dan in het instructieboekje welke zekering de voeding naar de betreffende lamp voedt. Controleer de zekering en vervang deze indien nodig. Werkt het lampje nog steeds niet? Bel dan de Wegenwacht.

Bekijk de instructievideo voor het vervangen van een lampje

Daarom is controle van uw verlichting belangrijk

Een kapotte koplamp vermindert niet alleen uw eigen zicht, maar maakt u ook minder zichtbaar voor uw medeweggebruikers. Zonder werkende richtingaanwijzers kunt u uw intenties in het verkeer niet aangeven. En hoewel u het mistachterlicht heel weinig zult gebruiken, is het wel zo fijn dat hij het doet als hij echt nodig is. Zorg altijd voor een set reservelampen in de auto. In een set zitten vaak ook lampjes voor bijvoorbeeld de richtingaanwijzers. Hoewel u feitelijk al in overtreding bent als er iets aan de verlichting stuk is, zal de politie u niet bekeuren als u het lampje ter plekke vervangt.

Wegenwacht

De Wegenwacht kent iedere auto van binnen en van buiten. Dus ook die van u. Bij pech zorgt de Wegenwacht er in 9 van de 10 gevallen voor dat u weer snel in uw eigen auto verder kunt rijden. Heeft u pech? Bel (088) 269 28 88.

Heeft u nog geen service van de Wegenwacht?
Meer over de Wegenwacht en lid worden